Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afkortingen en symbolen (spelling - H4 - 3vwo)

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Als je een naam of woordgroep weergeeft met de eerste letters ervan, zonder punten en je spreekt het geheel uit als een woord, dan is er sprake van een ___.

a)

letterwoord

b)

initiaalwoord

c)

afkorting

d)

symbool

e)

verkorting

2.

Als je een naam of woordgroep weergeeft met de eerste letters ervan, zonder punten en je spreekt het geheel uit als losse letters, dan is er sprake van een ___.

a)

letterwoord

b)

initiaalwoord

c)

afkorting

d)

symbool

e)

verkorting

3.

Als je een woord(groep) weergeeft met een beperkt aantal letters en punten, die je uitspreekt als het oorspronkelijke woord, dan is er sprake van een ___.

a)

letterwoord

b)

initiaalwoord

c)

afkorting

d)

symbool

e)

verkorting

4.

Als je een wetenschappelijk begrip, een eenheid of een valuta weergeeft met een of meer (hoofd)letters, dan is er sprake van een ___.

a)

letterwoord

b)

initiaalwoord

c)

afkorting

d)

symbool

e)

verkorting

5.

Als je een woord weergeeft met een of meer (delen van) lettergrepen, dan is er sprake van een ___.

a)

letterwoord

b)

initiaalwoord

c)

afkorting

d)

symbool

e)

verkorting

6.

Noteer de betekenis van het volgende verkorte woord of woordgroep: airco

4 lines
7.

Noteer de betekenis van het volgende verkorte woord of woordgroep: a.s.

4 lines
8.

Noteer de betekenis van het volgende verkorte woord of woordgroep: BZ

4 lines
9.

Verkort het volgende woord of de woordgroep: hotels, restaurants, cafés

4 lines
10.

Verkort het volgende woord of de woordgroep: hogesnelheidslijn

4 lines
11.

Verkort het volgende woord of de woordgroep: Master of Education

4 lines
12.

Geef aan of het bij het volgende woord om een afkorting, een initiaalwoord, een letterwoord, een symbool of een verkorting gaat.


pin

a)

initaalwoord

b)

letterwoord

c)

afkorting

d)

verkorting

e)

symbool

13.

Geef aan of het bij het volgende woord om een afkorting, een initiaalwoord, een letterwoord, een symbool of een verkorting gaat.


pc

a)

initaalwoord

b)

letterwoord

c)

afkorting

d)

verkorting

e)

symbool

14.

Geef aan of het bij het volgende woord om een afkorting, een initiaalwoord, een letterwoord, een symbool of een verkorting gaat.


km/h

a)

initaalwoord

b)

letterwoord

c)

afkorting

d)

verkorting

e)

symbool

15.

Geef aan of het bij het volgende woord om een afkorting, een initiaalwoord, een letterwoord, een symbool of een verkorting gaat.


info

a)

initaalwoord

b)

letterwoord

c)

afkorting

d)

verkorting

e)

symbool