wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test je kennis over paragraaf 6.1 & 6.2

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

In de 18e eeuw durfden steeds meer mensen hun mening over de samenleving te delen. Er was kritiek op opvoeding, onderwijs, economie en recht.


Kies 2 redenen waarom mensen steeds meer kritiek durfden te geven

a)

Burgers kregen inspraak in het bestuur

b)

Een groter vertrouwen in het menselijk denken

c)

De wetenschap bloeide op

d)

De economie bloeide op

2.

Continuïteit of Verandering?


Lodewijk XV (15e) en Lodewijk XVI (16e) geloofden ook in het idee van droit divin, net zoals Lodewijk XIV (14e)

a)

Continuïteit

b)

Verandering

3.

Lodewijk XV en Lodewijk XVI konden geen oplossingen vinden voor de langlopende problemen waar Frankrijk mee te maken had.


Om welke 3 problemen gaat het? Kruis de juiste 3 aan.

a)

Staatsschuld werd groter en staatskas was leeg

b)

Er brak revolutie uit

c)

De standenmaatschappij zorgde voor ongelijkheid en onvrede

d)

Het bestuur en leger functioneerde slecht

e)

De derde stand weigerde belasting te betalen

4.

Continuïteit of Verandering?


Lodewijk XIV versterkte het leger en betaalde de soldaten zelf. Lodewijk XV en XVI investeerde nauwelijks in het leger, waardoor het leger verzwakte.

a)

Continuïteit

b)

Verandering

5.

Welke stand was achtergesteld op het gebied van belastinginning, rechtspraak en bestuursinspraak?

a)

Eerste stand - Geestelijkheid

b)

Tweede stand - Adel

c)

Derde stand - Burgers en Boeren

6.

Geef aan welke uitspraak juist/onjuist is:


Uitspraak 1: Lodewijk XIV (14e) had de absolute macht. Hij besliste alles zelf nadat hij de adel en geestelijkheid buiten spel had gezet.


Uitspraak 2: Lodewijk XV (15e) en XVI (16e) gingen nog verder dan hun voorganger Lodewijk XIV (14e). Zij hadden meer aandacht voor het bestuur en wisten de macht van de adel en geestelijkheid nog verder te breken.

a)

Alleen uitspraak 1 is juist

b)

Alleen uitspraak 2 is juist

c)

Beide uitspraken zijn juist

d)

Beide uitspraken zijn onjuist

7.

Continuïteit of Verandering?


Privileges uit de Middeleeuwen bestonden nog steeds in Frankrijk tijdens de 18e eeuw. Edelen legden boeren hoge belastingen op en de boeren moesten nog steeds herendiensten verrichten voor de landheer.

a)

Continuïteit

b)

Verandering

8.

Wat is het begrip voor de rijke burgerij?

(a)  

9.

De rijke burgers begonnen zich uit te spreken over de ongelijkheden. Kruis de juiste onderwerpen aan waar zij zich over uitspraken

a)

Geen inspraak in het bestuur

b)

Ongelijke belasting verdeling

c)

Ongelijke rechtspraak

d)

Geen investeringen in het leger

e)

Geen aandacht voor de handel

10.

Juist of Onjuist?


In de steden werd er door de rijke burgers druk gepraat over de samenleving. Dit gebeurde in salons, genootschappen en koffiehuizen.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Hoeveel procent van de bevolking in Frankrijk was boer?

(a)