wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloemen bs 1 + 2

Total questions: 25

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Zaadplanten hebben bloemen. Waar gebruikt een zaadplant zijn bloemen voor? (de functie van bloemen)

a)

Een zaadplant maakt bloemen zodat deze verkocht kunnen worden in een winkel.

b)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om zich voort te planten

c)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om zuurstof in de lucht los te laten.

d)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om voedingsstoffen op te nemen.

2.

Welke kleur heeft de bloemkelk meestal?

a)

Paars

b)

Rood

c)

Geel

d)

Groen

3.

De stamper is het vrouwelijk voorplantingsorgaan van een plant. Uit welke onderdelen bestaat de stamper?

a)

Stempel, stijl en kroonblad

b)

Bloemkelk, Stijl en vruchtbeginsel

c)

Stempel, Stijl en vruchtbeginsel

d)

Vruchtbeginsel, Stempel en bloemkelk

4.

Hoe kun je stuifmeelkorrels het best omschrijven?

a)

Stuifmeelkorrels zijn de mannelijke voortplantingscellen.

b)

Stuifmeelkorrels zijn de vrouwelijke voortplantingscellen

c)

Stuifmeelkorrels zijn de eicellen van planten

d)

Stuifmeelkorrels zijn de grootste cellen van een plant

5.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

6.

Een zaadplant maakt eicellen. Waar kun je die eicellen vinden?

a)

In de stempel

b)

In de stijl

c)

In het zaadbeginsel

d)

In de meeldraden

7.

Bekijk de afbeelding. Welk nummer geeft de stijl aan?

a)

1

b)

5

c)

6

d)

2

8.

Bekijk de afbeelding. Welk onderdeel helpt bij het lokken van bijen

a)

1

b)

2

c)

4

d)

3

9.

Bekijk de afbeelding. Welk nummer geeft de meeldraad aan?

a)

2

b)

7

c)

5

d)

3

10.

Bekijk de afbeelding. Welk deel van de plant beschermt de bloemkroon tegen kou en uitdroging?

a)

Nummer 6

b)

Nummer 4

c)

Nummer 3

d)

Nummer 1

11.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
12.
Een zaad bestaat uit verschillende onderdelen. Welk onderdeel zit NIET in een zaad?
a)
Kiemplantje
b)
Zaadlob
c)
Zaadhuid
d)
Eicel
13.

Wat is een kiem?

a)

Een jong plantje.

b)

Een plant met een éénjarige levenscyclus.

c)

Deel van een zaad met reservevoedslel.

d)

Het worteltje.

14.
Wat is een zaadlob?
a)
De buitenkant van een zaad.
b)
Een jong plantje.
c)
Deel van de zaad met reservevoedsel.
d)
Hieruit groeit een nieuw plantje.
15.

Kelkbladeren zijn meestal opvallend gekleurd

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Stampers zijn de vrouwelijke voortplantingsorganen van een plant

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Wat is bestuiving?

a)

het groeien van de stuifmeelbuis door de stijl van een stamper van dezelfde plantensoort

b)

Het overbrengen van stuifmeel van een meeldraad op de stempels van een bloem van dezelfde plantensoort

c)

Het versmelten van de kern van de stuifmeelkorrel met de kern van een eicel van dezelfde plantensoort

d)

Het vrijkomen van stuifmeel uit de helmhokjes van een meeldraad

18.

Welk onderdeel hoort bij nummer 1

a)

Kelkblad

b)

Meeldraad

c)

Stamper

d)

Kroonblad

19.

Welk begrip hoort bij nummer 11?

a)

Meeldraad

b)

Stempel

c)

Stamper

d)

Steel

20.

Welk begrip hoort bij nummer 10?

a)

Stijl

b)

Helmhokje

c)

Meeldraad

d)

Stuifmeelkorrel

21.

Bij welk nummer is er sprake van bestuiving?

a)

1

b)

2

c)

3

22.

Nectar wordt gebruikt door insectenbloemen om insecten te lokken

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Dit is een..

a)

Windbloem

b)

Insectenbloem

24.

Dit is een..

a)

Windbloem

b)

Insectenbloem

25.

De stamper heeft nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5