wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 2MH Elektriciteit

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Een batterij levert:

a)

elektrische energie.

b)

elektrische geleiding.

c)

elektrische isolatie.

d)

elektrische stroming.

2.

Fietsverlichting is aangesloten op een dynamo. In figuur 1 zie je twee manieren om het voorlicht en het achterlicht op de dynamo aan te sluiten.


B is een serie-schakeling

a)

Waar

b)

Niet Waar

3.

Fietsverlichting is aangesloten op een dynamo. In figuur 1 zie je twee manieren om het voorlicht en het achterlicht op de dynamo aan te sluiten.


B is een parallel-schakeling

a)

Waar

b)

Niet Waar

4.

Fietsverlichting is aangesloten op een dynamo. In de figuur zie je twee manieren om het voorlicht en het achterlicht op de dynamo aan te sluiten.


Op welke manier is fietsverlichting in werkelijkheid aangesloten op de dynamo, op manier A of op manier B?

a)

A

b)

B

5.

Sommige stoffen geleiden elektriciteit, andere niet. Bekijk de volgende stoffen:

goud – hout – ijzer – koper – lucht – papier – plastic – staal – zeewater.

Welke van deze stoffen zijn isolatoren?

(a)  

6.

Hoe groot is de spanning van een stopcontact?

a)

6 V

b)

110 V

c)

230 V

d)

12 V

7.

Pieter maakt deze schakeling

De lamp is aan.

Is de schakelaar dan open of gesloten?

a)

Open

b)

Gesloten

8.

Met de schakelaar wil Pieter de lamp aan- en uitdoen.

Heeft hij dan een goede schakeling gemaakt?

a)

Ja

b)

Nee

9.

Sahid zegt: ‘Bij een parallelschakeling kun je de lampjes apart aan- en uitdoen.’


Herm zegt: ‘Bij een serieschakeling kun je de lampjes apart aan- en uitdoen.’


Wie heeft gelijk?

a)

Geen van beide gelijk

b)

Allebei gelijk

c)

Sahid

d)

Herm

10.

4,7 A = … mA

a)

4,7 mA

b)

0,0047 mA

c)

47 mA

d)

4700 mA

11.

0,086 A = … mA

a)

0,086 mA

b)

0,000086 mA

c)

86 mA

d)

8600 mA

12.

675 mA = … A

a)

675 A

b)

0,675 A

c)

675000 A

d)

6,75 A

13.

2,37 mA = … A

a)

2,37 A

b)

0,237 A

c)

237 A

d)

0,00237 A

14.

In Phet ziet een parallelschakeling er zo uit:

a)
b)
c)
d)
15.

In de figuur zie je twee schakelingen.

Welke uitspraak over deze schakelingen is waar?

a)

Allebei serie

b)

Allebei parallel

c)

1 is serie, 2 is parallel

d)

1 is parallel, 2 is serie

16.

Hoe groot is de spanning die de voltmeter hieronder aangeeft?

a)

9 V

b)

0,9 V

c)

4 V

d)

4,5 V

17.

In een stroomkring is een apparaat geplaatst met een vermogen van 1,2 W. De stroomsterkte is 400 mA.


Hoe groot moet de spanning over het apparaat zijn?

a)

0,003 V

b)

3 V

c)

4,8 V

d)

4800 V

18.

Uitspraak 1: ‘In een stroomkring worden de elektronen niet verbruikt, ze geven alleen hun energie af.’

Uitspraak 2: ‘Als in een serieschakeling één lampje doorbrandt, blijven de andere lampjes aan.’

Wat is juist?

a)

Beide uitspraken zijn juist

b)

Geen uitspraken zijn juist

c)

Uitspraak 1 is juist

d)

Uitspraak 2 is juist

19.

Een lampje waarop staat 3 V / 6 W, brandt in een gesloten stroomkring erg fel en gaat na een minuut uit, omdat het lampje doorbrandt.

Wat kan er aan de hand zijn?

a)

De lamp is aangesloten op een te hoge stroomsterkte.

b)

De lamp is aangesloten op een te lage stroomsterkte.

c)

De lamp krijgt een te hoog vermogen.

d)

De lamp krijgt een te laag vermogen.

20.

Sommige deurbellen hebben drukschakelaars met een ingebouwd lampje dat altijd brandt. Daardoor is de drukschakelaar ook in het donker steeds gemakkelijk te vinden.


Welk schakelschema hoort bij een deurbel met drukschakelaar en ingebouwd lampje?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

21.

In de figuur zie je een schakeling met drie lampjes. Carlo draait lampje 1 los.

Wat gebeurt er met de andere twee lampjes?

a)

Lampje 2 en 3 gaan allebei uit.

b)

Lampje 2 gaat uit en lampje 3 blijft branden.

c)

Lampje 2 blijft branden en lampje 3 gaat uit.

d)

Lampje 2 en 3 blijven allebei branden

22.

Anne leest op de verpakking van een LED lamp met een vermogen van 3,2W dat deze evenveel licht geeft als een gloeilamp van 28W.

Alle huis-tuin-en-keukenlampen werken op een spanning van 230V.


Wat is de stroomsterkte?

a)

71,9 A

b)

8,2 A

c)

13,9 mA

d)

0,12 A