wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eindquizizz H3 paragraaf 1 t/m 3 HAVO3 20/21

Total questions: 37

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Topografie: Hoe heet de zee met de letter b (leerdoel 2)

a)

Arabische zee

b)

Ganges

c)

Golf van Bengalen

d)

Indische Oceaan

2.

Topografie: Hoe heet land C? (leerdoel 2)

a)

Nepal

b)

Pakistan

c)

Bhutan

d)

Bangladesh

3.

Topografie: Hoe heet rivier e en rivier f? (leerdoel 2)

a)

e = Ganges ; f = Indus

b)

e = Brahmaputra ; f = Ganges

c)

e = Ganges ; f = Brahmaputra

d)

e = Indus; f = Brahmaputra

4.

Welk land is geen buurland van India? (leerdoel 2)

a)

Bhutan

b)

Pakistan

c)

Bangladesh

d)

Japan

5.

Als je kijkt naar reliëf kan je Zuid-Azië in drie gebieden verdelen. Welke volgorde is juist als je van het zuiden van India naar het noorden reist tot aan de Himalaya? (leerdoel 3)

a)

kust=laagvlakte, midden=hoogvlakte, rivierengebied=laagvlakte, noorden=hooggebergte

b)

kust=hooggebergte, midden=hoogvlakte, rivierengebied=laagvlakte, noorden=laagvlakte

c)

kust=hoogvlakte, midden=laagvlakte, rivierengebied=hooggebergte, noorden=laagvlakte

d)

kust=laagvlakte, midden=middelgebergte, rivierengebied=hooggebergte, noorden=hoogvlakte

6.

De foto is een voorbeeld van... (leerdoel 4)

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag

7.

In India ontstaat regen door: (leerdoel 4)

a)

stuwingsregen

b)

frontale neerslag/regen

c)

moessonregens

d)

Zowel stuwingsregen als frontale neerslag/regen

e)

Zowel stuwingsregen als moessonregens

8.

Welke kenmerken horen bij een Af klimaat? (leerdoel 7)

a)

Er is een regenperiode, de rest van het jaar is het droog

b)

Het hele jaar veel neerslag

c)

Het hele jaar warmer dan 18 graden Celsius

d)

Het hele jaar onder 0 graden Celsius

9.

Volgens het systeem van Köppen worden de kleine letters s, f en w alleen aan de klimaten A en C toegevoegd. (leerdoel 7)

a)

juist

b)

onjuist

10.

In het noorden van India vind je een EH klimaat en in het zuiden vind je een Am of Aw klimaat. Welke twee verklaringen zijn hier voor? (leerdoel 6)

a)

breedteligging, want het zuiden ligt dichterbij de evenaar en is daarom warmer dan in het noorden.

b)

breedteligging, want het zuiden van India ligt dichterbij de poolstreek en is daarom kouder dan het noorden.

c)

hoogteligging. Het zuiden van India is kouder omdat het hoger ligt dan het noorden van India.

d)

hoogteligging. In het noorden ligt de Himalaya en daar is het kouder omdat dat gebied in de bergen ligt en dus hoger.

11.

Wat houdt de Wet van Buys Ballot in? Kies 2 antwoorden: (leerdoel 8)

a)

De overheersende winden hebben allemaal een afwijking naar rechts.

b)

Wind waait van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.

c)

Wind waait van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied.

d)

Alleen op het noordelijk halfrond hebben de winden een afwijking naar rechts.

12.

Lucht stroomt altijd van....? (leerdoel 8)

a)

A naar B

b)

lage druk naar hoge druk

c)

links naar rechts

d)

hoge druk naar lage druk

13.

In een hoge drukgebied: (leerdoel 9)

a)

daalt de lucht, waardoor er wolken ontstaan en neerslag

b)

daalt de lucht, waardoor wolken oplossen en er geen neerslag kan vallen

c)

stijgt de lucht, waardoor er wolken ontstaan en neerslag

d)

stijgt de lucht, waardoor wolken oplossen en er geen neerslag kan vallen

14.

