wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nevelrefractie 2A

Total questions: 24

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Je begin visus is 0.3, met welk glas begin je de meting?

a)

S -2,00 dpt

b)

S +0,50 dpt

c)

S +1,00 dpt

d)

S +2,00 dpt

2.

Welke stap komt er na het bepalen van HG/HV bij sterk nevelen?

a)

Brandlijncontrole met S+1.00/+2.00/+3.00.

b)

Nevelen

c)

Vlijen

d)

Voorkeursrichting bepalen op de stralenkrans.

3.

Welke vorm van astigmatisme heeft het oog als het geneveld is?

a)

Enkelvoudig hypermetroop astigmatisme

b)

Enkelvoudig myoop astigmatisme

c)

Samengesteld hypermetroop astigmatisme

d)

Samengesteld myoop astigmatisme

4.

De graad van ametropie is S +1.50 = C +1.00 as 70. In welke richting staat de achterste brandlijn?

a)

115 graden

b)

160 graden

c)

25 graden

d)

70 graden

5.

Bij de brandlijncontrole wordt de voorkeursstreep zwarter bij het voorhouden van S+2.00. Wat moet je doen?

a)

1. Glas geven. 2. Opnieuw +1.00/+2.00/+3.00 voorhouden. 3. Vlijen.

b)

1. Glas niet geven. 2. Terug naar optotypen 3. Opnieuw HG/HV.

c)

1. Glas geven. 2. Terug naar optotypen. 3. Vlijen.

d)

1. Glas niet geven. 2. Vlijen. 3. Nieuwe voorkeur bepalen.

6.

Bij HG/HV heeft de klant een visus van 0.5, welke cilinder kan je verwachten?

a)

C -1,25 dpt

b)

C -2,50 dpt

c)

C -1,75 dpt

d)

C -0,75 dpt

7.

Welke cilinder plaats je minimaal bij sterk astigmatisme?

a)

C -0,50 dpt

b)

C -1,50 dpt

c)

C -2,00 dpt

d)

C -2,50 dpt

8.

Je wilt het nevelglas er uit refractioneren. Bij het voorhouden van S -0.25 geeft de klant aan geen verschil te zien. Wat moet je nu doen?

a)

Cilinderglas eruit halen, terug naar de stralenkrans, opnieuw HG/HV controleren.

b)

Doorgaan naar de rood – groen proef.

c)

Glas geven tot het slechter wordt.

d)

Terug naar de optotypen, nevelglas eruit halen, opnieuw HG/HV controleren.

9.

Bij de rood-groen proef geeft de klant aan een voorkeur voor rood te hebben. Wat moet je nu doen?

a)

Niets doen, we hebben liever voorkeur rood dan groen.

b)

S +0.25 voorhouden en kijken of de voorkeur gelijk wordt.

c)

S -0.25 geven tot de voorkeur gelijk wordt.

d)

S -0.25 voorhouden en controleren op de letters.

10.

Bij de rood – groen proef geeft de klant aan geen voorkeur te hebben, wat doe je nu?

a)

Niets, je bent klaar met de oogmeting.

b)

Je houdt S +0.25/-0.25 voor om dit te controleren.

c)

Je houdt S +0.25 voor en je controleert of groen beter wordt.

d)

Je houdt S -0.25 voor en controleert dit op de letters.

11.

Je voert de 2e nevelcontrole uit. Alles wordt zwarter. Mogen we dit glas geven?

a)

Ja, maar we controleren het daarna wel op de letters.

b)

Ja, wanneer het beter wordt moet je het geven.

c)

Nee, het is een controleglas.

d)

Nee, want het oog is geneveld, dus moeten we het nog controleren met S -0.50.

12.

Wat is de 4e stap bij het stappenplan van “sterk nevelen”?

a)

Brandlijncontrole

b)

Hoogste glas/ hoogste visus bepalen

c)

Nevelen met S +0,50 dpt

d)

Voorkeursrichting bepalen

13.

Welke vorm van astigmatisme heeft dit oog?

a)

Enkelvoudig hypermetroop astigmatisme

b)

Enkelvoudig myoop astigmatisme

c)

Samengesteld hypermetroop astigmatisme

d)

Samengesteld myoop astigmatisme

14.

Welke cilinder plaats je als eerste in bij een visus van 0.9 bij HG/HV?

a)

C -0.25 dpt.

b)

C -0.50 dpt.

c)

C -0.75 dpt.

d)

C -1.00 dpt.

15.

Waarom willen we omslag krijgen bij het corrigeren van de cilinder sterkte?

a)

Om de voorkeur gelijk te krijgen aan de cilinderas.

b)

Om er voor te zorgen dat de voorste brandlijn op het netvlies komt.

c)

Zodat we weten dat we met de achterste brandlijn bezig zijn.

d)

Zodat we zeker weten dat we de juiste cilinder sterkte hebben.

16.

Je hebt een oogfoutcilinder van 1,75 dpt. Wat is de visus bij HG/HV als de maximale visus 1,0 is?

a)

0.3

b)

0.35

c)

0.65

d)

0.7

17.

Vanaf welke visus gaan we het stappenplan van Sterk nevelrefractie volgen.

a)

< 0.4

b)

< 0.5

c)

< 0.6

d)

< 0.7

18.

We hebben onderstaande situatie. Welke sterkte kunnen we verwachten aan het einde van onze refractie?

a)

S -0,50 C -0,50 as 180

b)

S -1,00 C -0,50 as 180

c)

S +0,50 C -1,00 as 180

d)

S +1,00 C -0,50 as 180

19.

Wat is de 3e stap bij het stappenplan van “sterk nevelen”?

a)

Nevelen met S +0,50 dpt

b)

Voorkeursrichting bepalen

c)

Hoogste glas/ hoogste visus bepalen

d)

Brandlijncontrole

20.

Waarvoor dienen de poten van het pijlfiguur?

a)

Om de voorkeur aan te wijzen

b)

De pijl wijst de asrichting van de cilinder aan

c)

Om de exacte asrichting te bepalen

d)

Hiermee kan je de omslag aangeven

21.

De klant geeft aan dat hij de onderste poot van het pijlfiguur het scherpst ziet. Het pijlfiguur staat dan op 75°. Je draait het pijlfiguur 15° en dan zijn beide poten weer even zwart. Op welke as plaats je het cilinderglas in?

a)

50 graden

b)

90 graden

c)

140 graden

d)

180 graden

22.

Je voert de brandlijncontrole uit bij sterk astigmatisme en er ontstaat omslag bij S+1,00 dpt. Wat zijn de volgende drie stappen van de refractie die je nu uitvoert?

a)

Glas geven, Vlijen, Nevelen

b)

Glas geven, nevelen, nevelcontrole

c)

Glas niet geven, S +2,00 voorhouden, S +3,00 voorhouden

d)

Glas niet geven, terug naar HG/HV, voorkeur bepalen

23.

Welke cilinder kunnen we verwachten bij een visus van 0.9, uitgaande van een eind visus van 1.0?

a)

C -0,25

b)

C -0,50

c)

C -0,75

d)

C -1,00

24.

We zijn bezig met het stappenplan van zwak nevelrefractie. Welke stap voeren we uit bij punt 3?

a)

HG/HV

b)

Brandlijncontrole

c)

Nevelen

d)

2e Nevelcontrole