wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T3 | H4 Waarnemen & Reageren

Total questions: 39

Worksheet time: 1hrs 18mins

Name
Class
Date
1.

Je hebt gesport. Door het zweten heb je veel water verloren. Je hebt nu heel erg dorst.


Dit is een...

a)

Inwendige prikkel

b)

Uitwendige prikkel

2.

Geluid en licht zijn voorbeelden van impulsen

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Een prikkel wordt via de volgende route verwerkt:


prikkel --> zintuig --> ? --> zenuw --> hersenen --> ? --> zenuw --> spier


Welk begrip moet er op de ? staan

a)

Impuls

b)

Adequate prikkel

c)

Drempelwaarde

d)

Gewenning

4.

Je kan je drempelwaarde VERLAGEN door middel van

a)

gewenning

b)

motivatie

5.

Alle reacties op prikkels samen vormen je

a)

Gedrag

b)

Motivatie

c)

Drempelwaarde

d)

Impulsen

6.

Tik alle onderdelen aan van het centraal zenuwstelsel.

a)

Hersenen

b)

Ruggenmerg

c)

Zenuwen

d)

Spieren

7.

Tik alle onderdelen aan die je oog beschermen tegen uitdroging en bacteriën.

a)

Traanklier

b)

Traanbuis

c)

Wimpers

d)

Wenkbrauwen

8.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 7?

a)

Netvlies

b)

Gele vlek

c)

Blinde vlek

d)

Glasachtig lichaam

9.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 2?

a)

Pupil

b)

Iris

c)

Lens

d)

Hoornlaag

10.

Deze zintuigjes zorgen ervoor dat we kleuren kunnen zien.

a)

Kegeltjes

b)

Staafjes

11.

Op deze plek loopt de oogzenuw vanuit het oog naar de hersenen

a)

Blinde vlek

b)

Gele vlek

c)

Buis van Eustagius

d)

Iris

12.

Bekijk de afbeelding.


Bekijkt deze persoon een object van dichtbij of veraf?

Is de accommodatiespier gespannen of ontspannen?

a)

Veraf | Accommodatiespier ontspannen

b)

Veraf | Accommodatiespier aangespannen

c)

Dichtbij | Accommodatiespier ontspannen

d)

Dichtbij | Accommodatiespier aangespannen

13.

Op de afbeelding is het effect van het pupilreflex in het donker te zien.


Welk type spieren die zich in de iris bevinden zijn bij deze persoon aangespannen?

a)

De lengtespieren zijn aangespannen

b)

De kringspieren zijn aangespannen

14.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 12?

a)

Gehoorgang

b)

Buis van Eustachius

c)

Slakkenhuis

d)

Gehoorzenuw

15.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 4?

a)

Gehoorgang

b)

Trommelvlies

c)

Slakkenhuis

d)

Gehoorsbeentje

16.

In welke volgorde beweegt een trilling de gehoorbeentjes in her oor?

a)

Hamer --> Aambeeld --> Stijgbeugel

b)

Aambeeld --> Stijgbeugel --> Hamer

c)

Stijgbeugel --> Hamer --> Aambeeld

d)

Aambeeld --> Hamer --> Stijgbeugel

17.

Bij gehoorbeschadiging zijn vaak de trilhaartjes in het slakkenhuis aangetast.


De trilhaartjes trillen minder goed mee met het vocht in het slakkenhuis. Hierdoor ontstaan er __________ impulsen. Je wordt langzaam doof.

a)

Minder

b)

Meer

18.

Tekort aan vitamine B12 kan voor veerschillende ziektebeelden zorgen. Een voorbeeld van een aandoening die kan ontstaan door B12 tekort is aantasting van de zintuigen.

De tong in de afbeelding is van een patiënt afkomstig die aan ernstig B12 tekort leed. Links is zijn tong te zien voor de behandeling. Rechts is zijn tong na de behandeling.


Welke zintuigjes missen er van van tong links?

a)

Smaakzintuigen

b)

Pijnzintuigen

c)

Warmtezintuigen

d)

Tastzintuigen

19.

Welk smaakzintuig zal geprikkeld worden bij het eten van een citroen?

a)

Zoet

b)

Zuur

c)

Umami

d)

Zout

20.

Waarom proef je je eten minder goed als je verkouden bent?

a)

Je neus is verstopt waardoor de reukzintuigjes niet kunnen helpen bij het vormen van complexere smaken.

b)

In je neus zitten ook smaakzintuigjes die nu verstopt zijn.

c)

Wanneer je verkouden bent werken je zout smaakzintuigjes minder goed door het zoute snot.

d)

Bij verkoudheid raken de smaakzintuigjes ontstoken waardoor ze minder goed werken.

21.

