wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onlinelessen Quiz

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin: Wie koopt een ijsje?

a)

Wie

b)

koopt

c)

een

d)

ijsje

2.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin: Houssam leest graag.

a)

Houssam

b)

leest

c)

graag

3.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin: Vliegensvlug vloog de vlieg weg.

a)

Vliegensvlug

b)

vlieg

c)

vloog

d)

weg

4.

Is het woord 'ochtend' in deze zin een zelfstandig naamwoord? : Tijdens de ochtend game ik graag.

a)

Ja, want je kan er een meervoud van maken

b)

Nee, want er staat een lidwoord voor

c)

Nee, want het is geen voorwerp

d)

nee, want je kan er geen verkleinwoord van maken

5.

Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan in de volgende zin: Voetbal is een populaire sport

a)

1/ Voetbal

b)

2/ Voetbal en populaire

c)

2/ voetbal en sport

d)

3/ voetbal, populaire en sport

e)

Geen een want voetbal is saai

6.

Zelfstandige naamwoorden bestaan uit soortnamen en eigennamen

a)

Klopt helemaal

b)

Is dat een filosofische vraag?

c)

Nee, ook lidwoorden horen erbij

d)

Ik weet het niet maar ik zie u wel graag

7.

Bijvoeglijke naamwoorden staan altijd naast het zelfstandig naamwoord ( dit is een moeilijke vraag ik weet het).

a)

Ik heb echt geen idee.

b)

Wat is dat nu weeral, een bijvoeglijk naamwoord?

c)

Nee, een bijvoeglijk naamwoord kan ook op een andere plaats staan.

d)

Ja, daar horen ze thuis en nergens anders.

8.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin: Wat een bange mensen!

a)

Wat

b)

bange

c)

mensen

d)

een

9.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin: De mensen zijn echt bang!

a)

Echt

b)

Er staat geen bijvoeglijk naamwoord in de zin.

c)

Bang

d)

Mensen

10.

O nee! Voltooid deelwoord! Zoek in het de volgende zin: Hij heeft vele avonturen meegemaakt

a)

heeft

b)

meegemaakt

c)

gemaakt

d)

Euh?

11.

Voltooid deelwoord in de zin? Hij vertelt me een mop en ik lach me kapot.

a)

vertelt

b)

lach

c)

mop

d)

er staat geen voltooid deelwoord in de zin

12.

Staat er een voltooid deelwoord in de zin? Hij heeft me eruit gegooid.

a)

Nee

b)

Ja, heeft

c)

Ja, gegooid

13.

Wat is de juiste spelling? Maryam had taarten ( bakken)

a)

gebakken

b)

gebakt

c)

gebakkt

d)

gebaken

14.

Wat is de juiste spelling? De molen heeft vandaag niet ( draaien)

a)

draaide

b)

gedraait

c)

gedraaid

d)

draaiden

15.

Wat is de juiste spelling? Aya heeft haar verjaardag goed ( vieren).

a)

gevierd

b)

geviert

c)

vierde

16.

Wat is de juiste spelling? Ik heb het het je nog (zeggen)

a)

gezegt

b)

gezegd

c)

gezei

d)

gezeid

17.

Schooltaalwoorden. Wat is de juiste schrijfwijze?

a)

historisch

b)

historiesch

18.

Wat is de juiste schrijfwijze?

a)

Anekdote

b)

Anecdote

c)

Anekdoote

d)

Anecdotte

19.

Wat is de juiste schrijfwijze?

a)

Wetenschapelijk

b)

Wetenschappellijk

c)

Weteschappelijk

d)

Wetenschappelijk

20.

Een ander woord voor gezamenlijk is 'alleen'

a)

Waar

b)

Niet waar

c)

Soms waar

d)

Is dat een filosofische vraag?

21.

Voor het tegenovergestelde gebruik je vaak het voorvoegsel ' on'

a)

Waar, want ''on' betekent 'niet'

b)

Niet waar

c)

Is on- derbroek dan het tegenovergestelde van?

d)

Wat is een voorvoegsel nu alweer?

22.

Het tegenovergestelde van 'praktisch' is

(a)  

23.

Tegenover horizontaal staat

(a)  

24.

Een ander woord voor 'spanning' is

(a)  

25.

Ik denk dat ik de vaatwasmachine al een beetje ken. Toch ken ik de ............. nog niet van die knop.

a)

taak

b)

functie

c)

beide kunnen

26.

Van het zelfstandig naamwoord ' functie' kan je een werkwoord maken. Welk?

(a)  

27.

Wat is de vrouwelijke vorm van het woord ' gastheer?'

(a)  

28.

Wat is de meest gestelde vraag in de livelessen?

a)

Mevrouw, is de liveles gedaan?

b)

Mevrouw, welke pagina?

c)

Mevrouw, komt dat op het examen?

d)

Hoe gaat het met u, mevrouw?