wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4.1 en 4.2. H2X

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord hoort bij dit plaatje?

a)

Pruiken

b)

Buitenhuis

c)

Transportrevolutie

d)

Armoede

2.

Waarom droegen mannen pruiken in de 18e eeuw?

a)

Het was de laatste mode

b)

Mannen waren in de 18e eeuw op jonge leeftijd al kaal

c)

Op die manier konden zij hun macht en rijkdom tonen

d)

Op die manier lieten zij zien dat ze uit Frankrijk kwamen

3.

Over welke eeuw gaat de pruikentijd?

a)

17e eeuw

b)

18e eeuw

c)

19e eeuw

d)

16e eeuw

4.

Aan welke landen verloor Nederland zijn economische koppositie?

a)

Engeland, Schotland en ook Frankrijk

b)

Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk

c)

Frankrijk en Spanje

d)

Spanje, Portugal en Italië

5.

Welke drie standen had je in Frankrijk? Kies de juiste volgorde.

a)

Eerste stand: geestelijkheid. Tweede stand: adel. Derde stand: burgers en boeren.

b)

Eerste stand: adel. Tweede stand: geestelijkheid. Derde stand: burgers en boeren.

c)

Eerste stand: boeren en burgers. Tweede stand: geestelijkheid. Derde stand: adel

d)

Er was geen standenmaatschappij in Frankrijk maar in Engeland.

6.

Welke verlichte denker staat bekend om zijn uitspraak: 'durf te weten!'

a)

Voltaire

b)

Kant

c)

Montesquieu

d)

Rousseau

7.

Wat betekent ''verlichting'' eigenlijk?

a)

Dat de elektriciteit werd uitgevonden en er overal verlichting kwam

b)

Het idee dat mensen met het verstand (de ratio) alles konden begrijpen en verklaren.

c)

Dat mensen niet meer geloven in God

d)

Dat mensen in opstand komen.

8.

Wat was een belangrijk doel van de Verlichting?

a)

Om de mens en maatschappij beter te begrijpen en daardoor de wereld en het leven te verbeteren.

b)

Om mensen bewust te worden dat ze slim zijn en dat ze niet verlegen moeten zijn.

c)

Dat mensen aan zichzelf moeten denken.

d)

Dat de kerk en de koning belangrijke zaken zijn in het leven van de mensen.

9.

Wat vonden verlichte denkers over het geloof?

a)

Het geloof is slecht voor het verstand van mensen.

b)

Iedereen moet kunnen geloven wat hij/zij wil. Er moet dus tolerantie komen op godsdienstig gebied.

c)

Het geloof bestaat niet.

d)

De kerk moet bepalen hoe mensen moeten geloven. De kerk heeft de waarheid in handen.

10.

Voltaire stelde zich God voor als een klokkenmaker. Wat betekent dat?

a)

Dat God heel knap de aarde heeft gemaakt, maar dat de tijd ooit zal stilstaan.

b)

Dat God heel knap de aarde heeft gemaakt, maar dat voor iedereen de tijd komt om ooit te sterven.

c)

Dat God heel knap de aarde heeft gemaakt, maar net als een klok liep de wereld nu vanzelf. God grijpt dus niet in op aarde.

d)

Dat God heel knap de aarde heeft gemaakt en ieder mens een gevoel van tijdsbesef heeft gegeven.

11.

Hoe noemen we de stroming van mensen die dachten dat er helemaal geen god is?

a)

Deïsme

b)

Atheïsme

c)

Creatisme

d)

Nietsisme

12.

Wat is GEEN belangrijk ideaal van een verlichte denker?

a)

Vrijheid van godsdienst

b)

Vrijheid van meningsuiting

c)

Iedereen wordt geboren met gelijke rechten

d)

De koning moet alle macht hebben

13.

Wat betekent het begrip 'abolitionisme'?

a)

Dat iedereen vrij wordt geboren en dat ieder mens dus recht heeft op mensenrechten.

b)

Dat mensen mogen geloven wat ze willen.

c)

Een beweging die zich inzette voor het afschaffen van de slavernij en de slavenhandel.

d)

Dat meneer Roos soms tijdens de toets een etui-controle houdt.

14.

Sommige koningen vonden dat zij de macht van God hadden ontvangen. Dat vond de Britse denker John Locke onzin. Van wie kreeg volgens hem de koningen de macht?

a)

Van hun vader/moeder

b)

Van het volk

c)

Van het parlement

d)

Van zichzelf

15.

Welk systeem ontwierp de Franse denker Charles Montesquieu?

a)

De driemachtenleer (trias politica)

b)

De verrekijker

c)

de rechtsstaat

d)

de Cobra 6

16.

Hoeveel Britse kolonies waren er aan de oostkust van Noord-Amerika?

a)

dertien

b)

tien

c)

twintig

d)

zeven

17.

Welke eis hadden de Amerikaanse opstandelingen tegenover het Britse moederland?

a)

Omdat wij belasting betalen, willen we ook vertegenwoordigd zijn in het Britse parlement

b)

Wij willen belastingverlagingen

c)

Wij willen niet meer dat Groot-Brittannië met ons bemoeid.

d)

Wij willen meer land veroveren in Noord-Amerika zonder hulp van Groot-Brittannië.

18.

Wat was de Boston Tea Party?

a)

Een feestje met veel thee in Boston

b)

Als indianen verklede kolonisten smeten alle thee uit Groot-Brittannië overboord in Boston

c)

Koning Hendrik vierde zijn verjaardag in Boston

d)

Een groot feest dankzij de onafhankelijkheid van Noord-Amerika.

19.

Wat gebeurde er in het belangrijke jaartal 1776?

a)

De Boston Tea Party vond plaats

b)

Er kwam een eerste grondwet in de Verenigde Staten

c)

Het Congres nam de Onafhankelijkheidsverklaring aan

d)

Groot-Brittannië erkent de onafhankelijkheid van de VS

20.

Wie werden de ''founding fathers'' genoemd?

a)

De ontdekkers van Noord-Amerika

b)

Een protestantse groep die in Noord-Amerika het christendom verspreidde

c)

De eerste Amerikaanse leiders na het uitroepen van de onafhankelijkheid

d)

Verlichte denkers uit de Verenigde Staten

21.

In de VS kwam er wetgevende macht (parlement), uitvoerende macht (regering met president) en rechtelijke macht (rechters). Welk begrip past hier het beste bij?

a)

Verlichting

b)

Absolutisme

c)

Scheiding der machten

d)

John Locke

22.

Wat stond er in de Bill of Rights?

a)

Alle rechten van de president

b)

Alle grondrechten van de burgers, zoals vrijheid van godsdienst, eerlijk proces en het verbod op een wrede straf

c)

Dat het parlement de hoogste macht heeft en niet de president

d)

De grondwet van de VS