Font size
S
M
L
XL
WorksheetsSchrijven: Werkwoorden (2 STERREN)
Total questions: 15
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
Ik ... (mogen) vandaag oefeningen maken.
a)
mag
b)
mogen
2.
Hij ... (kunnen) heel goed voetballen.
a)
kan
b)
kunnen
3.
Jullie ... (moeten) vandaag poetsen.
a)
moet
b)
moeten
4.
Hij ... (zijn) een leuke jongen.
a)
zijn
b)
is
c)
ben
d)
bent
5.
Wij ... (hebben) drie honden.
a)
hebben
b)
heb
c)
hebt
6.
Zij ... (willen) naar de zee rijden.
a)
wil
b)
willen
7.
Jij ... (gaan) met de fiets naar de winkel.
a)
ga
b)
gaat
c)
gaan
8.
Wij ... (komen) niet op bezoek.
a)
kom
b)
komt
c)
komen
9.
Ik ... (zullen) zal blij zijn als ik naar school mag.
a)
zal
b)
zullen
10.
Mevrouw Karen ... (moeten) les geven aan haar kinderen.
a)
moet
b)
moeten
11.
Mevrouw Jozefien ... (zijn) thuis.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
12.
Op woensdag ... (kunnen) wij 10 kilometer lopen.
a)
kunnen
b)
kan
13.
' S morgens ... (zijn) ik nooit moe.
a)
zijn
b)
is
c)
bent
d)
ben
14.
... (mogen) jij water drinken?
a)
Mogen
b)
Mag
15.
... (hebben) hij honger?
a)
Heb
b)
Hebt
c)
Hebben
d)
Heeft
Reset
