wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica jaar 2

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk woordsoort is onderstreept: Welke opdrachten moet ik maken voor volgende week?

a)

vrv en bn

b)

vrv en bw

c)

bn en bn

d)

bw en bn

2.

Hoe noem je de onderstreepte woordsoort (schrijf voluit):

Ik heb mijn opdrachten nog niet af.

(a)  

3.

Welk zinsdeel is onderstreept: Ik heb de hele dag Netflix zitten kijken en dus niks aan mijn huiswerk gedaan.

a)

Onderwerp

b)

Lijdend voorwerp

c)

Meewerkend voorwerp

d)

Bijwoordelijke bepaling

4.

Welk zinsdeel is onderstreept: De docent heeft mij de opdrachten niet goed uitgelegd.

a)

Onderwerp

b)

Lijdend voorwerp

c)

Meewerkend voorwerp

d)

Bijwoordelijke bepaling

5.

Hoe noem je het zinsdeel waarbij je alle werkwoorden uit de zin noteert? (schrijf voluit)

(a)  

6.

Ik ben ................. in grammatica. Vul de stippellijn in voor jezelf.

4 lines
7.

Ik heb mijn lesdoelen bereikt.

a)

Ja, ik kan dit!

b)

Ja, maar ik moet wel blijven oefenen.

c)

Deels, ik begrijp gewoon nog niet alles.

d)

Nee, dit gaat mijn pet te boven.

8.

Kies bn of bw: Voor de challenge van gym heb ik echt super hard gerend.

a)

BN

b)

BW

9.

Kies BN of BW: Ik vind dat meisje echt mooi.

a)

BN

b)

BW