Hoe zijn de windsystemen weer kloppend? (leerdoel 9)

a)

Bij de evenaar, 30° en de polen hoort een hogedrukgebied, bij de 60° hoort een lagedrukgebied.

b)

Bij de evenaar en de 30° hoort een hogedrukgebied, bij de 60° en de polen hoort een lagedrukgebied.

c)

Bij de evenaar en de 60° hoort een lagedrukgebied, bij de 30° en de polen hoort een hogedrukgebied.

d)

Bij de evenaar en de polen hoort een hogedrukgebied, bij de 30° en de 60° hoort een lagedrukgebied.

15.

Welke tekening geeft de overheersende luchtdruk en de overheersende winden juist weer?

+ = hogedrukgebied en

- = lagedrukgebied (leerdoel 9)

a)
b)
c)
d)
16.

Welke twee beweringen over de luchtdrukverdeling in India zijn juist? (leerdoel 10)

a)

Tijdens de zomer is er de natte moesson, dit betekend dat een hogedrukgebied boven zee ligt en een lagedrukgebied boven land.

b)

Tijdens de zomer is er de natte moesson, dit betekend dat een lagedrukgebied boven zee ligt en het hogedrukgebied boven land.

c)

Aflandige wind in India is lucht dat van een hogedrukgebied over het aardoppervlak naar een lagedrukgebied stroomt.

17.

Hoe heet de wind die regen brengt in India? (leerdoel 9 + 10)

a)

Passaat

b)

Noord-oost moesson

c)

Zuid-west moesson

d)

regenschaduw

18.

De afbeelding laat de overheersende wind in de zomer zien. (leerdoel 10)

a)

juist

b)

onjuist

19.

De afbeelding laat zien dat de wind van land naar zee stroomt. Dat heet aflandige wind. (leerdoel 10)

a)

juist

b)

onjuist

20.

In India is 80% van de bevolking hindoeïstisch (leerdoel 12)

a)

juist

b)

onjuist

21.

Welke verklaringen zijn er voor de grote culturele verschillen in India? (leerdoel 12)

a)

In het land zijn meerdere talen en godsdiensten.

b)

Toen India een kolonie was van Groot-Brittannië gingen veel mensen uit Europa naar India

c)

Door globalisering zijn er veel verschillende geloven, en gewoonten bijgekomen.

d)

Voordat India bestond waren er veel vorstendommen, deze zijn allemaal samengevoegd tot 1 land.

22.

Welke uitspraken over het Indiase kastenstelsel zijn juist? (leerdoel 12 en 15)

a)

Vanaf je geboorte hoor je bij een specifieke kaste

b)

Tijdens je leven kan je van kaste veranderen, als je maar goed leeft.

c)

De Dalits worden ook wel de 'onraakbaren' genoemd.

d)

Vanwege het hindoeïstische geloof en het geloof in wedergeboorte zijn veel Indiërs vegetariër

23.

Welke voordelen heeft het kastenstelsel? (leerdoel 15)

a)

Volgens de regels van het kastenstelsel mag je elk beroep uitoefenen die je maar wil.

b)

Door het kastenstelsel is er een duidelijk hiërarchie. Je luistert naar de baas en je doet wat je wordt gevraagd.

c)

Het kastenstelsel zorgt voor sociale gelijkheid

d)

Omdat reïncarnatie belangrijk is, leven ze volgens de regels. Een slecht leven wordt gestraft in een volgend leven.

24.

Welke kenmerken hoort bij een exploitatiekolonie? (leerdoel 17)

a)

Gebieden waar Europeanen zich blijvend gingen vestigen

b)

India was een exploitatiekolonie

c)

India was een vestigingskolonie

d)

Gebieden die grondstoffen moesten leveren voor Europa

25.

India was vroeger een exploitatiekolonie van Groot-Brittannië. (leerdoel 17)

a)

juist

b)

onjuist

26.

