wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rekenen met geld: Hoeveel moet je betalen?

Total questions: 6

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel moet je betalen?


Ik koop een brood en een fles melk.

Het brood kost €1,50. De fles melk kost € 2,00

a)

€ 3,50

b)

€ 2,00

2.

Hoeveel moet je betalen?


Ik koop bananen en druiven. De bananen kosten €3,50 en de druiven € 3,00.

a)

€ 6,00

b)

€ 6,50

3.

Hoeveel moet je betalen?


Ik koop een flesje water en een broodje. Het broodje kost €2,80 en het flesje water €1,50.

a)

€ 5,30

b)

€ 4,30

4.

Hoeveel moet je betalen?


Ik koop een zakje snoep en een blikje cola. Het zakje snoep kost € 3,00 en het blikje cola kost € 1,50.

a)

€ 5,50

b)

€ 4,50

5.

Hoeveel moet je betalen?


Ik koop 6 balpennen. Eén balpen kost € 2,00.

a)

€ 24,00

b)

€ 12,00

6.

Hoeveel moet je betalen?


Ik koop 5 stiften en 2 balpennen. Eén stift kost € 2,00 en één balpen kost €1,50.

a)

€ 13,00

b)

€ 11,50