wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

C34 politiek

Total questions: 15

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Mensen die werken voor de overheid heten

a)

Tweede Kamerleden

b)

Ambtenaren

c)

Uitvoerders

d)

Politici

2.

Als we stemmen bij verkiezingen, heet dat

a)

Directe democratie

b)

Indirecte democratie

c)

Referendum

d)

Rechtsstaat

3.

Linkse politieke partijen komen allemaal op voor

a)

Bedrijven

b)

Het milieu

c)

Rijke mensen

d)

Arme mensen

4.

Politiek rechts wil dat de overheid

a)

Weinig doet

b)

Veel doet

c)

Pas helpt als mensen het zelf niet kunnen

d)

Geen van de drie antwoorden

5.

'We moeten leven naar wat God wil dat we doen'

Deze uitspraak past bij

a)

De PvdA

b)

Forum voor Democratie

c)

Het CDA

d)

De Partij voor de Vrijheid

6.

Dat mensen zelf kunnen bepalen op wie ze stemmen bij verkiezingen hoort bij

a)

Geheime verkiezingen

b)

Vrije verkiezingen

c)

Grondrechten

d)

De Trias Politica

7.

Welke macht hoort niet bij de Trias Politica?

a)

De uitvoerende macht

b)

De controlerende macht

c)

De wetgevende macht

d)

De rechtsprekende macht

8.

Het Parlement bestaat uit

a)

De Regering

b)

De Tweede Kamer

c)

De Eerste en de Tweede Kamer

d)

De Regering en de Eerste en Tweede Kamer

9.

Een voorbeeld van een mensenrecht is

a)

Het recht op vrijheid van meningsuiting

b)

Het recht op geluk

c)

Het recht op gezondheid

d)

Het recht op een relatie

10.

Welke van de onderstaande stelling is juist?

a)

De Regering controleert de Tweede Kamer

b)

De Eerste Kamer controleert de Tweede Kamer

c)

De Regering controleert de Eerste Kamer

d)

De Tweede Kamer controleert de Regering

11.

De plannen van de Regering staan in

a)

de Miljoenennota

b)

de Troonrede

c)

een wetsvoorstel

d)

het Regeerakkoord

12.

Partijen die samenwerken in de Regering noemen we

a)

het Regeerakkoord

b)

de coalitie

c)

de oppositie

d)

een compromis

13.

Wie is dit?

a)

De Koning

b)

De minister van Financiën

c)

De Burgemeester van Amsterdam

d)

De Minister President

14.

Het dagelijks bestuur in de gemeente heet

a)

Burgemeester en wethouders

b)

Provinciale Staten

c)

Gedeputeerde Staten

d)

De gemeenteraad

15.

Wat is geen kenmerk van een goede eigen mening?

a)

De feiten moeten kloppen

b)

Je moet het probleem van twee kanten bekijken

c)

Het moet je eigen mening zijn

d)

Er moet een argument in zitten