India heeft een politiek systeem waarbij het land is ingedeeld in deelstaten. Hoe heet dit politieke systeem? (leerdoel 18)

a)

centrale staat

b)

bondstaat

c)

communisme

d)

kapitalisme

27.

Tussen India en Pakistan is er veel strijd om de provincie Kashmir. Welke oorzaak is te zien in de afbeelding? (leerdoel 13)

a)

Kashmir is grotendeels Hindoeïstisch, terwijl Pakistan vooral islamitisch is.

b)

In Kashmir spreken ze vooral Tibataans, terwijl de rest van India een andere taal spreekt

c)

Kashmir kent een grote islamitische minderheid

d)

In Kashmir is de meerderheid islamitisch terwijl de rest van India dat niet is.

28.

Welke voordelen heeft outsourcing voor India? (leerdoel 20)

a)

Je bent afhankelijk van buitenlandse bedrijven

b)

Mensen moeten opgeleid worden (dus krijgen scholing)

c)

Zorgt voor werkgelegenheid

d)

Werknemers gaan evenveel verdienen als de mensen die het werk ervoor deden in het andere land

29.

Waar in India vind je de SEZ's (speciale economische zones)? (leerdoel 21)

a)

alleen langs de kust

b)

alleen bij grote steden

c)

Bij grote steden en langs de kust

d)

Alleen op het platteland

30.

Waarom trekt India vooral IT-bedrijven? (leerdoel 22)

a)

In India is het de cultuur om hard te werken

b)

In India spreken veel mensen in de IT Engels

c)

De overheid heeft veel geïnvesteerd in de IT-infrastructuur

d)

De overheid heeft belastingen ingevoerd op computerdiensten

31.

Wat zijn politieke redenen waarom IT-bedrijven naar India zijn gegaan? (leerdoel 22)

a)

lage lonen

b)

lagere belastingen in de SEZ's

c)

goede internetaansluitingen

d)

mensen werken daar snel en precies

32.

Een economische reden waarom IT-bedrijven naar India zijn gegaan zijn de soepele milieuregels (leerdoel 22)

a)

juist

b)

onjuist

33.

Een politieke reden waarom IT-bedrijven naar India zijn gegaan is vanwege de lage lonen (leerdoel 22)

a)

juist

b)

onjuist

34.

Welke antwoorden zijn juist over India en China? (leerdoel 23)

a)

Beide zijn vergeleken met Westerse landen 'lage lonenlanden'

b)

Een verschil is dat in China ze sneller werken dan in India

c)

India is de kantoor van de wereld, China is de fabriek van de wereld

d)

IT-bedrijven zijn naar China gegaan, omdat de mensen in China goed Engels kunnen spreken

e)

Beide landen hebben meer dan 1 miljard inwoners

35.

Het uitwisselen van mensen, goederen, geld, goederen en ideeën, op mondiale schaal heet ... (leerdoel 24)

a)

outsourcing

b)

globalisering

c)

ruilvoetverslechtering

d)

duale economie

36.

Waarom is outsourcing een goed voorbeeld van globalisering? (leerdoel 24)

a)

Bij outsourcing wordt er gekeken op wereldschaal (mondiaal schaalniveau) waar goederen zo goed en goedkoop mogelijk gemaakt kunnen worden.

b)

Outsourcing gebeurd op nationale schaal. Waar in een land kunnen goederen zo goed en goedkoop mogelijk gemaakt worden.

c)

Omdat outsourcing een ander woord is voor globalisering.

d)

Outsourcing gebeurd op continentale schaalniveau. Er wordt gekeken binnen het continent waar goederen gemaakt kunnen worden.

37.

Hieronder staan 2 uitspraken. Welk antwoord is juist? (leerdoel 25)

I Alleen multinationals doen aan outsourcing

II Multinationals houden zich alleen bezig met de productie van goederen.

a)

I en II zijn juist

b)

I en II zijn onjuist

c)

I is juist en II is onjuist

d)

I is onjuist en II is juist