Zonder reukorgaan zou je de smaak van aardbeien kunnen proeven.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Bij een derde graads brandwond zijn de zintuigen beschadigd. Een patiënt zal hierdoor het gevoel in de verbrandde huid verliezen.


Welke huidlaag is er bij een derdegraads brandwond doorgebrand?

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Hoornlaag

d)

Kiemlaag

23.

Welke zintuigjes vind je zowel in de huid als op de tong?


Tik alle goede antwoorden aan.

a)

Pijnzintuigjes

b)

Warmtezintuigjes

c)

Koudezintuigjes

d)

Tastzintuigjes

e)

Smaakzintuigjes

24.

Welke kenmerken heeft de huid van een persoon die het koud heeft? Tik alle juiste antwoorden aan.

a)

Kippenvel

b)

Vernauwde bloedvaten

c)

Wijde bloedvaten

d)

Bezweet

25.

Welke type zenuwcel is er in deze afbeelding te zien?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

26.

Welke type zenuwcel is er in deze afbeelding te zien?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

27.

Welk type zenuwcellen verwacht je aan te treffen je hersenen en ruggenmerg?

a)

Gevoelszenuwcellen

b)

Bewegingszenuwcellen

c)

Schakelcellen

28.

Welke onderdelen behoren tot het centraal zenuwstelsel? Tik deze aan.

a)

Hersenen

b)

Ruggenmerg

c)

Zenuwen

29.

Welk deel van de hersenen is verantwoordelijk voor de coördinatie?

a)

Hersenstam

b)

Kleine hersenen

c)

Grote hersenen

d)

Achterhoofdkwab

30.

Je geheugen in je hersenen wordt gevormd door zenuwverbindingen.


Bekijk de afbeelding.


Waarom heeft een persoon van 14 minder verbindingen in de hersenen dan een persoon van 6?

a)

Bij de persoon van 14 zijn alleen de veel gebruikte verbindingen overgebleven.

b)

De persoon van 14 heeft onderontwikkelde hersenen

c)

De persoon van 6 is hoogbegaafd en de persoon van 14 heeft normale hersenen

31.

Op welke manier is een bewuste beweging juist schematisch weergeven?

a)

Zintuig --> Gevoelszenuwcel --> Schakelzenuwcel --> Hersenen --> Schakelzenuwcel --> Bewegingszenuwcel --> spier (beweging)

b)

Zintuig --> Gevoelszenuwcel --> Schakelzenuwcel --> Bewegingszenuwcel --> spier (beweging)

c)

Zintuig --> Beweginszenuwcel --> Schakelzenuwcel --> Hersenen --> Schakelzenuwcel --> Gevoelszenuwcel --> spier (beweging)

d)

Zintuig --> Schakelzenuwcel --> spier (beweging)

32.

In welk deel van de hersenen vind de bewustwording plaats?

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

Hersenstam

33.

Bij een reflexmatige beweging gaan de impulsen van een gevoelszenuw via het ruggenmerg of hersenstam direct naar een bewegingszenuwcel voor een snelle reactie.

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

Welke reacties zijn reflexmatig? Tik alle juiste antwoorden aan.

a)

Je hand terugtrekken na het aanraken van een erg heet oppervlak

b)

Je pupil wordt groter en kleiner afhankelijk van de hoeveelheid licht

c)

Je hebt last van jeuk en gaat krabben

d)

Je moet niezen nadat je slijmvliezen worden geprikkeld

e)

Je stoot je teen en maakt sprongetjes van de pijn

35.

Door welk type zenuwcel worden hormoonklieren meestal geactiveerd?

a)

Schakelzenuwcel

b)

Gevoelzenuwcel

c)

Bewegingzenuwcel

36.

Hormonen verspreiden door het lichaam via de zenuwcellen

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

Dit hormoon bepaald de snelheid waarop verbranding in het lichaam plaatsvind

a)

Schildklierhormoon

b)

Oestrogeen

c)

Groeihormoon

d)

Testosteron

38.

Dit orgaan maakt twee hormonen aan: insuline en glucagon. Deze hormonen spelen een rol bij de regeling van het glucosegehalte in het bloed.

a)

Schildklier

b)

Alvleesklier (eilandjes van langerhans)

c)

Hypofyse

d)

Bijnieren

39.

Acromegalie (reuzengroei) is een zeldzame aandoening. Een persoon met acromegalie heeft last van abnormale groei en kan wel 2.50 M of groter worden!


Deze aandoening wordt vaak veroorzaakt door een (goedaardige) tumor die een onderdeel van de hersenen verdrukt. Door deze verdrukking raakt de regeling van het groeihormoon ontregelt.


Bij welk deel van de hersenen zal deze tumor zich bevinden?

a)

Hypofyse

b)

Grote hersenen

c)

Kleine hersenen

d)

Hypothalamus