wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Naamwoordelijk gezegde - Deel 1

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Bij het naamwoordelijk gezegde ...

a)

roept iemand iets.

b)

doet iemand iets.

c)

is iemand iets.

d)

beweegt iemand.

2.

Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?

Maartje Willems wordt later een geweldige zangeres.

a)

Maartje Willems

b)

Maartje

c)

wordt

d)

wordt een geweldige zangeres

3.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Maartje Willems wordt later een geweldige zangeres.

a)

Maartje Willems

b)

wordt [later een geweldige zangeres]

c)

wordt

d)

wordt [een geweldige zangeres]

4.

Wat is de persoonsvorm in de onderstaande zin?

Die nieuwe leerling van 1Vb schijnt een arrogant mannetje te zijn.

a)

schijnt

b)

schijnt te zijn

c)

schijnt een arrogant mannetje te zijn

d)

schijnt arrogant te zijn

5.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Die nieuwe leerling van 1Vb schijnt een arrogant mannetje te zijn.

a)

schijnt

b)

schijnt [te zijn]

c)

schijnt [een arrogant mannetje] te zijn

d)

schijnt [arrogant] te zijn

6.

Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?

Die nieuwe leerling van 1Vb schijnt een arrogant mannetje te zijn.

a)

Die nieuwe leerling

b)

een arrogant mannetje

c)

Die nieuwe leerling van 1Vb

d)

leerling

7.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Zou Coca Cola Zero in de toekomst ook een populair drankje blijven?

a)

zou [een populair drankje] blijven

b)

zou blijven

c)

zou [ook een populair drankje] blijven

d)

zou [Coca Cola Zero populair] blijven

8.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Op het WK van 2010 had Oranje wereldkampioen moeten worden.

a)

had [wereldkampioen] moeten worden

b)

had moeten worden

c)

had [Oranje wereldkampioen] moeten worden

d)

had [wereldkampioen]

9.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Pieter is vorige week voor de derde keer opa geworden.

a)

is [opa] geworden

b)

is opa

c)

is [voor de derde keer] opa geworden

d)

is [vorige week opa] geworden

10.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Levi werd door zijn onvoldoende voor Nederlands heel boos.

a)

werd [heel boos]

b)

werd [boos]

c)

werd [door zijn onvoldoendes voor Nederlands heel boos]

d)

werd