NEW
Font size
Worksheets0-meting grammatica klas 2 (woordsoorten)
Total questions: 9
Worksheet time: 18mins
Hij mag zijn geld vrij besteden
hij = PSV, zijn = BZV
hij = ZN, zijn = BZV
hij = BZV, zijn = PSV
Welke leerling spaart nu nog fidgetspinners?
welke = BW
welke = VRV
welke = AWV
Zij hebben hebben het met hun blote handen verdiend.
zij = PSV, hun = PSV
zij = PSV, hun = BZV
zij = BZV, hun = BZV
zij = BZV , hun = PSV
De film Boy 7 wordt vast een kaskraker.
wordt = hww
wordt = zww
wordt = kww
Wordt de deur in de vakantie blauw geverfd?
wordt = hww, geverfd = kww
wordt = hww, geverfd = kww
wordt = kww, geverfd = zww
Meneer Huising zal altijd de leukste docent blijven.
zal = hww, blijven = zww
zal = hww, blijven = kww
zal = zww, blijven = kww
Tijdens een lang weekend kunnen we ons goed ontspannen.
Wat zijn de BIJWOORDEN in deze zin?
tijdens, lang, goed
lang, goed
goed
Soms zijn we ontzettend lui!
Wat zijn de BIJWOORDEN in deze zin?
soms, ontzettend, lui
soms, ontzettend
soms
Vandaag hebben de lieve leerlingen heel hard gewerkt.
Wat zijn de BIJWOORDEN in deze zin?
vandaag, lieve, heel, hard
lieve, heel, hard
vandaag, heel, hard
lieve, hard, vandaag
