wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Diffusie en osmose 4(1h) GO!

Total questions: 10

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Waar is de concentratie aan kleurstof het laagst?

a)

Op de bodem van het glas.

b)

In de kleurstof zelf.

c)

Aan het wateroppervlak van het glas.

d)

In het midden van het glas.

2.

Deze afbeelding is een voorbeeld van _____ .

a)

Osmose omdat de opgeloste stof zich verplaatst

b)

Osmose omdat de opgeloste stof en het oplosmiddel zich verplaatsen

c)

Diffusie omdat alleen de opgeloste stof zich verplaatst

d)

Diffusie omdat de opgeloste stof en het oplosmiddel zich verplaatsen

3.

Wat zijn de verschillen tussen diffusie en osmose?

a)

Bij duffusie gebeurt het transport van het oplosmiddel, bij osmose wordt de opgeloste stof getransporteerd.

b)

Bij osmose zal het oplosmiddel zich verplaatsen maar bij diffusie ook de opgeloste stof.

c)

Bij osmose kunnen niet alle stoffen door het membraan, bij diffusie wel.

d)

Het transport van een hoge naar een lage concentratie aan opgeloste stoffen komt voor bij diffusie, het omgekeerde bij osmose.

e)

Bij diffusie zal het transport van een lage naar een hoge concentratie aan opgeloste gebeuren, bij osmose het omgekeerde.

4.

Wanneer spreekt men van een semi-permeabel membraan? Als het membraan ...

a)

alle stoffen doorlaat

b)

enkel water doorlaat

c)

sommige stoffen wel en andere niet doorlaat

d)

rond een dierlijke cel zit

5.

Welke rode bloedcel hoort in welke beker?

a)

1A-2B-3C

b)

1A-2C-3B

c)

1B-2A-3C

d)

1B-2C-3A

e)

1C-2A-3B

6.

(bron figuur https://www.natuurmonumenten.nl/kinderen/van-kikkerdril-tot-kikker)

Als je kikkerdril (eieren van de kikker) dat je gevonden hebt in een vijvertje in je zoutwateraquarium zou plaatsen, wat zal er dan met de eitjes gebeuren?

a)

De eitjes drogen uit

b)

zout zal de eitjes verlaten

c)

de eitjes barsten

d)

water zal de eitjes niet in- of uitgaan

7.

juist of fout: Osmose is het proces waarbij stoffen door een semi-permeabel membraan worden uitgewisseld.

a)

fout, er worden enkel stoffen de cel in getransporteerd

b)

juist

c)

fout, enkel het oplosmiddel wordt uitgewisseld

d)

fout, enkel de opgeloste stof wordt uitgewisseld

8.

Diffusie gaat net zolang door totdat ...

a)

er een homogeen mengsel bekomen wordt

b)

het mengsel heterogeen is

c)

de druk in en uit de cel gelijk is

d)

de cel vol is

9.

juist of fout: De snelheid van diffusie en van osmose zal toenemen als de temperatuur verhoogt wordt.

a)

juist, omdat alle moleculen sneller gaan bewegen door toenemende temperatuur

b)

fout, omdat dit enkel geldt voor diffusie

c)

fout, omdat het bij osmose omgekeerd is

d)

juist, omdat bij diffusie en osmose dezelfde stoffen getransporteerd worden.

10.

Tijdens een experiment wordt een dialyseslang ( = semi-permeabel membraan) gevuld met een waterige oplossing die 3% zetmeel en 3% glucose bevat. Daarna wordt deze in een beker met gedemineraliseerd water gelegd (zie afbeelding). Na 3 uur wordt er een waarneming gedaan. Wleke uitspraak past bij deze waarneming?

a)

Water verplaatst zich via osmose van de beker doorheen de dialyseslang.

b)

De concentratie aan zetmeel en glucose is gelijk, zowel in de dialyseslang als in de beker.

c)

Zetmeel moleculen verplaatsen zich doorheen de dialyseslang naar de beker.

d)

Water verplaatst zich via diffusie doorheen de dialyseslang naar de beker.