NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsOefenen met beeldspraak
Total questions: 10
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Hij lacht als een boer die kiespijn heeft.
a)
metafoor
b)
vergelijking met als
c)
vergelijking zonder als
d)
personificatie
2.
De vijand kwam als een dief in de nacht.
a)
metafoor
b)
vergelijking met als
c)
vergelijking met van
d)
personificatie
3.
De wind fluit door de takken.
a)
personificatie
b)
vergelijking met van
c)
vergelijking zonder van
d)
metafoor
4.
Lucebert, de keizer der poëten!
a)
personificatie
b)
metafoor
c)
vergelijking met van
d)
vergelijking zonder als
5.
Zij is een reus van een vrouw.
a)
personificatie
b)
metafoor
c)
vergelijking zonder als
d)
vergelijking met van
6.
Dat schaap heeft zich laten beetnemen.
a)
personificatie
b)
metafoor
c)
vergelijking zonder als
d)
vergelijking met van
7.
De appel valt niet ver van de boom.
a)
personificatie
b)
metafoor
c)
vergelijking zonder als
d)
vergelijking met als
8.
De huizen slapen.
a)
personificatie
b)
metafoor
c)
vergelijking zonder als
d)
vergelijking met als
9.
Het bankstel zuchtte, toen mijn buurvrouw erop ging zitten.
a)
metafoor
b)
vergelijking met van
c)
personificatie
d)
vergelijking zonder als
10.
Het riviertje kabbelde vriendelijk.
a)
metafoor
b)
vergelijking met van
c)
vergelijking met als
d)
personificatie
Reset
