wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

OB - Literaire begrippen

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Juist of onjuist? In een chronologisch verhaal wordt het verhaal van begin tot eind in de juiste volgorde verteld.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Wat zijn open plekken?

a)

Beschrijvingen van uitgestrekte locaties in het boek

b)

Plekken in het verhaal die vragen oproepen bij de lezer

c)

Verhalen met een open einde

3.

Wat is geen techniek om spanning op te roepen?

a)

vooruitwijzing

b)

historische tijd

c)

cliffhangers

d)

informatievoorsprong

4.

Welk begrip herken je? De schrijver laat de lezer meer weten dan het personage.

a)

Vertraging

b)

Informatievoorsprong

c)

Verdichting

d)

Informatieversnelling

5.

Welk begrip past bij de uitleg? De tijd die verstrijkt binnen een verhaal.

a)

historische tijd

b)

vertelde tijd

c)

flashback

6.

Welk type personage herken je? Dit personage blijft oppervlakkig en heeft in het verhaal maar één opvallende eigenschap.

a)

round character

b)

flat character

7.

Hoe noemen we het perspectief van de alwetende verteller?

a)

Auctoriaal

b)

Personaal

c)

Belevend ik

d)

Vertellend ik

8.

¨...maar later op die dag zou hij enorme spijt krijgen van deze beslissing.¨ Dit is een voorbeeld van een ....

a)

cliffhanger

b)

vertraging

c)

vooruitwijzing

d)

tijdverdichting

9.

¨...Hij keek om zich heen en keek recht in de ogen van een oude bekende. Een klap volgde en daarna werd alles zwart...¨ Dit is een voorbeeld van een ....

a)

cliffhanger

b)

vertraging

c)

vooruitwijzing

d)

tijdverdichting

10.

Bij welk perspectief kun je je het beste inleven?

a)

auctoriaal perspectief

b)

personaal perspectief

c)

ik-perspectief

11.

Welke soorten term voor de verschillende soorten spanning gebruiken we niet?

a)

actiespanning

b)

psychologische spanning

c)

spanningsboog

12.

Wat is een verhaalmotief?

a)

Het is een terugkerend element in een verhaal.

b)

Het geeft in een of twee zinnen aan waar het in het verhaal om draait.

c)

Het is de manier waarop een verhaal aan de lezer wordt verteld.

13.

Wat is een synoniem voor het thema van een verhaal?

a)

Grondmotief

b)

Ruimte

c)

Setting

d)

Moraal