wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Teveel water? Overstromingen!

Total questions: 42

Worksheet time: 1hrs 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een piekafvoer?

a)

verhoogde hoeveelheid water die rivieren moeten afvoeren

b)

Water dat uit de bergen komt

c)

Hoeveelheid water dat uit de rivier stroomt

2.

Wat zorgt niet voor overstromingen?

a)

Zware regenval, Moesson

b)

Tsunami

c)

Normale rivierwaterstand

d)

Smeltende sneeuw in berggebieden

3.

Waar ontstaan tropische stormen?

a)

Subtropisch of tropische gebieden

b)

Alleen in tropische gebieden

c)

Alleen in subtropische gebieden

4.

Hoe ontstaat een Tsunami?

a)

Door heel veel wind

b)

Door een aardbeving op het land

c)

Door een aardbeving onder water

5.

Een overstroming kan ontstaan doordat een land onder de zeespiegel ligt.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Zware regenval (Moesson) komt door mensen

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Een overstroming kan ook positieve gevolgen hebben.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Wat zijn positieve gevolgen van overstromingen?

a)

Goed voor de landbouw

b)

Er komt een laagje slip op het land

c)

Dijken kunnen doorbreken

d)

Een piekafvoer

9.

Overstromingen kunnen worden voorkomen

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Wat is GEEN plan om overstromingen te voorkomen?

a)

Deltawerken

b)

Ruimte voor de rivier

c)

Bossen kappen

d)

Dijken versterken en verhogen

11.

Water stroomt altijd naar het laagste punt.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Bebouwing kan zorgen voor overstromingen

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Een piekafvoer kan ontstaan door zware regenval en smeltende sneeuw

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Hoeveel procent van het waarde op aarde is zoet?

a)

2,5%

b)

12,5%

c)

17,5%

d)

20,5%

15.

Wat zorgt niet voor overstromingen?

a)

Zware regenval, Moesson

b)

Tsunami

c)

Normale rivierwaterstand

d)

Smeltende sneeuw in berggebieden

16.

Overstromingen kunnen worden voorkomen

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Water stroomt altijd naar het laagste punt.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Een piekafvoer kan ontstaan door zware regenval en smeltende sneeuw

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Rivieren overstromen soms. Wat hebben we gedaan om te zorgen dat niet alles overstroomt?

a)

Dijken verhoogd waar dat kon

b)

De rivier smaller gemaakt

c)

Naast de rivier extra ruimte gemaakt, waar hij ook kan stromen als er te veel water is.

d)

Dorpen en steden hoger gemaakt.

20.

Regen is zoet water.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

De natuur past zich aan, ook als het heel droog is.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.
Hoeveel procent van de aarde wordt bedekt met water?
a)
87%
b)
93%
c)
64%
d)
72%
23.

Hoeveel procent van al het water op aarde is zout?

a)

97 procent

b)

100 procent

c)

40 procent

24.

Hoeveel water is er nodig om een vat bier te produceren?

a)

5680 liter

b)

412 liter

c)

101.3 liter

25.

Hoeveel water gebruiken Europeanen gemiddeld ten opzichte van Amerikanen?

a)

2x zo veel

b)

Ongeveer gelijk

c)

de helft zo veel

d)

5 x minder

26.

Hoeveel procent van al het water op aarde kunnen we gebruiken voor drinkwater?

a)

33 procent

b)

meer dan 75 procent

c)

minder dan 1 procent

d)

50 procent

27.

Welk landschap komt voor aan de Nederlandse kust?

a)

Duinlandschap

b)

Veenlandschap

c)

Zandlandschap

d)

Rivierlandschap

28.

Welk landschap komt enkel voor in Limburg?

a)

Zandlandschap

b)

Zeekleilandschap

c)

Duinlandschap

d)

Heuvellandschap

29.

In welk jaar vond de watersnoodramp plaats?

a)

1950

b)

1945

c)

1953

d)

1954

30.

Wat hoort niet bij neerslag?

a)

wind

b)

regen

c)

sneeuw

d)

hagel

31.

Welk landschap komt niet in Nederland voor?

a)

Zandlandschap

b)

Heuvellandschap

c)

Berglandschap

d)

Duinlandschap

32.

Hoeveel van de Nederlandse oppervlakte ligt onder zeeniveau?

a)

1 / 3

b)

1 / 5

c)

1 / 10

d)

1 / 4

33.

De meeste mensen wonen onder zeeniveau in Nederland

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

Op de afbeelding hierboven zie je een meer in Nederland. Bevat deze zoet of zout water?

a)

Zoet water

b)

Zout water

35.

Hoeveel hoger staat de zeespiegel over 30 jaar?

a)

2 cm

b)

20 cm

c)

200 cm

d)

2000 cm

36.

Is ijs een vast, vloeibaar of gasvormig vorm van water?

a)

Vast

b)

Vloeibaar

c)

Gasvormig

37.

Op de afbeelding hierboven zie je een meer in Nederland. Bevat deze zoet of zout water?

a)

Zoet water

b)

Zout water

38.

De Rijn is een...

a)

Gletsjerrivier

b)

Regenrivier

c)

Gemengde rivier

39.

Waar heeft een drijvend vuilnisbelt zich gevormd?

a)

Stille Oceaan

b)

Atlantische oceaan

c)

Zwarte zee

d)

Rode Zee

40.

welk vuilnis drijft het meest rond in de oceaan

a)

karton

b)

plastic

c)

touw

41.

De kringloop van water gaat overal op aarde even snel

a)

Ja

b)

Nee

42.

Waterdruppels veranderen in waterdamp

a)

Condenseren

b)

Infiltratie

c)

Verdamping