Worksheetsvectoren
Total questions: 10
Worksheet time: 3hrs 30mins
Name
Class
Date
1.
M, N, P & Q zijn de middens van de zijden van parallellogram ABCD. Welke uitspraak is niet waar?
a)
−MB = PD
b)
BS = NP
c)
SA = SC
d)
NP = −DS
2.
Evenwijdige vectoren zijn vectoren die dezelfde (a) hebben.
3.
AA =BB =o , noemen we de ...
(a)
4.
Gelijke vectoren kunnen steeds verbonden worden door 1 of 2 (a)
5.
De vector AB noemen we de (a) vector van vector BA
6.
Welke van de uitspraken is niet waar?
a)
BA = EA + BE
b)
CE = CB+ AB
c)
CB = DB + DC
7.
Welke som is niet juist?
a)
XE + EY = XY
b)
XE−YE=XY
c)
XY=XG + YG
8.
DE+....=DF Welke vector komt op de stippellijn?
a)
FE
b)
EF
c)
FD
d)
FD
9.
PO =QO+... Welke vector komt op de stippellijn?
a)
OP
b)
QP
c)
PQ
10.
AB =BA want ze hebben een andere ...
a)
zin
b)
grootte
c)
richting
100 %
