wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Internationale handel - Internationaal betalingsverkeer

Total questions: 20

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

De Chinese centrale bank verhoogde op 15 februari 2016 de referentiekoers van de yuan (CHY) ten opzichte van de Amerikaanse dollar (USD). Dankzij de steun van de centrale bank steeg de waarde van 1,00 CHY tot 0,1540 USD of 0,1379 EUR. Daardoor werd de munt op de wisselmarkt 1,20 % duurder ten opzichte van de USD.

Vraag: Bereken de wisselkoers van de CHY ten opzichte van de USD op 14 februari 2016.

(a)  

2.

De Chinese centrale bank verhoogde op 15 februari 2016 de referentiekoers van de yuan (CHY) ten opzichte van de Amerikaanse dollar (USD). Dankzij de steun van de centrale bank steeg de waarde van 1,00 CHY tot 0,1540 USD of 0,1379 EUR.

Vraag: Bereken de waarde van 1,00 EUR uitgedrukt in USD op 15 februari 2016.

(a)  

3.

Vandaag (3 april 2020) betaal je 7,09 CHY voor 1,00 USD.

Is dit een appreciatie of depreciatie van de CHY ten opzichte van de USD?

(a)  

4.

Dankzij de steun van de centrale bank van China steeg de waarde van 1,00 CHY tot 0,1540 USD.

Hoe kan de centrale bank van China dat realiseren op de Chinese wisselmarkt?

a)

Door CHY te verkopen of aan te bieden.

b)

Door USD te verkopen of aan te bieden.

5.

Waarom kiezen landen zoals China voor een vaste wisselkoers ten opzichte van de USD?

a)

Onevenwichten herstellen zich automatisch door het systeem van vraag en aanbod omdat de wisselkoers zich aanpast.

b)

Omdat China dan een monetair onafhankelijk beleid kan voeren.

c)

Vaste wisselkoersen bevorderen internationale handel omdat ze de onzekerheid voor ondernemers beperken.

6.

Duid de kenmerken van het systeem van vaste wisselkoersen in China aan.

a)

Er is een spilkoers van de CHY ten opzichte van de USD.

b)

De wisselkoers van de USD ten opzichte van de CHY komt tot stand door het spel van vraag en aanbod.

c)

De centrale bank van China speelt nauwelijks een rol.

d)

De wisselkoers van de USD ten opzichte van de CHY kan niet buiten bepaalde vooraf vastgelegde zeer beperkte grenzen schommelen.

7.

Duid de voordelen van een systeem van vlottende wisselkoersen aan.

a)

De wisselkoersen bewegen naar een niveau dat de economische werkelijkheid weerspiegelt.

b)

De prijzen zijn makkelijk te vergelijken.

c)

Het land houdt zijn monetaire onafhankelijkheid omdat het geen rekening moet houden met afspraken om de wisselkoers stabiel te houden.

d)

Onevenwichten herstellen zich automatisch door het mechanisme van vraag en aanbod omdat de wisselkoers zich aanpast en daardoor de prijs van export- en importproducten terug naar het oorspronkelijke prijsniveau evolueert.

8.

Wanneer werd het IMF opgericht?

(a)  

9.

Wanneer heeft een land een betalingsbalansprobleem?

a)

Een land heeft een betalingsbalansprobleem als de transacties met het buitenland voortdurend aanleiding geven tot meer uitgaven dan ontvangsten.

b)

Een land heeft een betalingsbalansprobleem als de transacties met het buitenland voortdurend aanleiding geven tot meer ontvangsten dan uitgaven.

10.

Wat zijn de huidige belangrijkste doelstellingen van het IMF?

a)

Wisselkoersstabiliteit en een vrij internationaal betalingsverkeer bevorderen.

b)

Voorzien in de behoefte aan vreemde munten.

c)

Vrijhandel tussen de lidstaten bevorderen.

d)

Financiële steun verlenen aan lidstaten die problemen hebben met hun betalingsbalans

11.

Juist of fout: met haar beleid van besparingen, lagere lonen, privatisering, openstellen van de grenzen en belanstingverminderingen zou het IMF eerder de armoede in de hand werken dan ze te bestrijden.

a)

Juist

b)

Fout

12.

De rentevoet in de eurozone ligt hoger dan in de VS waar hij nog op 0,00 % staat. Wat is de invloed op de wisselkoers van de EUR ten opzichte van de USD op de Amerikaanse wisselmarkt?

a)

Depreciatie

b)

Revaluatie

c)

Appreciatie

d)

Devaluatie

13.

De inflatie in de eurozone is lager dan de inflatie in de VS. Wat is de invloed op de wisselkoers van de USD ten opzichte van de EUR op de Europese wisselmarkt?

a)

Revaluatie

b)

Depreciatie

c)

Appreciatie

d)

Devaluatie

14.

In de eurozone is er in vergelijking met de exportprijzen een sterkere toename van de importprijzen.

Is de ruilvoet dan groter of kleiner dan 1 voor de eurozone?

a)

De ruilvoet is kleiner dan 1.

b)

De ruilvoet is groter dan 1.

15.

In de eurozone is er in vergelijking met de exportprijzen een sterkere toename van de importprijzen.

Wat betekent dit voor de concurrentiepositie van de eurozone op lange termijn?

a)

De concurrentiepositie van de eurozone wordt beter.

b)

De concurrentiepositie van de eurozone wordt slechter.

16.

Welke bewering is waar ?

a. Wanneer de monetaire autoriteiten appreciatie van een valuta willen tegengaan, zullen ze deze munt moeten aankopen.

b. Bij een appreciatie daalt de koers van de munt.

a)

Beide beweringen zijn juist

b)

De eerste bewering is juist, de tweede is onjuist

c)

De eerste bewering is onjuist, de tweede is juist

d)

Beide beweringen zijn onjuist

17.

Aanbieders van vreemde valuta op de Europese wisselmarkt zijn:

a)

Belgische ondernemingen die goederen en diensten invoeren uit Engeland.

b)

Belgische toeristen die naar Frankrijk trekken.

c)

Nederlandse toeristen die naar België op reis komen.

d)

Amerikanen die in ons land een fabriek komen bouwen.

18.

De ruilvoet voor de niet-industrielanden bedroeg 97,86 in 2010 en 104 in 2011. Dit is:

a)

Een verbetering van de concurrentiepositie voor de niet-industrielanden.

b)

Een verslechtering van de concurrentiepositie voor de niet-industrielanden.

19.

De koersvorming van de dollar gebeurt sinds 1972 door het vrije spel van vraag en aanbod. Indien de vraag naar dollars afneemt dan zal de dollar

a)

Appreciëren

b)

Depreciëren

c)

Revalueren

d)

Devalueren

20.

Een officiële koersdaling bij een systeem van stabiele wisselkoersen heet

a)

Appreciatie

b)

Depreciatie

c)

Revaluatie

d)

Devaluatie