wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 3 H4 Conflicten §2

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke zin is juist?

a)

Elk volk in een staat heeft een eigen territorium.

b)

Een staat is een gebied waar één volk een territorium heeft.

c)

Het territorium van een volk valt niet altijd samen met de staatsgrens.

d)

Een volk zonder eigen territorium is geen volk.

2.

Welk begrip past bij deze zin.

De wens om onafhankelijkheid van een volk met een eigen taal en godsdienst.

a)

regionalisme

b)

territorium

c)

separatisme

d)

internationalisme

3.

Welk begrip past bij deze zin.

'We eisen onderwijs in onze eigen taal!'

a)

nationalisme

b)

separatisme

c)

regionalisme

4.

Bekijk de afbeeldingen. Welke situatie pas bij de omschrijving.

'In Finland woont een grote Zweedssprekende minderheid.

a)
b)
c)
5.

Bekijk de afbeeldingen. Welke situatie pas bij de omschrijving.

'Albanezen wonen in Kosovo en in Albanië'

a)
b)
c)
6.

Bekijk de afbeeldingen. Welke situatie pas bij de omschrijving.

'In IJsland wonen vooral IJslanders.'

a)
b)
c)
7.

Bekijk de afbeeldingen. Welke situatie pas bij de omschrijving.

'In de VS, maar ook in Nederland en in Iran wonen groepen Armeniërs, die gevlucht zijn na de genocide in 1918.'

a)
b)
c)
8.

De meeste conflicten komen voor in...

a)

de islamitische wereld, de Verenigde Staten en sub-Sahara Afrika.

b)

de islamitische wereld, Europa en Zuidoost-Azië.

c)

de islamitische wereld, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika.

d)

de islamitische wereld, sub-Sahara Afrika en Zuidoost-Azië.

9.

Bij welk conflict gaat het om een internationaal conflict;

a)

Sudan sinds 2004

b)

Afghanistan in 2001

c)

China

d)

Libië in 2011

10.

In de krant staat boven een artikel de kop: ‘Quechua-indianen eisen onderwijs in eigen taal’. Hier

is sprake van:

a)

nationalisme

b)

regionalisme

c)

territorialisme

d)

separatisme

11.

Fries is een eigen taal binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Dit is een voorbeeld van

a)

nationalisme

b)

regionalisme

c)

separatisme

d)

territorialisme

12.

Wat is een burgeroorlog?

a)

Een oorlog waarbij vooral burgerslachtoffers vallen

b)

Een oorlog waarin burgers tegen elkaar strijden

c)

Een oorlog zonder extreem veel gewapend geweld

d)

Een oorlog tussen bevolkingsgroepen in een land

13.

Welke stelling is waar

a)

Elk volk heeft een eigen territorium

b)

Elk volk heeft een eigen staat

c)

In elke staat woont één volk

d)

Friezen zijn een volk

e)

Er zijn meer staten dan volkeren

14.

Welke stelling is juist

a)

Een internationaal conflict kan zich uitbreiden tot over de landgrenzen en wordt dan een regionaal conflict.

b)

Bij een intern conflict vluchten vluchtelingen naar het buitenland, hierdoor wordt het een internationaal conflict.

c)

Een intern conflict, zoals een drugsoorlog gaat soms ook over de grenzen en dan wordt het een regionaal conflict.

d)

Een regionaal conflict is altijd eerst een intern conflict geweest.

15.

Beoordeel de twee stellingen:

1 'Op den duur zal er voor elk volk een staat zijn.'

2 'Als een staat een territorium heeft, is er sprake van één volk.'

a)

1 is juist en 2 is onjuist

b)

2 is juist en 1 is onjuist

c)

beide zijn juist

d)

beide zijn onjuist