Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

verbale- en non-verbale communicatie

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

communicatie = proces waarin de zender informatie geeft aan de ontvanger. Deze reageert altijd.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Is volgende oefening juist? Tom kijkt beteuterd naar de punten op zijn rapport. De leerkracht geeft hem een schouder

a)

juist

b)

niet juist

3.

Wat is decoderen?

a)

informatie omzetten in een boodschap

b)

een geslaagde communicatie

c)

waarnemen en interpreteren

4.

Welk aspect speelt geen rol in de context van de communicatie?

a)

geslacht

b)

voorafgaande gebeurtenissen

c)

tijdstip

d)

relatie zender-ontvanger

5.

Wat is geen voorbeeld van tweezijdige communicatie?

a)

krant

b)

familie what's app

c)

je bestelt een pizza aan de telefoon

d)

verkeersbord

6.

Wat zijn de kenmerken van massa-communicatie

a)

feedback is altijd mogelijk

b)

groot aantal personen

c)

meestal éénzijdig

d)

openbare communiciatie (voor iedereen die het wil/kan horen)

7.

verbale taal = woordtaal en non-verbale taal = lichaamstaal

a)

waar

b)

niet waar

8.

Dit is een voorbeeld van auto-contactgedrag

a)

waar

b)

niet waar

9.

Dit is een voorbeeld van een afschermbeweging

a)

waar

b)

niet waar

10.

De stem kan ook non-verbaal zijn. Het gaat dan vooral over 'hoe' iets gezegd wordt. Duid de juiste kenmerken aan.

a)

tempo

b)

zwijgen

c)

volume

d)

boodschap

11.

Hoe heet deze houding en wat betekent het?

a)

imitatiegedrag

b)

er heerst een grote afstandelijkheid

c)

houdingsecho

d)

de communicatie verloopt positief

12.

Plaats de 4 ruimtelijke zones die men tegenover elkaar kan innemen te beginnen bij die zone die het dichtst bij jou komt

a)

3 - 2 - 1 - 4

b)

4 - 2 - 3 - 1

c)

2 - 4 - 1 - 3