wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

RepGT4 hst9

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Heb je een rekenmachine bij de hand?

Je Binas?

Je naam zojuist herkenbaar ingetoetst? (zo niet start maar opnieuw)

Kan je het plaatje zien? Zo, niet probeer de toets dan op een andere computer.

a)

tuurlijk,... k kan heust wel iets goed doen

b)

nee

c)

ja, ze liggen op 1,5 meter afstand

2.

Welk onderdeel gebruik je in een schakeling van een automatische thermometer.

a)

LDR

b)

Relais

c)

NTC

d)

KTC

3.

Bekijk de kleurcode kaart, welke waarde heeft de weerstand met de kleurcode rood - groen - bruin - goud

a)

250Ω + 5%

b)

25Ω + 5%

c)

251Ω + 5%

4.

Bekijk de kleurcode kaart, welke waarde heeft de weerstand met de kleurcode goud - rood - blauw - oranje

a)

26000Ω + 5%

b)

3600Ω + 5%

c)

263Ω + 5%

d)

362Ω + 5%

5.

Drie weerstanden van 50 Ω staan in Serie met elkaar. Bereken de vervangingsweerstand.

a)

0,06Ω

b)

16,7Ω

c)

150

d)

150Ω

6.

Op een gelijkspanningsbron sluiten is een lampje aangesloten in serie met een draadweerstand. De lengte van de draad is instelbaar door een aansluitpunt te verplaatsen.

welk schakelschema is de juiste?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

7.

Met welke formule kan je de stroomsterkte uitrekenen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

U = PRU\ =\ \frac{P}{R}

b)

U = P X I

c)

I = PUI\ =\ \frac{P}{U}

d)

I = URI\ =\ \frac{U}{R}

8.

Twee weerstanden zijn parallel geschakeld. De ene heeft een weerstand van 100Ω, de andere van 40Ω.

Schat de juiste waarde in (10 sec de tijd)

a)

29Ω

b)

140Ω

c)

4000Ω

9.

Bereken de waarde van vervangingsweerstand.

a)

26,7Ω

b)

80Ω

c)

260Ω

d)

1260Ω

10.

Wat gebeurd er met het relais als er een geleidende vloeistof in het bekerglas komt.

a)

Er komt kortsluiting

b)

Niks

c)

Hij wordt magentisch

d)

Hij gaat licht geven

11.

Geef aan of de lamp wel of niet gaat branden

a)

Ja

b)

Nee

12.

De vloeistof en het relais geven samen een weerstand van 25 Ohm. Bereken de stroomsterkte door het relais.

a)

I = 0,25 A

b)

I = 0,25 V

c)

I = 0,1 V

d)

I= 0,1 A

e)

U = 0,1 A

13.

Je ziet hier een

a)

Batterij

b)

LED

c)

Condensator

d)

Transistor

14.

Wat betekend de C in deze tekening

a)

Niks

b)

Container

c)

Condensator

d)

Collector

15.

Als er veel licht op de LDR valt, gaat de zoemer dan wel of niet af.

a)

Ja

b)

Nee