NEW
Font size
WorksheetsHoofdstuk 7: Veroveraars en bestuurders van een grootrijk
Total questions: 30
Worksheet time: 17mins
In welk tijdvak van de geschiedenis mogen we het Romeinse grootrijk situeren?
oude Nabije Oosten
middeleeuwen
klassieke oudheid
nieuwe tijd
Vanuit welk gebied (huidig land + stad) breidde het grootrijk zich uit?
Italië - Rome
Italië - Alba Longa
Griekenland - Athene
Griekenland - Sparta
Omschrijf de geografische omgeving van Rome
heuvels bij verschillende waterstromen in Midden-Italië
vlakke akkers rond de rivier de Tiber
bergen rond de rivier de Tiber
heuvels bij de rivier de Tiber
Welke term past het best onder deze afbeelding
de Romeinse verdedigingsoorlogen
de Romeinse veroveringsoorlogen
de Perzische oorlogen
de Roemeense veroveringsoorlogen
Welke échte reden(en) hadden de Romeinen voor hun veroveringsoorlogen?
verdediging van het eigen land en verdediging van bondgenoten
opkomen voor onderdrukte volkeren en economische belangen
uitbreiding van macht en roem en de verdediging van bondgenoten
economische belangen en uitbreiding van macht en roem
Waarmee vallen de rijksgrenzen op dit kaartje zeer vaak samen?
muren, forten, torens en castella
uitgestrekte bossen en ondoordringbare moerassen
rivieren, geberten en woestijnen
Juist of fout? 'De Romeinen zijn altijd blijven veroveren'
Juist
Fout, keizer Hadrianus focuste zich op het handhaven van de vrede
Fout, keizer Trajanus focuste zich op het handhaven van de vrede
Fout, keizer Augustus focuste zich op het handhaven van de vrede
Om welke reden schakelde keizer Hadrianus over van veroveringen naar de verdediging van de rijksgrenzen?
Er kwamen opstanden van onderworpen volkeren
Ze hadden goed verdedigbare, natuurlijke grenzen bereikt
Veroveringstochten waren erg duur
Alle bovenstaande antwoorden zijn correct
Welk van de onderstaande begrippen is géén Romeins burgerrecht?
recht op voedsel
huwelijksrecht
eigendomsrecht
recht om politiek ambt uit te oefenen
Wat betekent het Romeinse motto 'Verdeel en heers'?
Het ene gebied krijgt meer plichten dan het andere. Zo komen de gebieden niet goed overeen en zullen ze niet samen in opstand komen tegen Rome
Het ene gebied krijgt meer rechten dan het andere. Zo komen de gebieden niet goed overeen en zullen ze niet samen in opstand komen tegen Rome
Het ene gebied krijgt meer plichten dan het andere. Zo komen de gebieden goed overeen en zullen ze niet in opstand komen tegen Rome
Alle gebieden krijgen evenveel recchten. Zo komen de gebieden goed overeen en zullen ze niet in opstand komen tegen Rome
Wie behoorde er allemaal tot de Romeinse familia?
De pater familias, de mater familias, zonen, dochters, schoondochters en kleinkinderen
De pater familias, de mater familias, zonen, schoondochters en kleinkinderen
De pater familias, de mater familias, zonen, dochters, schoondochters, kleinkinderen en slaven
De pater familias, de mater familias, zonen, schoondochters, kleinkinderen en slaven
Wat was géén taak van de pater familias?
familiehoofd
rechter
baas huishouden
praktische organisator huishouden
Welke onderstaande uitspraak is juist?
In de Romeinse samenleving was er gelijkheid tussen de man en de vrouw
De pater familias was binnen de familia een alleenheerser.
Eenmaal volwassen was een Romeinse man volledig zelfstandig
Vul in
'De 1)... zocht steun en bescherming bij een 2)... en stemde voor hem indien hij de politiek inging.'
1) patronus
2) cliens
1) cliens
2) patronus
1) pater familias
2) gens
1) cliens
2) pater familias
Wie behoorde er tot de niet-burgers in Rome?
De plebejers en slaven
De vreemdelingen
De slaven
De slaven en de vreemdelingen
Welke drie politieke 'instellingen' waren er in het Romeinse rijk?
