Font size
WorksheetsArgumenteren herhaling
Total questions: 15
Worksheet time: 7mins
Met welk standpunt heb je te maken:
Ik vind ook dat Italië het mooiste vakantieland is.
Positief standpunt
Negatief standpunt
Standpunt van twijfel
Met welk standpunt heb je te maken:
Ik weet nog niet zeker of ik met jou in Friesland wil wonen.
Positief standpunt
Negatief standpunt
Standpunt van twijfel
Met welk standpunt heb je te maken:
Ik vind het niet verstandig van jou dat je elke avond zo laat naar bed gaat.
Positief standpunt
Negatief standpunt
Standpunt van twijfel
Aan welke signaalwoorden herken je een argument?
Want, omdat, dus
Namelijk, aangezien, immers
Want, namelijk, kortom
Aangezien, omdat, echter
Welke bronnen zijn betrouwbaar? Geef alle bronnen aan die betrouwbaar zijn.
NRC (krant)
Trouw (krant)
Nu.nl
Wikipedia
Henksblog.nl
Welke twee soorten argumenten zijn er?
Feitelijke en waarderende argumenten
Objectieve en echte argumenten
Subjectieve en slechte argumenten
Goede en slechte argumenten
Een feitelijk argument is een argument
Dat je kunt controleren
Dat je eigen mening bevat
Dat vaak niet waar is
Dat altijd klopt
Een waarderend argument is een argument dat
altijd waar is
je kunt controleren
een mening weergeeft
een feit weergeeft
Met een tegenargument ontkracht je
een standpunt
een argument
een tekstgedeelte
een mening
Met een weerlegging ontkracht je
een standpunt
een argument
een tekstgedeelte
een mening
Mijns inziens moeten er op school alleen gezonde etenswaren verkocht worden, want dat zal bijdragen aan de gezondheid van de jeugd.
Wat is in deze zin het standpunt?
(a)
Mijns inziens moeten er op school alleen gezonde etenswaren verkocht worden, want dat zal bijdragen aan de gezondheid van de jeugd.
Wat is in deze zin het argument?
(a)
Mijns inziens moeten er op school alleen gezonde etenswaren verkocht worden, want dat zal bijdragen aan de gezondheid van de jeugd.
Wat is in deze zin het signaalwoord dat een argument aankondigt?
(a)
Mijns inziens moeten er op school alleen gezonde etenswaren verkocht worden, want dat zal bijdragen aan de gezondheid van de jeugd.
Ik vind dat de scholen mogen verkopen wat ze willen. Het is niet de taak van de scholen om bij te dragen aan de gezondheid van de jeugd.
Wat is het tegenargument in deze zin?
(a)
Mijns inziens moeten er op school alleen gezonde etenswaren verkocht worden, want dat zal bijdragen aan de gezondheid van de jeugd.
Ik vind dat de scholen mogen verkopen wat ze willen. Het is niet de taak van de scholen om bij te dragen aan de gezondheid van de jeugd.
Wat is de weerlegging in deze zin?
(a)
