wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2hv Grammatica WS - ww in samengestelde zinnen

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Is de bewering waar of niet waar?

In enkelvoudige zinnen die samen een samengestelde zin vormen, kan er een koppelwerkwoord en een hulpwerkwoord voorkomen.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

De regisseur vermoedt dat de spelers van het toneelstuk hun tekst allemaal tijdig uit het hoofd geleerd hebben.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

3.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

De regisseur vermoedt dat de spelers van het toneelstuk hun tekst allemaal tijdig uit het hoofd geleerd hebben.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

4.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

De regisseur vermoedt dat de spelers van het toneelstuk hun tekst allemaal tijdig uit het hoofd geleerd hebben.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

5.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

Dat de twee beste speelsters van ons basketbalteam naar Aris vertrekken, is bijzonder jammer, want met hen erbij waren we volgend jaar vast kampioen geworden.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

6.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

Dat de twee beste speelsters van ons basketbalteam naar Aris vertrekken, is bijzonder jammer, want met hen erbij waren we volgend jaar vast kampioen geworden.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

7.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

Dat de twee beste speelsters van ons basketbalteam naar Aris vertrekken, is bijzonder jammer, want met hen erbij waren we volgend jaar vast kampioen geworden.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

8.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

Dat de twee beste speelsters van ons basketbalteam naar Aris vertrekken, is bijzonder jammer, want met hen erbij waren we volgend jaar vast kampioen geworden.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

9.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

Als je buiten de spitsuren reist, mag je je fiets meenemen in de trein.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

10.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

Als je buiten de spitsuren reist, mag je je fiets meenemen in de trein.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

11.

Benoem het onderstreepte werkwoord.

Als je buiten de spitsuren reist, mag je je fiets meenemen in de trein.

a)

hww

b)

kww

c)

zww

12.

Uit hoeveel enkelvoudige zinnen bestaat deze samengestelde zin?

Wie te laat voor de voorstelling komt, mag de zaal pas in de pauze betreden, zodat de cabaretier niet uit zijn concentratie gehaald wordt.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

13.

Uit hoeveel enkelvoudige zinnen bestaat deze samengestelde zin?

Het leidde tot groot verdriet bij de supporters dat Feyenoord de landstitel niet wist te behalen.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

14.

Uit hoeveel enkelvoudige zinnen bestaat deze samengestelde zin?

Voordat je een baan bij dit ICT-bedrijf krijgt, moet je eerst een vervolgopleiding volgen.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

15.

Welke bewering is waar?

a)

Als een zin een naamwoordelijk gezegde met twee werkwoorden bevat, betekent dit dat er een koppelwerkwoord en een zelfstandig werkwoord in de zin staan.

b)

Als een zin een werkwoordelijk gezegde met drie werkwoorden bevat, dan bestaat dat gezegde uit twee hulpwerkwoorden en één koppelwerkwoord.

c)

Om te bepalen of blijken in een bepaalde zin een koppelwerkwoord is of een zelfstandig werkwoord, moet je eerst bepalen of blijken deel uitmaakt van een werkwoordelijk of van een naamwoordelijk gezegde.

16.

Verdeel de zin in enkelvoudige zinnen.

Wij hebben een mooi fotoboek kunnen samenstellen over de vakantie in Zwitserland, omdat die twee weken zo ontzettend leuk waren.

a)

1 Wij hebben een mooi fotoboek kunnen samenstellen

2 over de vakantie in Zwitserland,

3 omdat die twee weken zo ontzettend leuk waren.

b)

1 Wij hebben een mooi fotoboek kunnen samenstellen over de vakantie in Zwitserland,

2 omdat die twee weken zo ontzettend leuk waren.

c)

1 Wij hebben een mooi fotoboek kunnen samenstellen over de vakantie in Zwitserland,

2 omdat

3 die twee weken zo ontzettend leuk waren.

17.

Noteer het koppelwerkwoord uit deze zin.

Word jij al zenuwachtig als je Franse én Duitse woordjes in je hoofd moet stampen?

(a)  

18.

Noteer de zww's uit deze zin.

Timothy Doner heeft daarmee geen moeite, want hij leerde zichzelf twintig talen!

(a)  

19.

Noteer het hulpwerkwoord uit deze zin.

De 16-jarige Amerikaan spreekt alle talen nog niet vloeiend en accentloos, maar hij schijnt in de meeste werelddelen goed verstaanbaar te zijn.

(a)  

20.

Noteer de zww's in deze zin. (Noteer in de volgorde zoals ze in de zin staan met één spatie ertussen)

Hij vindt dat je veel extra dingen ontdekt als je je in een taal gaat verdiepen.

(a)