Font size
WorksheetsTest hoofdstuk 7 en 10 wiskunde 1V
Total questions: 11
Worksheet time: 55mins
Grafiek A
Grafiek B
Grafiek C
Grafiek D
Stel de formule op die bij deze lijn hoort.
Schrijf de formule zo kort mogelijk op.
Gebruik b voor brandtijd en l voor lengte.
Gebruik geen spaties!
gebruik een kommagetal als het nodig is (geen punt, geen breuk)
(a)
Gegeven is de formule p = 8 + 2(q – 2).
Bereken p als q = 3,5.
vul aan
p=
(a)
Schrijf de volgende formule korter.
g = 11 × a + 17 + 8 × a + 15
Gebruik geen spaties
(a)
Schrijf de volgende formule korter.
i = 5 + 7c – 19 – c + 21
Gebruik geen spaties
(a)
Schrijf de volgende formule korter.
k = 9 + 6 – 3 × (6e + 5)
Gebruik geen spaties
(a)
Los de volgende vergelijking op.
4b + 25 = 65
vul aan
b=
(a)
Los de volgende vergelijking op.
82 – 7t = 19
vul aan
t=
(a)
Los de volgende vergelijking op.
3(4 – 6x) = 48
vul aan
x=
(a)
Hoe noem je de stukjes van de formule die bij elkaar opgeteld of van elkaar afgetrokken moeten worden?
(a)
Lisanne doet mee aan een sponsorloop op haar school. Zij krijgt sowieso een bedrag van 20 euro van haar vriendinnen. Per gelopen rondje krijgt ze 20 cent van haar oma, 15 cent van haar zus en 25 cent van haar ouders.
In totaal verdient Lisanne 38 euro.
Bedenk een vergelijking waarmee je kunt berekenen hoeveel rondjes Lisanne heeft gelopen en los deze op.
Dus hoeveel rondjes heeft Lisanne gelopen?
(a)
