wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Maandag 20 april

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Konden jullie goed inloggen in Zoom?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Moeilijk, maar het is gelukt.

2.

Hoe lang hebben jullie gewerkt vandaag?

a)

Minder dan een uur

b)

meer dan een uur

c)

Meer dan 2 uur

d)

Meer dan 3 uur

3.

Hoeveel is 10 % van 500?

a)

50

b)

500

c)

5

d)

0,5

4.

Wat is de titel van het nieuwe unité 31?

a)

Vous savez la tour Eiffel?

b)

Il a mal aux dents.

c)

Vous savez où c'est?

d)

Je suis malade

5.

Wat voor een zin is: "De man kijkt boos".

a)

Het onderwerp DOET iets.

b)

Het onderwerp IS / WORDT / BLIJFT iets + kenmerk.

6.

Welke soort zin is het? De kinderen blijven verdrietig.

a)

Het onderwerp DOET iets.

b)

Het onderwerp IS / BLIJFT / WORDT iets + kenmerk.

7.

Wat is het kenmerk in deze zin? Lieve is lief.

a)

Lieve

b)

Is

c)

lief

8.

Wat is het onderwerp? Gaan de kinderen van De Schatkist naar school?

a)

Gaan

b)

De kinderen

c)

De kinderen van De Schatkist

d)

naar school

9.

Wat leren we in Unité 31?

a)

Het restaurant vinden.

b)

De weg uitleggen in het Frans.

c)

Parijs leren kennen.

d)

De uitgang van de metro weten zijn.

10.

Wat betekent 'un carrefour'

(a)  

11.

Hoe ging het lezen en uitspreken van de tekst en vocabulaire?

a)

Niet goed. Het was héél moeilijk.

b)

Het was moeilijk, maar het is me gelukt.

c)

Het lukt goed.

d)

Super, geen enkel probleem.

12.

Wanneer betaal je 'intrest'?

a)

Als je geld spaart bij de bank.

b)

Als je geld leent bij de bank.

c)

Als je bij de bakker een brood koopt.

13.

Wat is het verschil tussen 'rente' en 'intrest'.

a)

Intrest is voor het land, rente is voor de bank.

b)

Intrest betaal je, rente krijg je.

c)

Het is hetzelfde. Het zijn synoniemen.

14.

Wat vond je van het filmpje over de fossiele brandstoffen?

a)

Keisaai! Bwah! Ik wist alles al.

b)

Interessant.

15.

Heb je vandaag een leeskwartier gedaan?

a)

Ja

b)

Nee

16.

Welk boek lees je?

a)

Uit de bib.

b)

Een boek van mezelf.

c)

Op Bingel

d)

Op een andere site met boeken.

17.

Wie zijn Matthias en Eva?

a)

Een tweeling uit Wallonië.

b)

Broer en zus uit Wallonië.

c)

Broer en zus uit Vlaanderen.

d)

2 vrienden.

18.

Waar vertrekt de reis van Matthias, Eva, Arnaud en Camille?

a)

à Bruxelles.

b)

à Anvers.

c)

à Asse.

19.

Wat gaan de kinderen doen?

a)

Een reis maken door Vlaanderen te voet.

b)

Een reis maken door Vlaanderen met de fiets.

c)

Een reis maken door Wallonië te voet.

d)

Een reis maken door Wallonië met de fiets.

20.

Wil je nog iets vertellen of vragen?

4 lines