wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formuleren (hoofdstuk 4)

Total questions: 10

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

JUIST OF ONJUIST?


Naar mannelijke zelfstandige naamwoorden kun je verwijzen met hij, hem, zijn, dit en dat.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

JUIST OF ONJUIST?


Naar vrouwelijke zelfstandige naamwoorden kun je verwijzen met zij, haar, deze en die.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Vul op de puntjes het juiste verwijswoord in.


De kwaadaardige hond liet onmiddellijk ..... tanden zien en begon te grommen.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

d)

hen

4.

Vul op de puntjes het juiste verwijswoord in.


Het is duidelijk dat de burgers van Egypte zelf .... bestuurders willen kiezen.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

d)

hen

5.

Vul op de puntjes het juiste verwijswoord in.


Het meisje dat naast ons is komen wonen, heeft ..... fiets vannacht buiten laten staan.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

d)

hen

6.

Vul op de puntjes het juiste verwijswoord in.


Toen ..... het hok van de leeuwin binnenstapte, gaf de leeuwentemmer het beest meteen een stuk vlees.

a)

hem

b)

zij

c)

het

d)

hij

7.

Vul op de puntjes het juiste verwijswoord in.


De gemeente laat de bomen op dit plein omzagen, want ze wil ..... gebruiken als parkeerruimte.

a)

ze

b)

hem

c)

het

d)

haar

8.

Vul op de puntjes het juiste verwijswoord in.


Jort heeft op Marktplaats een bod gedaan op een mooie roeiboot, maar ..... bleek niet hoog genoeg te zijn.

a)

ze

b)

hem

c)

het

d)

hij

9.

In de onderstaande zin is een verwijswoord verkeerd gebruikt. Om welk woord gaat het? Verbeter dit woord!


Het oude pand op die hoek is nog prachtig, maar deze hier moet nodig gerestaureerd worden.

a)

deze --> dit

b)

deze --> zij

c)

die --> dat

d)

die --> deze

10.

In de onderstaande zin is een verwijswoord verkeerd gebruikt. Om welk woord gaat het? Verbeter dit woord!


Toen het winkelend publiek hem achterna ging, liep de dief met hun buit per ongeluk tegen de deur.

a)

hem --> haar

b)

hem --> hij

c)

hun --> zijn

d)

hun --> haar