Font size
WorksheetsNova 3M Straling en Materie
Total questions: 37
Worksheet time: 28mins
In de natuur komen vrijwel geen zuivere stoffen voor, maar er zijn uitzonderingen.
Welke stof komt wel als zuivere stof in de natuur voor?
Calcium (kalk)
Goud
Magnesium
Zilver
Welke bewering is waar?
Als een mengsel smelt, worden de stoffen gescheiden.
Een mengsel kan worden gescheiden.
Elke stof is een mengsel.
In een mengsel zit maar één soort moleculen.
In figuur 1 zie je een voorstelling van een bepaalde stof met behulp van het deeltjesmodel.
In welke fase is deze stof?
de gasfase
de vaste fase
de vloeibare fase
De gasdruk in een container kan toenemen.
Wanneer neemt de gasdruk toe?
Als de moleculen langzamer gaan bewegen.
Als de container open wordt gemaakt.
Als er meer moleculen in de container komen.
Als er moleculen uit de container verdwijnen.
Het kookpunt van zuurstof is –183 °C.
Wat is het kookpunt van zuurstof in kelvin?
–90 K
–456 K
90 K
456 K
Er zijn verschillende methoden om een mengsel te scheiden.
Hoe heet de methode waarbij je met een oplosmiddel een oplosbare vaste stof scheidt van een onoplosbare vaste stof?
absorberen
extraheren
filtreren
indampen
Je voegt aan een mengsel van suiker en zand ruim water toe. Je schudt het mengsel langdurig en giet het daarna in een filter.
Wat blijft er in het filter achter?
niets
suiker
zand
zowel suiker als zand
Welke bewering over elementen is waar?
Een stof ontleedt als elementen worden samengevoegd.
Een element is hetzelfde als een molecuul.
Elementen kunnen niet verder worden ontleed.
Er bestaan miljoenen verschillende elementen.
Welke twee stoffen zijn elementen?
aardgas
goud
hout
kwik
roest
Je kunt de temperatuur meten in graden Celsius of in kelvin.
Reken om:
–1 °C = … K
(a)
Je kunt de temperatuur meten in graden Celsius of in kelvin.
Reken om:
153 °C = … K
(a)
Je kunt de temperatuur meten in graden Celsius of in kelvin.
Reken om:
260 K = … °C
(a)
Je kunt de temperatuur meten in graden Celsius of in kelvin.
Reken om:
300 K = … °C
(a)
In figuur 2 zie je een model van een molecuul.
Uit hoeveel verschillende soorten atomen bestaat dit molecuul?
(a)
In figuur 2 zie je een model van een molecuul.
Hoeveel atomen zitten er in totaal in dit molecuul?
(a)
Een koperatoom heeft 29 protonen en 34 neutronen.
Wat is het atoomnummer van dit atoom?
(a)
Een koperatoom heeft 29 protonen en 34 neutronen.
Wat is het massagetal van dit atoom?
(a)
Een koperatoom heeft 29 protonen en 34 neutronen.
Hoeveel elektronen zitten er in dit atoom?
(a)
Van het element chloor bestaan twee vormen: chloor-35 en chloor-37.
Hoe noem je die twee verschillende vormen van chloor?
(a)
Van het element chloor bestaan twee vormen: chloor-35 en chloor-37.
Het atoomnummer van chloor is 17.
Hoeveel protonen heeft een atoom chloor-35?
(a)
Van het element chloor bestaan twee vormen: chloor-35 en chloor-37.
Het atoomnummer van chloor is 17.
Hoeveel neutronen heeft een atoom chloor-35?
(a)
Van het element chloor bestaan twee vormen: chloor-35 en chloor-37.
Het atoomnummer van chloor is 17.
Hoeveel protonen heeft een atoom chloor-37?
(a)
Van het element chloor bestaan twee vormen: chloor-35 en chloor-37.
Het atoomnummer van chloor is 17.
Hoeveel neutronen heeft een atoom chloor-37?
(a)
Een zonnebank zendt straling uit.
Wat voor straling is dat voornamelijk?
gammastraling
infrarode straling
röntgenstraling
ultraviolette straling
Laat glas zichtbaar licht door of absorbeert het deze straling? En een zwart gordijn?
glas laat zichtbaar licht door, zwart gordijn absorbeert zichtbaar licht
glas laat zichtbaar licht door, zwart gordijn laat zichtbaar licht door
glas absorbeert zichtbaar licht, zwart gordijn absorbeert zichtbaar licht
glas absorbeert zichtbaar licht, zwart gordijn laat zichtbaar licht door
Welke straling is zwak ioniserend?
infrarode straling
röntgenstraling
ultraviolette straling
zichtbaar licht
Wat wordt bedoeld met de halfwaardetijd van een radioactieve stof?
het aantal moleculen dat per seconde wordt kapotgemaakt
het aantal atoomkernen dat per seconde verandert
de tijd waarin de hoeveelheid straling wordt gehalveerd
de tijd waarin een radioactieve stof straling uitzendt
Niet alle soorten straling zijn even gevaarlijk.
Welke straling is het gevaarlijkst bij bestraling van buitenaf?
alfastraling
bètastraling
gammastraling
De dracht verschilt per soort straling.
Welk soort straling heeft, bij dezelfde energie, de kleinste dracht?
alfastraling
bètastraling
gammastraling
In figuur 1 zie je een grafiek van het radioactief verval van jood-131.
Hoeveel keer is de straling in 32 dagen gehalveerd?
1 keer
2 keer
3 keer
4 keer
Neon-24 heeft een halfwaardetijd van 15 uur.
Hoeveel radioactiviteit is er na 60 uur nog over?
een kwart
een achtste
een twaalfde
een zestiende
Om organen in het menselijk lichaam te onderzoeken, wordt een radioactieve merkstof gebruikt.
Welke soort straling zendt zo’n merkstof uit?
alfastraling
bètastraling
gammastraling
röntgenstraling
De verschillende soorten straling hebben een verschillend doordringend vermogen.
Welke stralingssoort wordt door een vel papier tegengehouden?
alfastraling
bètastraling
gammastraling
Adnan beschrijft een stof. Hij schrijft onder meer op dat de atoomkernen van de stof stabiel zijn.
Beschrijft Adnan hiermee een radioactieve stof?
Ja
Nee
Het personeel in een ziekenhuis gaat bij het bestralen van een patiënt achter een dikke muur staan. De dikke muur bevat een grote hoeveelheid metaal.
Welk metaal is hiervoor het meest geschikt, lood of aluminium?
Lood
Aluminium
In een ziekenhuis wordt jood-131 gebruikt bij de behandeling van schildklierkanker. Voor de behandeling van een patiënt wordt 0,68 µg jood-131 toegediend. Jood-131 heeft een halfwaardetijd van acht dagen. Een ziekenhuis heeft 17 µg jood-131 in huis om een aantal patiënten tegelijk te behandelen.
Hoeveel patiënten kunnen daarmee tegelijkertijd behandeld worden?
(a)
In een ziekenhuis wordt jood-131 gebruikt bij de behandeling van schildklierkanker. Voor de behandeling van een patiënt wordt 0,68 µg jood-131 toegediend. Jood-131 heeft een halfwaardetijd van acht dagen. Een ziekenhuis heeft 17 µg jood-131 in huis om een aantal patiënten tegelijk te behandelen.
Hoeveel µg jood-131 is er na 24 dagen nog over in een patiënt?
(a)
