wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader 3 - Thema 4 - Waarnemen - paragraaf 1 t/m 3

Total questions: 28

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
2.

Wat is er in het plaatje te zien?

a)

Zintuigcel

b)

Impuls

c)

Prikkel

d)

Zenuw

e)

Deel van de hersenen

3.

Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving: Een elektrisch signaal dat wordt afgegeven door zenuwcellen en wordt doorgegeven aan het zenuwstelsel.

a)

Hersenen

b)

Impuls

c)

Prikkel

d)

Zintuigcellen

4.

Welke onderdelen behoren tot het centraal zenuwstelsel

a)

Ruggenmerg

b)

Hersenen

c)

Zenuwen

5.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 12?

a)

Gehoorgang

b)

Buis van Eustachius

c)

Slakkenhuis

d)

Gehoorzenuw

6.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 4?

a)

Gehoorgang

b)

Trommelvlies

c)

Slakkenhuis

d)

Gehoorsbeentje

7.

Op deze plek loopt de oogzenuw vanuit het oog naar de hersenen

a)

Blinde vlek

b)

Gele vlek

c)

Buis van Eustagius

d)

Iris

8.

Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 7?

a)

Netvlies

b)

Gele vlek

c)

Blinde vlek

d)

Glasachtig lichaam

9.
Het trommelvlies geeft de prikkel door aan de ...
a)
Gehoorgang
b)
Slakkenhuis
c)
Gehoorbeentjes
10.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes
11.
Wat wordt aangeduid met het cijfer 5? 
a)
voorste kamer
b)
netvlies
c)
glasachtig lichaam
12.

Wat wordt aangeduid met het cijfer 1?

a)

lens

b)

hoornvlies

c)

harde oogrok

13.

Welk onderdeel wordt aangegeven met nummer 9?

a)

Het vaatvlies.

b)

Het harde oogvlies.

c)

Het netvlies.

d)

Het hoornvlies.

14.

Met welk deel wordt traanvocht geproduceerd?

a)

deel 2

b)

deel 6

c)

deel 1

d)

deel 4

15.

De drempelwaarde voor het proeven van suiker ligt in dit geval tussen 1 en 10 mg/L.

a)

waar

b)

niet waar

16.

wat is de functie van het pupilreflex?

a)

ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op netvlies ontstaat

b)

de hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

c)

de ogen beschermen tegen indringend vuil

17.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

18.

bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

19.

met welke zintuigen in je oog kun je bij heel weinig licht toch wat zien

a)

pupil

b)

kegeltjes

c)

staafjes

20.
Welk antwoord is géén gehoorbeentje?
a)
Aambeeld
b)
Zadel
c)
Hamer
d)
Stijgbeugel
21.
Vanaf welke geluidssterkte kan je gehoorschade oplopen?
a)
20 decibel
b)
40 decibel
c)
80 decibel
d)
100 decibel
22.

welk onderdeel wordt er als eerst bereikt wanneer de trilling van de lucht je gehoorgang binnen is gekomen?

a)

gehoorbeentjes

b)

trommelvlies

c)

slakkenhuis

d)

venster

23.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Keelholte
b)
Gehoorgang
c)
Trommelholte
24.
Bij welk zintuig hoort deze afbeelding?
a)
Gehoor-zintuig
b)
Gezichts-zintuig
c)
Reuk-zintuig
d)
Smaak-zintuig
25.
Hoe noem je de bovenste laag van de huid?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
26.

Bekijk de afbeelding.


Bekijkt deze persoon een object van dichtbij of veraf?

Is de accommodatiespier gespannen of ontspannen?

a)

Veraf | Accommodatiespier ontspannen

b)

Veraf | Accommodatiespier aangespannen

c)

Dichtbij | Accommodatiespier ontspannen

d)

Dichtbij | Accommodatiespier aangespannen

27.

In welke volgorde beweegt een trilling de gehoorbeentjes in her oor?

a)

Hamer --> Aambeeld --> Stijgbeugel

b)

Aambeeld --> Stijgbeugel --> Hamer

c)

Stijgbeugel --> Hamer --> Aambeeld

d)

Aambeeld --> Hamer --> Stijgbeugel

28.

Welke volgorde is de juiste?

a)

Prikkel --> zintuig --> impuls --> zenuw --> hersenen --> impuls --> zenuw

b)

Zintuig --> prikkel --> impuls --> hersenen --> zenuw

c)

Prikkel -> impuls --> zenuw --> hersenen --> zenuw --> impuls

d)

Zintuig --> impuls --> hersenen --> zenuw --> impuls