wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

oefentoets thema stevigheid en beweging

Total questions: 57

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Juist of onjuist: een ander woord voor botten is beenderen

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Welke persoon breekt sneller een bot als hij valt?

a)

Een baby

b)

Een kind

c)

Een volwassene

d)

Een oudere

3.

Wat is een ontwrichting?

a)

Een botbreuk

b)

Een gewrichtskogel is uit de gewrichtskom

c)

Een kapselband is opgerekt

d)

Een verzwikking

4.

Als je een spier aanspant wordt de spier:

a)

Langer en dikker

b)

Langer en dunner

c)

Korter en dikker

d)

Korter en dunner

5.

Welk bot hoort niet bij het been?

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Kuitbeen

6.

Wat is een ander woord voor ruggengraat?

a)

Wervelkolom

b)

Lendenwervel

c)

Halswervel

d)

Borstwervel

7.

Aan welke kant bij de hand zit de ellepijp vast?

a)

De duim

b)

De pink

8.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

9.

Welk orgaan wordt beschermt door het skelet?

a)

Darmen

b)

Maag

c)

Longen

d)

Luchtpijp

10.

Welke stof verdwijnt als je een bot in zoutzuur legt?

a)

Kalk

b)

Lijmstof

11.

Welke beenverbinding zit er tussen de ribben en de borstkas?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

12.

Welke beenverbinding zit er tussen de schedelbeenderen

a)

Kraakbeen

b)

Vergroeiiing

c)

Naadverbinding

d)

Gewricht

13.

Welk deel van het gewricht zorgt ervoor dat deze goed op zijn plek blijft?

a)

Laagje kraakbeen

b)

Kapselbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Gewrichtskogel

14.

Welke spier werkt samen met de buikspier?

a)

De armstrekspier

b)

De armstrekspier

c)

De rugspier

d)

De voorste scheenbeenspier

15.

Waarmee zit een spier vast aan het bot?

a)

Kapselband

b)

Aanhechtingsplaats

c)

Spier

d)

Pees

16.

Welke vorm heeft de ruggengraat?

a)

Dubbele S vorm

b)

Enkele S vorm

c)

Dubbele C vorm

d)

Enkele C vorm

17.

Spierkramp is:

a)

Erge spierpijn

b)

Het samentrekken van je spiervezels

18.
Wat is een antagonist?
a)
Een extra sterke spier, die je lichaam inzet als je vermoeid bent. 
b)
Spieren die gelijktijdig samentrekken
c)
Spieren die zowel buigen als strekken
d)
Spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft
19.
Een zweepslag is..
a)
Een spierscheur in je kuit
b)
Een spierscheur in je knie
c)
Een spierscheur in je arm
d)
Een spierscheur in je bovenbeen
20.
Als de gewrichtskogel uit de gewrichtskom schiet, spreken we van
a)
een verzwikking
b)
een kneuzing
c)
een botbreuk
d)
een ontwrichting
21.
RSI krijg je door
a)
te sterke beweging te maken
b)
steeds dezelfde beweging te maken
c)
geen beweging
22.

Bot nummer 2 is het ...

a)

Heupbeen

b)

Schouderblad

c)

Schedel

d)

Opperarmbeen

23.

Nummer 7 zijn.....

a)

Teenkootjes

b)

Vingerkootjes

c)

Middenhandsbeentjes

d)

Middenvoetsbeentjes

24.

Nummer 24 is

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Schouderblad

d)

Sleutelbeen

25.

Nummer 12 is ...

a)

Dijbeen

b)

Spaakbeen

c)

Kuitbeen

d)

Scheenbeen

26.
Wat is je borstkas
a)
ribben + been + schedel
b)
borstbeen + been + ribben
c)
ribben + borstwervels + borstbeen
d)
borstwervels + ribben + been
27.

Wat betekent nummer 4?

a)

Borstwervels

b)

Lendenwervels

c)

Heiligbeen

d)

Staartbeen

28.
Nummer 2 is de?
a)
gewrichtskogel
b)
gewrichtskom
c)
gewrichtssmeer
d)
kraakbeenlaagje
29.

wat zijn voorbeelden van een beenvergroeiing?

a)
b)
c)
d)
30.

Gewricht B is een

a)

Scharniergewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Zadelgewricht

d)

Kraakbeengewricht

e)

Rolgewricht

31.

Gewricht E is een

a)

Scharniergewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Zadelgewricht

d)

Kraakbeengewricht

e)

Rolgewricht

32.

In de wervelkolom zitten vergroeiingen en kraakbeengewrichten

a)

juist

b)

Niet juist

33.

Welk type gewricht zie je op deze tekening?

a)

rolgewricht

b)

kogelgewricht

c)

zadelgewricht

d)

scharniergewricht

34.

Hoe heet het blauwe bot in deze tekening?

a)

scheenbeen

b)

dijbeen

c)

middenvoetsbeen

d)

opperarmbeen

35.

