Worksheetsl'adjectif classe 1
Total questions: 17
Worksheet time: 9mins
Bij vrouwelijke woorden krijgt het bijvoegelijk naamwoord:
-
-s
-e
Bij mannelijke woorden krijgt het bijvoegelijk naamwoord:
-e
-
-s
Bij vrouwelijke woorden in het meervoud krijgt het bijvoegelijk naamwoord:
-es
-s
e
Eindigt een bijvoegelijk naamwoord op een -E.
Bij vrouwelijke woorden krijgt het bijvoegelijk naamwoord:
-
-e
-s
Eindigt een bijvoegelijk naamwoord op een -S.
Bij meervoude woorden krijgt het bijvoegelijk naamwoord:
-s
-es
-
Thomas est ........
grand
belle
moches
Les pantalons sont ......
vert
verte
verts
la fille est ......
bleue
jaune
bleu
Monsieur Lenoir est ......
moche
beaux
vielle
Marco et Pierre sont ......
petite
grand
petits
elle est ......
beau
belle
moches
il est ....... et elle est ..............
vieux / vielles
vielle / vielles
vieux / vieille
Des ...... livres
nouvelle
nouveaux
nouveau
des ........ hommes .........
petites / bleus
petits / bleues
petits / bleus
il a les yeux ......
vertes
verts
vert
Mon chapeau .......
gris
grise
grises
Mes chapeaux ......
gris
grises
grise
