wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

0-meting grammatica klas 2 (woordsoorten)

Total questions: 9

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Hij mag zijn geld vrij besteden

a)

hij = PSV, zijn = BZV

b)

hij = ZN, zijn = BZV

c)

hij = BZV, zijn = PSV

2.

Welke leerling spaart nu nog fidgetspinners?

a)

welke = BW

b)

welke = VRV

c)

welke = AWV

3.

Zij hebben hebben het met hun blote handen verdiend.

a)

zij = PSV, hun = PSV

b)

zij = PSV, hun = BZV

c)

zij = BZV, hun = BZV

d)

zij = BZV , hun = PSV

4.

De film Boy 7 wordt vast een kaskraker.

a)

wordt = hww

b)

wordt = zww

c)

wordt = kww

5.

Wordt de deur in de vakantie blauw geverfd?

a)

wordt = hww, geverfd = kww

b)

wordt = hww, geverfd = kww

c)

wordt = kww, geverfd = zww

6.

Meneer Huising zal altijd de leukste docent blijven.

a)

zal = hww, blijven = zww

b)

zal = hww, blijven = kww

c)

zal = zww, blijven = kww

7.

Tijdens een lang weekend kunnen we ons goed ontspannen.

Wat zijn de BIJWOORDEN in deze zin?

a)

tijdens, lang, goed

b)

lang, goed

c)

goed

8.

Soms zijn we ontzettend lui!

Wat zijn de BIJWOORDEN in deze zin?

a)

soms, ontzettend, lui

b)

soms, ontzettend

c)

soms

9.

Vandaag hebben de lieve leerlingen heel hard gewerkt.

Wat zijn de BIJWOORDEN in deze zin?

a)

vandaag, lieve, heel, hard

b)

lieve, heel, hard

c)

vandaag, heel, hard

d)

lieve, hard, vandaag