wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Handelseco. H4: Prijsvorming arbeidsmarkt + werking RSZ

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Je ziet zo meteen enkele afbeeldingen. Welke behoren tot de vrije beroepen?

a)
b)
c)
d)
2.

Er zijn o.a. ambtenaren en bedienden. Het verschil tussen beide is... (kies het meest passende antwoord)

a)

dat ambtenaren meer verdienen dan bedienden.

b)

dat bedienden eerder op pensioen kunnen gaan omdat ze op jongere leeftijd zijn beginnen werken.

c)

dat ambtenaren per uur (uurloon) worden betaald. Bedienden krijgen een maandloon.

d)

dat de ambtenaar een arbeidsovereenkomst heeft met de overheid.

3.

Dit schema herken je ongetwijfeld. Welke van hieronderstaande mogelijkheden is correct?

a)

3) = gezinnen

4) = loon

2) = arbeid

1) = bedrijven en overheid

b)

3) = bedrijven en overheid

4) = loon

2) = arbeid

1) = gezinnen

c)

3) = gezinnen

4) = arbeid

2) = loon

1) = bedrijven en overheid

d)

3) = arbeid

4) = loon

2) = gezinnen

1) = bedrijven en overheid

4.

Met hoeveel partijen aan tafel gebeuren de onderhandelingen in de NAR (= Nationale Arbeidsraad)?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

5.

Waar of niet waar? Paritaire comités komen tot afspraken die gelden op nationaal niveau. Dit betekent dat dit voor alle werknemers in het land van toepassing is.

a)

Waar, want de vakbonden proberen alle werknemers zo goed mogelijk te beschermen.

b)

Waar, want het IPA (= interprofessioneel akkoord) is bindend voor al de werknemers van het land.

c)

Niet waar, want dat is een cao enkel geldend voor die bepaalde sector.

d)

Niet waar, op bedrijfsniveau heeft men finaal het laatste woord.

6.

"De schatkist van de RSZ" - Wie is er verantwoordelijk om hiertoe bij te dragen? Duid aan wat volgens jou van toepassing is. (meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Werknemers

b)

Werkgevers

c)

Overheid

d)

De Europese Unie

7.

Hoeveel % van het brutoloon moeten werknemers in de privésector afstaan aan de RSZ?

a)

13,07%

b)

17,03%

c)

13,70%

d)

21.00%

8.

Wie heeft er recht (= rechthebbenden) op een tegemoetkoming van de RSZ? (meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Werknemers

b)

Zelfstandigen

c)

De overheid

d)

Enkel bedrijven met meer dan 50 werknemers in dienst

9.

Waarvoor staat de afkorting van de volgende instelling? => FBZ

a)

Fonds voor Beroepsziekten

b)

Fonds voor Bijzondere Zorg

c)

Federatie Belgisch Ziektefonds

d)

Federatie Belgische Zelfstandigen

10.

Wie zit er allemaal aan tafel bij een OR (= ondernemingsraad)? (meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Directie

b)

Vakbondsafgevaardigden

c)

De overheid

d)

De aandeelhouders