wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zelfstandig naamwoord

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Het gedicht is prachtig.

a)

prachtig

b)

het

c)

gedicht

d)

is

2.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Ik hou erg van boeken.

a)

Ik

b)

boeken

c)

hou

d)

erg

3.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Piet loopt daar.

a)

Piet

b)

loopt

c)

daar

4.

Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Vader is vijf jaar voorzitter geweest.

a)

vader

b)

voorzitter

c)

vader en voorzitter

d)

vijf jaar en vader

5.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Moeder gaat koekjes bakken.

a)

bakken en koekjes

b)

moeder en bakken

c)

moeder en koekjes

6.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Ga jij wel eens naar Amsterdam?

a)

jij

b)

eens

c)

wel

d)

Amsterdam

7.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


De aardige jongen redde een straatkatje en verzorgde het dier goed.

a)

aardige, jongen, dier

b)

jongen, straatkatje, dier

c)

aardige, jongen, straatkatje

d)

jongen, verzorgde, dier, straatkatje

8.

Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Het huis werd door de nieuwe bewoners verbouwd.

a)

huis, bewoners

b)

huis, nieuwe bewoners

c)

huis

d)

nieuwe bewoners

9.

Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Omdat dit gebouw oud is, wordt het gerestaureerd.

a)

oud

b)

gebouw, oud

c)

gebouw

d)

gerestaureerd

10.

Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Peter en Sanna hebben de luistertoets goed geoefend.

a)

Peter, Sanna

b)

Peter, Sanna, luistertoets

c)

Peter, Sanna, luistertoets, goed

d)

Peter, Sanna, luistertoets, geoefend

11.

Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


In de dierenwinkel zat een lief, klein, konijntje.

a)

dierenwinkel

b)

dierenwinkel, lief, konijntje

c)

dierenwinkel, lief, klein, konijntje

d)

dierenwinkel, konijntje

12.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


In de Hortensiastraat staan veel hortensia's in de voortuinen.

a)

Hortensiastraat, hortensia's

b)

hortensia's, voortuinen

c)

Hortensiastraat, hortensia's, voortuinen

d)

Hortensiastraat, voortuinen

13.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Hij toonde een kaart met het traject van de orkaan.

a)

hij, kaart, orkaan

b)

hij, kaart, traject

c)

kaart, traject

d)

kaart, traject, orkaan

14.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Veel laaggeletterde Nederlanders kunnen moeilijk functioneren in de maatschappij.

a)

Nederlanders, maatschappij

b)

laaggeletterde, maatschappij

c)

laaggeletterde, Nederlanders, maatschappij

d)

Nederlanders, functioneren, maatschappij

15.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


De slotklim is een uitgelezen kans voor sterke aanvallers.

a)

slotklim, kans

b)

slotklim, kans, sterke

c)

slotklim, kans, aanvallers

d)

slotklim, kans, sterke, aanvallers