wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vakkenmix

Total questions: 50

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.

5 kilogram is

a)

50 gram

b)

500 gram

c)

5.000 gram

d)

50.000 gram

2.

Wat moet je als eerst doen als je een tekst leest?

a)

Naar plaatjes, bron, titel, inleiding en slot kijken.

b)

De tekst lezen.

c)

Naar plaatjes, bron en titel kijken.

d)

Naar de vragen kijken.

3.
De Donald Duck is alleen voor kinderen bedoeld. 
a)
juist
b)
onjuist
4.

Waaruit bestaat betrouwbare informatie?

a)

Feiten

b)

Feiten en meningen

c)

Meningen

5.

Wat is een alinea?

a)

Dit noemen we ook wel het onderschrift.

b)

De 'naam' van de tekst. Staat altijd helemaal bovenaan en is vaak dik gedrukt.

c)

Een stukje tekst in de tekst. Het heeft vaak een eigen onderwerp.

6.

Bij welk verband hoort het signaalwoord: toen

a)

Tijd

b)

Opsomming

c)

Tegenstelling

7.

Bij welk verband hoort het signaalwoord: maar

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Tijd

8.

Bij welk verband hoort het signaalwoord: Bovendien

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Tijd

9.

Welk verband staat in de volgende zin:


Ik heb straks eerst een lunch, daarna bezoek ik een musical en vervolgens ga ik naar een verjaardag.

a)

Voorbeeld

b)

Tijd

c)

Tegenstelling

10.

Welk verband staat in de volgende zin:


Normaal vind ik verbanden erg lastig, maar na deze les snapte ik het wel.

a)

Tegenstelling

b)

Tijd

c)

Opsomming

11.

Welk verband staat in de volgende zin:


In dat huis wonen mensen, verder wonen er katten en honden.

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Tijd

12.
56 : 8 = 
a)
5
b)
6
c)
7
d)
8
13.
24 : 8 =
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6
14.
12 : 3 =
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6
15.
72 : 9 =
a)
12
b)
9
c)
14
d)
8
16.

Geef de waarde van het onderstreepte cijfer: 314,05

a)

314

b)

5

c)

0,5

d)

0,05

e)

Honderdsten

17.
125 + 37 =
a)
152
b)
142
c)
162
d)
172
18.
701 + 107 =
a)
808
b)
708
c)
807
d)
707
19.
915 - 45 =
a)
920
b)
960
c)
830
d)
870
20.
23  - 38 =
a)
15
b)
- 15
c)
61
d)
-23
21.
11x 57 =
a)
726
b)
276
c)
627
d)
577
22.
City hotel: overnachten 65 euro.
Amstel hotel: overnachten 62 euro.
Vondelpark hotel: overnachten 72 euro
Pieter overnacht 3 nachten in het Amstelhotel. Wat moet hij betalen?
a)
228
b)
196
c)
188
d)
186
23.
225: 25 =
a)
5
b)
7
c)
9
d)
13
24.
Wat is dit?
a)
het ontbijt
b)
de lunch
c)
het vieruurtje
d)
het diner
25.
Wat is dit?
a)
Frietje met mayonaise
b)
Frietje oorlog
c)
Frietje met ketchup
d)
Frietje speciaal
26.

Wat is zoet?

a)
b)
c)
d)
27.

Wat is zuur?

a)
b)
c)
d)
28.

Wat is bitter?

a)
b)
c)
d)
29.

Wat is zout?

a)
b)
c)
d)
30.

Wat is groente. Klik op drie antwoorden.

a)

de boerenkool

b)

de peer

c)

de aardappel

d)

de meloen

e)

de sla

31.

Hoe heet dit?

a)

De schijf van Vijf

b)

Het bord aan Gort

c)

De plaat van Saab

d)

Het servies van Jies

32.
a)

gezond

b)

ongezond

33.
a)

gezond

b)

ongezond

34.
a)

gezond

b)

ongezond

35.
a)

ongezond

b)

gezond

36.

Wat is gezond om te drinken?

a)
b)
c)
d)
e)
37.

Wat zijn dit?

a)

de plant

b)

de wortels

c)

de zaadjes

d)

de grond

38.

Wat is dit?

a)

de tuin

b)

de grond

c)

de kas

d)

de kast

39.

Wat heeft een plant nodig om te groeien? Kies er twee.

a)

zonlicht

b)

water

c)

winter

d)

energy drink

40.

Waar doe je water in? Kies er 3.

a)

beker

b)

gieter

c)

plantenspuit

d)

vergiet

e)

schoen

41.
Welk woord is goed gespeld?
a)
tvprogramma
b)
tv-programma
c)
tv-progamma
42.
Welk woord is goed gespeld?
a)
perzikken
b)
perziken
43.
Welk woord is goed gespeld?
a)
kompliment
b)
compliment
c)
complimend
44.
Welk woord is goed gespeld?
a)
sochtends
b)
s'ochtends
c)
's ochtends
45.
Welk woord is goed gespeld?
a)
interesse
b)
interresse
c)
interese
46.
Welk woord is goed gespeld?
a)
zonnenstelsel
b)
zonestelsel
c)
zonnestelsel
47.
Vul het werkwoord 'beantwoorden' in op de puntjes. (t.t.)
De meester ... de vraag.
a)
beantwoort
b)
beantwoorde
c)
beantwoordt
d)
beantwoord
48.
Vul het werkwoord 'tekenen' in op de puntjes. (voltooid deelwoord)
Annemarie heeft een mooie draak ...
a)
getekend
b)
getekent
c)
tekende
d)
getekendt
49.
Vul het werkwoord 'besturen' in op de puntjes. (t.t.)
Jan ... de radiografisch bestuurbare auto.
a)
bestuurt
b)
bestuurd
c)
bestuurdt
d)
bestuurde
50.

Na deze quiz, waar denk je nog hulp bij nodig te hebben? Vul het hieronder serieus in!

4 lines