wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ecologie en gedrag

Total questions: 30

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.
In deze afbeelding zie je een:
a)
levensgemeenschap
b)
individu
c)
biotoop
d)
populatie
2.
Hoe noem je alle abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
3.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
4.
Uit hoeveel schakels bestaat de kortste voedselketen in de afbeelding?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
5.
Wat is een voedselweb?
a)
Een reeks van eten en gegeten worden.
b)
Alle biotische factoren in een ecosysteem.
c)
Alle voedselrelaties in een ecosysteem.
6.
Hoe noemen we de groene planten in een voedselketen?
a)
autotroof
b)
heterotroof
c)
consumenten
d)
producenten
7.
Hoe noemen we de bacteriën en schimmels in een voedselketen?
a)
afvaleters
b)
consumenten
c)
reducenten
8.
Een rups is ...
a)
autotroof.
b)
een consument van de eerste orde.
c)
omnivoor.
d)
een producent.
9.
Wat ontbreekt er bij nummer 1?
a)
verbranding
b)
fotosynthese
10.
Wat ontbreekt bij nummer 3?
a)
consument
b)
reducent
c)
producent
d)
afvaleters
11.
Wat ontbreekt bij nummer 4?
a)
fotosynthese
b)
verbranding
12.
Wat voor een soort voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming.
13.
Wat voor een voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming
14.
In een ecosysteem schommelen de populaties rondom een biologisch evenwicht.
a)
juist
b)
onjuist
15.
Dit diagram noemen we ook wel een...
a)
minimum-maximumkromme.
b)
staafdiagram.
c)
milieukromme.
d)
optimumkromme.
16.
Het gestroomlijnde lichaam van deze pinguïn is een voorbeeld van....
a)
aanpassing.
b)
successie.
c)
mutualisme.
d)
symbiose.
17.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
18.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
19.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
20.
Wat voor een soort snavel zie je bij een vogel met dit soort poten?
a)
kegelsnavel
b)
priemsnavel
c)
haaksnavel
d)
zeefsnavel
21.
Wat voor een soort snavel zie je bij een vogel met dit soort poten?
a)
kegelsnavel
b)
priemsnavel
c)
haaksnavel
d)
zeefsnavel
22.
Wat voor een soort snavel zie je bij een vogel met dit soort poten?
a)
kegelsnavel
b)
priemsnavel
c)
pincetsnavel
d)
zeefsnavel
23.
Hoe noemen we de snavel van deze vogel?
a)
priemsnavel
b)
haaksnavel
c)
kegelsnavel
d)
pincetsnavel
24.

Wat is een voorbeeld van een inwendige prikkel?

a)

Warmte in het klaslokaal

b)

Honger

c)

Lichtstralen

d)

Koud water

25.

Gedrag ontstaat doordat dieren reageren op inwendige en uitwendige prikkels

a)

Goed

b)

Fout

26.

Een papegaai leert woorden van zijn baasje

a)

Inprenting

b)

Inzicht

c)

Imiteren

d)

Belonen en straffen

27.

De meeste reflexen beschermen je lichaam tegen beschadigingen en vergroten de kans op overleven

a)

Goed

b)

Fout

28.
Na het uitkomen van de eieren leren de jonge eendjes dat de kip hun ‘moeder’ is.
Hoe wordt deze vorm van leren genoemd?
a)
Conditionering
b)
Gewenning
c)
Inprenting
d)
Trial and error
29.

Aangeboren of aangeleerd?

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

30.

Bijen reageren op de geur van suikerwater door hun opgerolde tong uit te steken. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben bijen blootgesteld aan de geur van bepaalde explosieven en ze tegelijk suikerwater gegeven. Na enkele uren hadden de bijen geleerd hun tong uit te steken als ze de explosieven roken, ook als ze geen suikerwater kregen. Zulke getrainde bijen hoopt men in de toekomst te kunnen gebruiken om bijvoorbeeld bommen op te sporen.


Hoe wordt de beschreven vorm van leren genoemd?

a)

conditionering

b)

gewenning

c)

trial and error

d)

inprenting