Welk type weefsel zie je op de foto?

a)

Spierweefsel

b)

Kraakbeenweefsel

c)

Beenweefsel

d)

Bindweefsel

36.

Piet legt een kippenboutje een paar uur in verdund zoutzuur. Nadat hij het kippenboutje eruit gehaald heeft, bestudeert hij het aandachtig.

Wat neemt Piet waar en waardoor is dit veroorzaakt?

a)

Het kippenboutje is buigzaam doordat de lijmstof is opgelost.

b)

Het kippenboutje is buigzaam doordat de kalkzouten opgelost zijn.

c)

Het kippenboutje is breekbaar doordat de kalkzouten opgelost zijn.

d)

Het kippenboutje is breekbaar doordat de lijmstof opgelost is.

37.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Topganger

b)

Zoolganger

c)

teenganger

38.

Dit is een voorbeeld van een

a)

teenganger

b)

topganger

c)

zoolganger

39.

Welke beenverbinding zit er tussen de schedelbeenderen

a)

Kraakbeen

b)

Vergroeiiing

c)

Naadverbinding

d)

Gewricht

40.

Welk deel van het gewricht zorgt ervoor dat deze goed op zijn plek blijft?

a)

Laagje kraakbeen

b)

Kapselbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Gewrichtskogel

41.
Welke vorm zorgt ervoor dat de wervelkolom schokken kan opvangen?
a)
Golvende vorm
b)
Dubbele s-vorm
c)
Scoliose
42.

Wat is fout aan deze manier van 'werken'?

a)

Hij doet twee bewegingen tegelijk, namelijk tillen en draaien met de rug.

b)

Hij staat voor zijn last.

c)

Hij verplaatst zijn voeten niet tijdens het draaien van de last.

43.

Welke zin klopt het best bij deze afbeelding?

a)

Als ik een tip mag geven... Neem de last (= het kind) dicht bij je lichaam, want dat is minder belastend voor je rug.

b)

Hier geen tip nodig, want je doet het prima. Je hebt een stevig steunvlak en je rug is mooi in één lijn.

c)

Als ik een tip mag geven... Laat het kind zelf langs je benen omhoog klimmen.

44.
Welk type weefsel is dit?
a)
Beenweefsel
b)
Kraakbeenweefsel
c)
Tussencelstrof
d)
Zwakbeenweefsel
45.

Lijmstof verbrandt in een vlam

a)

Juist

b)

Onjuist

46.

De onderdelen van je lichaam zijn:

a)

romp, hoofd en ledematen

b)

romp

c)

hoofd en ledematen

d)

ledematen en romp

47.
wat zijn de bestanddelen van bot
a)
lijmstof
b)
kalkstof
c)
lijmstof en kalkstof
d)
secondelijm
48.
Je hart is een ...
a)
willekeurige spier
b)
onwillekeurige spier
49.
Welke verandering treedt er op in de spieren als je door training sterker wordt?
a)
De spiervezels worden dikker
b)
Er worden nieuwe spiervezels aangemaakt
c)
De spiervezels worden langer
d)
De pezen worden steviger
50.

In de afbeelding hieronder staan tekeningen van drie soorten weefsel weergegeven. Welke tekening geeft het weefsel weer waarin het medicijn als eerste terechtkomt als het intramusculair wordt toegediend? Intramusculair wil zeggen in een skeletspier.

a)

R

b)

S

c)

T

51.

Ali was heel goed in het doen van de bottle flip. Hij heeft dit al een jaar niet meer gedaan. Maar na een paar keer oefenen landen alle flesjes weer op zijn kop. Zijn broertje wil het ook kunnen maar na twee dagen oefenen is het hem nog maar 1x gelukt. Hoe kan het, dat Ali het na een jaar niet te hebben gedaan, het toch weer lukt?

a)

Dat is gewoon mazzel

b)

Zijn coördinatie is heel goed, dat van zijn broertje niet

c)

De beweging is opgeslagen in Ali zijn motorische geheugen

d)

Na een paar keer oefenen is zijn conditie weer hetzelfde als een jaar geleden

52.
Een blessure die optreedt als je te zwaar en te lang een zelfde beweging uitvoert, noem je een ...
a)
Overbelasting
b)
Ontwrichting
c)
Kneuzing
d)
Botbreuk
53.
Bij een verstuiking ...
a)
zijn de gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel te ver uitgerekt en/of gescheurd.
b)
is de gewrichtsknobbel uit de kom.
c)
is het kraakbeen gescheurd.
d)
hebben de spieren een flinke klap gekregen.
54.

Hoe noemt dit deel van het skelet?

a)

Ellepijp

b)

Vingerkootje

c)

Middenhandsbeentje

d)

Handwortelbeentje

55.

Welk been zorgt voor het opvangen van het gewicht bij elke stap die we zetten?

a)

Hielbeen

b)

Voetwortelbeen

c)

Middenvoetsbeen

56.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
57.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 6?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen