Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mundo 2MH Thema 9 Blok 1/2

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

De toestand waarbij de natuur zelf zijn afvalstoffen opruimt en tekorten aanvult.

a)

duurzaam gebruik

b)

natuurlijk evenwicht

c)

broeikaseffect

2.

Vervuiling, aantasting en uitputting zijn ...

a)

vormen van milieuvervuiling

b)

vormen van milieuproblemen

c)

vormen van verstoring en versnippering

3.

Wat zie je op de foto?

a)

Bodemvervuiling

b)

Watervervuiling

c)

Luchtvervuiling

4.

Wat zie je op de foto?

a)

Bodemvervuiling

b)

Watervervuiling

c)

Luchtvervuiling

5.

Wat zie je op de foto?

a)

Versnippering

b)

Verstoring

6.

Wat zie je op de foto?

a)

Versnippering

b)

Verstoring

7.

Waarom raken fossiele brandstoffen langzaam op? Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

We gebruiken steeds meer energie.

b)

Het ontstaan van nieuwe fossiele brandstoffen gaat erg langzaam.

c)

We vinden niet genoeg nieuwe voorraden.

d)

De bevolking groeit nog erg snel.

8.

Wat is bodemerosie?

a)

Het verdwijnen van vruchtbare grond door regen of wind.

b)

Milieuprobleem dat ontstaat als van iets te veel uit de natuur wordt gehaald.

c)

Hulpbronnen die kunnen opraken.

9.

Wat zie je op de foto?

a)

Het natuurlijke broeikaseffect.

b)

Het versterkte broeikaseffect.

10.

Wat zijn gevolgen van het versterkt broeikaseffect?

a)

Het wordt daardoor warmer.

b)

Door de hoge temperaturen gaat het zeewater uitzetten.

c)

De ijskappen aan de polen en de gletsjers gaan smelten.

d)

De zeespiegel gaat stijgen.

11.

Wat is het verschil tussen het versterkt broeikaseffect en het natuurlijke broeikaseffect?

a)

Er is geen verschil. Met beide wordt hetzelfde bedoeld.

b)

Door extra CO2 uitstoot van verbranding van fossiele brandstoffen wordt het broeikaseffect versterkt.

c)

Door extra waterdamp uitstoot van verbranding van fossiele brandstoffen wordt het broeikaseffect versterkt.

d)

Door extra uitstoot van verbranding van fossiele brandstoffen wordt het broeikaseffect versterkt.

12.

Wat is de koolstofkringloop?

a)
b)
c)
d)
13.

Ambachtslieden als een bakker hebben grondstoffen en energie nodig.


Welke grondstof heeft een bakker nodig om brood te maken?

a)

Graan

b)

Hout

c)

Klei

d)

Water

14.

Ambachtslieden als een bakker hebben grondstoffen en energie nodig.


Welke energiebron heeft een bakker nodig om brood te maken?

a)

Graan

b)

Hout

c)

Klei

d)

Water

15.

Waarom was rond 1500 het meeste bos in Nederland gekapt?


Let op! Er zijn meerdere antwoorden goed!

a)

Een groot gedeelte van het Nederlandse bos is afgebrand tijdens een grote bosbrand.

b)

Mensen kapten bomen voor energie.

c)

Mensen kapten bomen voor huizen en schepen.

d)

Mensen kapten bomen om akkers aan te leggen.

e)

Mensen kapten bomen om ijzererts te verhitten.

16.

Sommige plassen in Nederland zijn ontstaan als gevolg van de turfwinning.


Wat is de juiste uitleg?

a)

Er werd zoveel mogelijk veen afgegraven, waardoor de legakkers (smalle stroken land in water) erg smal werden. Bij een storm spoelden de legakkers vaak weg.

b)

Er werd zoveel mogelijk veen afgegraven, waardoor er eerst een klein plasjes en deze steeds groter werd gemaakt door het veen eruit te halen.

17.

Welk voordeel heeft het gebruik van steenkool?

a)

Het zorgt voor luchtvervuiling.

b)

Er is een grote voorraad van.

c)

Het zit erg diep, waardoor je mijnen moet graven.

18.

Welke nadelen heeft het gebruik van steenkool?

a)

Het zorgt voor luchtvervuiling.

b)

Er is een grote voorraad van.

c)

Het zit erg diep, waardoor je mijnen moet graven.

19.

In de loop der jaren zijn er verschillende brandstoffen gebruikt als energiebron. Wat is de goede volgorde?

a)

Turf - Steenkool - Hout - Aardolie

b)

Aardolie - Steenkool - Turf - Hout

c)

Hout - Turf - Aardolie - Steenkool

d)

Hout - Turf - Steenkool - Aardolie

20.

De Industriële Revolutie had veel gevolgen. Welk gevolg hoort bij een gevolg voor het milieu?

a)

Het leidde tot luchtvervuiling en uitputting van de voorraad energiebronnen.

b)

Het werk was saai en eenvoudig en de lonen dus laag.

c)

Wetenschappers ontdekten steeds meer over gezondheid en hygiëne. Hierdoor werden mensen ouder en groeide de bevolking.

d)

Er kwamen nieuwe manieren om contact te hebben met andere mensen: goed postsysteem, de telegraaf en de telefoon.

e)

Door de stoommachine werden de schepen sneller, er kwamen treinen en later ook auto's.

21.

De Industriële Revolutie had veel gevolgen. Welk gevolg hoort bij een gevolg voor de arbeiders?

a)

Het leidde tot luchtvervuiling en uitputting van de voorraad energiebronnen.

b)

Het werk was saai en eenvoudig en de lonen dus laag.

c)

Wetenschappers ontdekten steeds meer over gezondheid en hygiëne. Hierdoor werden mensen ouder en groeide de bevolking.

d)

Er kwamen nieuwe manieren om contact te hebben met andere mensen: goed postsysteem, de telegraaf en de telefoon.

e)

Door de stoommachine werden de schepen sneller, er kwamen treinen en later ook auto's.

22.

De Industriële Revolutie had veel gevolgen. Welk gevolg hoort bij een gevolg voor de communicatie?

a)

Het leidde tot luchtvervuiling en uitputting van de voorraad energiebronnen.

b)

Het werk was saai en eenvoudig en de lonen dus laag.

c)

Wetenschappers ontdekten steeds meer over gezondheid en hygiëne. Hierdoor werden mensen ouder en groeide de bevolking.

d)

Er kwamen nieuwe manieren om contact te hebben met andere mensen: goed postsysteem, de telegraaf en de telefoon.

e)

Door de stoommachine werden de schepen sneller, er kwamen treinen en later ook auto's.