wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wees Wegwijs les 16 voorrang #Brusselleer

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Dit bord geeft een wegversmalling aan. Welk soort bord is dit?

a)

Een aanwijzingsbord.

b)

Een gevaarsbord.

c)

Een bord betreffende de voorrang.

2.

Welk soort bord is het onderste bord?

a)

Een bord betreffende de voorrang

b)

Een gebodsbord.

c)

Een verbodsbord.

3.

Wie heeft voorrang?

a)

Auto A.

b)

Auto B.

4.

Welke bestuurder heeft voorrang bij de wegversmalling?

a)

Die het blauwe bord ziet staan.

b)

Die het rode bord ziet staan.

5.

Wie mag er het eerst onder de brug rijden?

a)

Jij.

b)

De tegenligger.

6.

De bestuurder van de blauwe auto is gestopt om de fietser eerst onder de brug door te laten rijden. Moest hij dat doen?

a)

Ja.

b)

Nee.

7.

Je nadert met je auto dit verkeersbord.

a)

Jij moet tegenliggers voorrang verlenen.

b)

Tegenliggers moeten jou voorrang verlenen.

8.

Rood licht en verkeerslicht B21 (voorrang op tegenliggers).

a)

Ik moet alleen rekening houden met het verkeersbord.

b)

Ik moet alleen rekening houden met het verkeerslicht.

c)

Ik moet met geen van beide rekening houden: ze spreken elkaar tegen.

9.

Moet je, als je met een auto in deze straat rijdt, de tegenliggers voorrang verlenen?

a)

Ja.

b)

Nee.

10.

Een bestuurder die uit de andere richting komt en dit bord ziet staan ...

a)

moet voorrang verlenen aan de bestuurders die uit de andere richting komen.

b)

moet geen voorrang verlenen aan de bestuurders die uit de andere richting komen.

11.

Wat betekent dit verkeersbord?

a)

Verplicht te volgen rijrichting.

b)

Weg met eenrichtingsverkeer.

12.

Deze bus wil binnen de bebouwde kom de bushalte verlaten.

a)

De auto heeft voorrang.

b)

De bus heeft voorrang.

13.

De rode auto heeft geen voorrang verleend aan de vertrekkende lijnbus.

a)

Hij moet altijd voorrang verlenen.

b)

Hij moet voorrang verlenen binnen de bebouwde kom.

c)

Hij moet voorrang verlenen buiten de bebouwde kom.

14.

Binnen de bebouwde kom. Een toeristenbus is gestopt om enkele passagiers te laten uitstappen. De bestuurder wil vertrekken en zet de richtingaanwijzer aan.

a)

Ik moet voorrang verlenen.

b)

Ik moet geen voorrang verlenen (het is geen lijnbus).

15.

Dit verkeersbord wijst op fietsers, bestuurders van tweewielige bromfietsen en voetgangers ...

a)

die de rijbaan die ik wil oprijden oversteken.

b)

die dezelfde openbare weg volgen.

c)

die in dezelfde richting afslaan.

16.

Welke auto moet zijn rechterrichtingaanwijzer laten branden?

a)

Auto A.

b)

Auto B.

c)

Geen van beide auto's.

17.

Als je de weg naar links volgt, heb je voorrang op het eerstvolgende kruispunt.

a)

Juist.

b)

Niet juist.

18.

De tram, auto A en motorfiets B zijn in beweging. In welke volgorde mogen ze het kruispunt oprijden?

a)

Tram - A - B

b)

Tram - B - A

c)

A - Tram - B

19.

Het blauwe vierkante bord ...

a)

waarschuwt voor een scherpe bocht.

b)

verplicht bestuurders rechts af te slaan.

c)

duidt het tracé van de weg aan waarop bestuurders op het volgende kruispunt voorrang hebben.

20.

Wie mag het eerst het kruispunt oprijden?

a)

Auto A.

b)

Auto B.

c)

Auto C.