wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4B Politiek H6-11

Total questions: 35

Worksheet time: 1hrs 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat moet er op de puntjes worden ingevuld?

Het LAKS is een voorbeeld van een (a)  

2.

De politici die voor dezelfde partij in de kamer komen te zitten noem je:

a)

Fractie

b)

Parlement

c)

Regering

d)

Staatssecretarissen

3.

De Eerste Kamer wordt rechtstreeks door het volk gekozen

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Wat is een wetsvoorstel?

a)

Een nieuwe fatsoensregel

b)

Een wet die al erg lang bestaat

c)

Een idee voor een nieuwe wet

5.

De belangrijke taken van het parlement zijn (mede)wetgeving en controle van de ministers.

a)

Waar

b)

niet waar

6.

De Tweede Kamer mag wijzigingen aanbrengen in het wetsvoorstel van een minister.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Het parlement bestaat uit de eerste en tweede kamer

a)

waar

b)

niet waar

8.

De leden van de Tweede Kamer voeren de wetten uit.

a)

waar

b)

niet waar

9.

De Eerste Kamer mag alle wetsvoorstellen wijzigen en veranderen

a)

waar

b)

niet waar

10.

Wie is de baas in een gemeente?

a)

Burgemeester

b)

Gemeenteraad

c)

Regering

11.

Het opruimen van afval is een taak van

a)

de gemeente

b)

de regering

c)

de ouders

12.
Wie beslist in welke meren en rivieren je mag zwemmen?
a)
Gemeenteraad
b)
Badmeester
c)
Provinciale Staten
13.
De commissaris van de koning word benoemd door
a)
De Minister-President
b)
De Kroon
c)
De inwoners van een provincie
d)
De Tweede Kamer
14.
Welke politieke niveaus kennen we in Nederland?
a)
Gemeente, Provincie, Landelijk
b)
Steden, Gemeente, Landelijk
c)
Provincie en Landelijk
d)
Gemeente, Landelijk
15.

Het Provinciale bestuur wordt opgedeeld in twee onderdelen, te weten de:

a)

Provinciale Staten, Gemeentelijke Staten

b)

Provinciale Staten en de Commissaris van de Koning

c)

Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten

d)

Gedeputeerde Staten en Commissaris van de Koning

16.

De wetgevende macht op gemeentelijke niveau bestaat uit

a)

Burgermeester

b)

Gemeenteraad

c)

Wethouders , Burgemeester

17.

De samenwerkingen van de EEG ging vooral om ...

a)

economie / handel

b)

onderwijs

c)

gezondsheidszorg

d)

veiligheid

18.

Elk land in de Europese Unie gebruikt de euro

a)

Juist

b)

Fout

19.

Welke van de volgende dingen heeft de EU niet voor gezorgd?

a)

Open Grenzen

b)

Gratis bellen in Europa

c)

Euromunten

d)

6 weken zomervakantie

20.

Mag je als Nederlander in bijvoorbeeld Frankrijk gaan werken?

a)

Ja, want Frankrijk is lid van de EU.

b)

Nee, want je moet eerst een werkvisum aanvragen.

21.

Mag je als Nederlander een bankrekening openen in Zwitserland?

a)

Ja, want Zwitserland is lid van de EU.

b)

Nee, want Zwitserland is geen lid van de EU.

22.

Wat doet het Europees Parlement?

a)

Controleren of de EU goed bestuurd wordt.

b)

Ervoor zorgen dat alle EU-landen de wetten uitvoeren.

c)

De belangrijkste beslissingen nemen.

d)

Meebeslissen welke wetten er worden ingevoerd in de EU.

23.

Wat doet de Europese Commissie?

a)

Controleren of de EU goed bestuurd wordt.

b)

Ervoor zorgen dat alle EU-landen de wetten uitvoeren.

c)

De belangrijkste beslissingen nemen.

d)

Meebeslissen welke wetten er worden ingevoerd in de EU.

24.

Wat doet de Raad van Ministers?

a)

Controleren of de EU goed bestuurd wordt.

b)

Ervoor zorgen dat alle EU-landen de wetten uitvoeren.

c)

De belangrijkste beslissingen nemen.

d)

Meebeslissen welke wetten er worden ingevoerd in de EU.

25.

Wie zitten er in de Raad van Ministers?

a)

Regeringsleiders van de landen van de EU.

b)

Ministers uit de verschillende EU-landen.

c)

Ambtenaren.

d)

Parlementsleden gekozen door inwoners van de EU-landen.

26.

Wie zitten er in het Europees Parlement?

a)

Regeringsleiders van de landen van de EU.

b)

Ministers uit de verschillende EU-landen.

c)

Ambtenaren.

d)

Parlementsleden gekozen door inwoners van de EU-landen.

27.

Welke weg legt een voorstel af, voordat het een wet wordt?

a)

Europese Commissie - Europees Parlement - Raad van Ministers - Europees Parlement

b)

Europees Parlement - Europese Commissie - Raad van Ministers - Europese Commissie

c)

Europese Commissie - Europees Parlement - Europese Raad - Europees Parlement

d)

Europees Parlement - Europese Commissie - Europese Raad - Europese Commissie.

28.
In welke fase van de politieke besluitvorming wordt een maatschappelijk probleem een politiek probleem?
a)
In de eerste fase
b)
In de tweede fase
c)
in de derde fase
d)
In de vierde fase
29.
In welke fase in de politieke besluitvorming hebben media grote invloed?
a)
Fase 1
b)
Fase 2
c)
Fase 3
d)
Fase
30.

Een voorbeeld van een belangengroep is de ANWB.

a)

Juist

b)

Onjuist

31.
Een pressiegroep doet vooral veel aan lobbyen. 
a)
Juist
b)
Onjuist
32.
Wat is GEEN probleem van de EU?
a)
  De EU is niet makkelijk bestuurbaar. Omdat het zoveel lidstaten heeft.
b)
Door de Euro zijn landen afhankelijk van elkaar. Als het ergens slecht gaat, heeft dat effect voor andere lidstaten. 
c)
De EU is (al) erg groot. De EU heeft heel veel lidstaten.
d)
De EU heeft erg veel ambtenaren.
33.

Druk uitoefenen op politici is een kenmerk van een belangen en pressiegroep.

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

Wat is lobbyen?

a)

Actievoeren

b)

Met politici praten

c)

Protesteren

d)

Demonstreren

35.

Lees de tekst.

Welke fase van het politieke besluitvormingsproces is te herkennen in de tekst?

a)

fase 1: het uiten van wensen en erkennen van een politiek probleem

b)

fase 2: het vergelijken of afwegen van politieke problemen en het bedenken van oplossingen

c)

fase 3: het nemen van besluiten

d)

fase 4: het uitvoeren van besluiten