Font size
Worksheetsstaal groep 4 rijmen met hakwoorden
Total questions: 15
Worksheet time: 11mins
Op de grond in het bos,
ligt mooi groen ...
(a)
Vroeger haalde je water uit de pomp
en aan je voet had je een (a)
Een steen is hard
en deze kleur noem je (a)
Bij ons komt het water uit de kraan
en in de sloot zwemt een (a)
Mijn juf is toch wel het gekst
en hier staat een rare t (a)
Of er nog wat zout op hoeft,
weet je pas zodra je p (a)
Als je graaft word je wat vuil,
maar daarna heb je een diepe (a)
Met mijn hand aan het stuur,
zet ik de fiets in de s (a)
Mijn hond zit aan zijn kluif
en ik eet een lekkere (a)
Ik vaar op een bootje met een zeil,
en als ik mors pak ik een d (a)
Een koe is een aardig dier,
het mannetje noemen we een (a)
Een dun takje noem je een twijg,
als ik stil ben komt dat omdat ik z (a)
Ik neem nog een slok
en kijk naar de (a)
Knap gedaan, dikke duim,
dat verdient een mooie p (a)
Dat was veel rijmen maar,
nu ben je dan ook echt k (a)