Senaat - volksvergadering - magistraten
Senaat - volksvergadering - consuls
Patriciërs - volksvergadering - magistraten
Senaat - volksvergadering - praetoren
Welke macht had de senaat in het oude Rome?
raadgevend en uitvoerend
rechterlijk en wetgevend
raadgevend en rechterlijk
uitvoerend en rechterlijk
Vul aan.
'De ... verkoos de magistraten.'
Senaat
Volksvergadering
consul
Welk van de volgende voorbeelden was géén troef om in Rome tot magistraat verkozen te worden?
afkomst
populariteit
rijkdom
beroep
Wanneer stelden de Romeinen een dictator aan?
Wanneer de 2 consuls het niet eens geraakten
In tijden van hongersnood
In tijden van oorlogsdreiging
Wanneer de volksvergadering hierom vroeg
Welke twee 'oorlogsslachtoffers' zorgden mee voor de Romeinse bevolkingsgroei tussen 350 v.C. en het jaar 1?
kleine boeren en slaven
slaven en weduwes
slaven en krijgsgevangenen
weduwes en kleine boeren
Welke sociale groepen profiteerden er van de vele veroveringsoorlogen van Rome?
Kleine boeren
grootgrondbezitters
grootgrondbezitters en handelaars, bankiers, ondernemers ...
handelaars, bankiers, ondernemers ...
Tiberius Gracchus was een volkstribuun. Wat was de taak van een volkstribuun?
Ze moesten de belangen van de patriciërs bewaken en hadden een vetorecht waarmee ze alle beslissingen van de volksvergadering konden tegenhouden.
Ze moesten de belangen van het volk bewaken en hadden een vetorecht waarmee ze alle beslissingen van de volksvergadering konden tegenhouden.
Ze moesten de belangen van het volk bewaken en hadden een vetorecht waarmee ze alle beslissingen van de senaat en van de magistraten konden tegenhouden.
Dit is Gaius Marius. Voor welke belangrijke hervorming was hij verantwoordelijk?
Hij kwam met een voorstel voor een akkerwet op de proppen
Hij bouwde het eerste Romeinse beroepsleger uit
Hij werd voor het eerst dictator voor onbepaalde duur
Hij respecteerde de afspraken om machtsmisbruik tegen te gaan
Vul aan.
Dankzij de vele politieke conflicten werd er geregeld 1)... gebruikt in Rome. In 2)... vochten de Romeinse legers zelfs tegen elkaar!
1) het vetorecht
2) oorlogen
1) politiek geweld
2) oorlogen
1) politiek geweld
2) burgeroorlogen
Juist of fout?
'De legerhervorming van Marius maakte dit politiek conflict mogelijk.'
Juist; de legioenen volgden trouw hun generaal, zelfs tegen Rome
Fout; de legioenen volgden trouw hun generaal, maar nooit tegen Rome
Waarom werd Julius Caesar vermoord?
Volgens plebejers met heimwee naar de republiek had Caesar te veel macht.
Volgens patriciërs met heimwee naar de republiek had Caesar te veel macht.
Volgens patriciërs met heimwee naar de tijd van de koningen had Caesar te veel macht.
Vul aan.
Rome werd in 1)... een keizerrijk. 2)... was de eerste Romeinse keizer.
1) 37 v.C.
2) Augustus
1) 27 v.C.
2) Romulus
1) 27 v.C.
2) Julius Caesar
1) 27 v.C.
2) Augustus
Wie stichtte volgens de mythe de stad Rome?
Romulus en Remus
Remus
Romulus
Romelus
Waarom is de mythe rond de stichting van Rome propaganda voor het rijk en haar machthebbers?
Rome wordt voorgesteld als een stichting van goden en herders. Julius Caesar en keizer Caligula worden voorgesteld als afstammelingen van de stichters
Rome wordt voorgesteld als een stichting van goden en helden. Julius Caesar en keizer Augustus worden voorgesteld als afstammelingen van de stichters
Rome wordt voorgesteld als een stichting van boeren en herders. Aeneas en Julus worden voorgesteld als afstammelingen van de stichters
Rome wordt voorgesteld als een stichting van goden en helden. Julius Caesar en keizer Augustus worden voorgesteld als afstammelingen van de eerste boeren en herders
