Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3HA - Verbanden tussen variabelen

Total questions: 23

Worksheet time: 1hrs 9mins

Name
Class
Date
1.

In de vergelijking  y=3x+16y=3x+16  is x ...

a)

de afhankelijke variabele

b)

de onafhankelijke variabele

2.

De grafiek van  p=15s+0.3p=15s+0.3  is een

a)

parabool

b)

hyperbool

c)

rechte

d)

cirkel

3.

Hoeveel kosten 58 kaartjes als je weet dat:
 p=15n+3p=15n+3  
 pp  = de prijs
 nn  = het aantal kaartjes

a)

915

b)

873

c)

837

d)

519

4.

Welke grafiek toont hier een lineair verband?

a)

1

b)

2

c)

3

5.

Je ziet hier 3 formules. Welke formule staat voor een kwadratisch verband?

a)

1

b)

2

c)

3

6.

Je ziet drie grafieken. Welke grafiek laat een kwadratisch verband zien?

a)

eerste grafiek (linker)

b)

tweede grafiek (midden)

c)

derde grafiek (rechter)

7.

Welke formule is hier een lineair verband?

a)

1

b)

2

c)

3

8.

Welke formule laat een parabool zien als je deze zou tekenen?

a)

1

b)

2

c)

3

9.

Welke formule(s) stelt hier een kwadratisch verband voor?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

10.

Karin heeft een baantje. Hierbij hoort de formule:

inkomsten in € = 6 x tijd in uren + 3


Welke beweringen zijn waar?

a)

de eenheden zijn inkomsten en tijd.

b)

de variabelen zijn inkomsten en tijd

c)

Karin verdient 6 euro per uur

d)

Karin verdient 3 euro per uur.

e)

Karin krijgt een vast bedrag van 6 euro per uur.

11.

Welke formule hoort bij de tabel?

a)

l = 20 + 30 t

b)

t = 20 + 30 l

c)

t = 50 + 30 l

d)

l = 50 + 30 t

e)

l = 80 + 30 t

12.

Welke formule hoort bij de grafiek?

a)

inkomsten = 700 - 100 t

b)

inkomsten = 100 + 100 t

c)

inkomsten = 100 + 20 t

d)

inkomsten = 100 + 5 t

13.

Bij een kwadratisch verband hoort de formule:

h = − 0,6 a2 + 1,6

Bereken h bij a = -2

a)

4

b)

-0,8

c)

2,8

d)

-4

14.

Tot haar 18e is de lengte van Heleen te berekenen met een formule.

l = lengte in cm.

t = jaren vanaf de geboorte.

Bereken de lengte van Heleen op een leeftijd van 10 jaar.

a)

134 cm

b)

108 cm

c)

328 cm

d)

146 cm

15.

Wat voor verband hoort bij deze tabel

a)

omgekeerd evenredig verband

b)

recht evenredig verband

16.

Welke formule geeft een omgekeerd evenredig verband weer?

a)

y=ax+b

b)

y=ax

c)

x.y=a

d)

y=ax2

e)

y=a

17.

Welke formule geeft een verband van de eerste graad weer?

a)

y=ax+b

b)

y=ax

c)

x.y=a

d)

y=ax2

e)

y=a

18.

Welk verband? (meest correcte benaming)

a)

Lineair verband

b)

Recht evenredig verband

c)

Omgekeerd evenredig verband

d)

Kwadratisch verband

e)

Constant afhankelijk verband

19.

Een hyperbool hoort bij

a)

Lineair verband

b)

Recht evenredig verband

c)

Omgekeerd evenredig verband

d)

Kwadratisch verband

e)

Constant afhankelijk verband

20.

Welk verband?

a)

Lineair verband

b)

Recht evenredig verband

c)

Omgekeerd evenredig verband

d)

Kwadratisch verband

e)

Constant afhankelijk verband

21.

wat hoort niet bij een kwadratisch verband

a)

 y=ax2y=ax^2  

b)

Hyperbool

c)
d)

parabool 

22.

Wat is een voorbeeld van een rechtevenredig verband?

a)

y=5x−2y=5x-2

b)

y=0x−2y=0x-2

c)

y=5xy=5x

d)

x.y=5x.y=5

23.

Wat hoort niet bij deze grafiek:

a)

Hyperbool

b)

Het product van x en y is een constante

c)

kwadratisch verband

d)