WorksheetsSPQR 1.2 Zinnetjes met nom en acc
Total questions: 10
Worksheet time: 50mins
Femina servum audit.
De vrouw hoort de slaaf.
De vrouw hoort de slaven.
De slaaf hoort de vrouw.
De slaaf hoort de vrouwen.
Servum femina videt.
De vrouw ziet de slaaf.
De vrouw ziet de slaven.
De slaaf ziet de vrouw.
De slaaf ziet de vrouwen.
Regem servus timet.
De koning vreest de slaaf.
De koning vreest de slaven.
De slaaf vreest de koning.
De slaaf vreest de koningen.
Rex servos necat.
De koning doodt de slaaf.
De koning doodt de slaven.
De slaaf doodt de koning.
De slaven doden de koning.
Pueri feminas vocant.
De jongen roept de vrouw.
De jongens roepen de vrouwen.
De vrouwen roepen de jongens.
De vrouw roept de jongen.
Matrem servi vident.
De slaven zien moeder.
De slaaf ziet moeder.
Moeder ziet de slaaf.
Moeder ziet de slaven.
Servum videt.
De slaaf ziet.
Hij ziet de slaaf.
De slaven zien.
Hij ziet de slaven.
Patrem filius vocat.
De zoon roept vader.
Vader roept de zoon.
De vaders roepen de zoon.
De vaders roepen de zonen.
Regem timent.
De koningen zijn bang.
Zij zijn bang voor de koning.
De koning is bang.
Hij is bang voor de koning.
Femina mandata dat.
De vrouw geeft een opdracht.
De vrouw geeft opdrachten.
De vrouwen geven een opdracht.
De vrouwen geven opdrachten.
