wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eigenschappen van de bewerkingen

Total questions: 40

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

In welk voorbeeld tonen we dat de optelling commutatief is?

a)

5 + 8 = 8 + 5

b)

(12 + 4) + 6 = 12 + (4 + 6)

c)

5 . ( 10 + 2) = 5 . 10 + 5 . 2

d)

7 + 3 + 0 = 7 + 3

2.

In welk voorbeeld tonen we dat de optelling associatief is?

a)

5 + 8 = 8 + 5

b)

(12 + 4) + 6 = 12 + (4 + 6)

c)

5 . ( 10 + 2) = 5 . 10 + 5 . 2

d)

7 + 3 + 0 = 7 + 3

3.

In welk voorbeeld tonen we dat de vermenigvuldiging distributief is ten opzichte van de optelling?

a)

2 . 2 = 2 + 2

b)

(12 + 4) + 6 = 12 + (4 + 6)

c)

5 . ( 10 + 2) = 5 . 10 + 5 . 2

d)

7 . 0 = 0

4.

In welk voorbeeld tonen we dat de vermenigvuldiging distributief is ten opzichte van de aftrekking?

a)

9 - 4 = 4 - 9

b)

(12 . 4) . 5 = 12 . (4 . 5)

c)

(10 - 1) . 8 = 10 . 8 - 1 . 8

d)

7 - 0 = 7

5.

In welk voorbeeld tonen we dat de vermenigvuldiging commutatief is?

a)

5 . 8 = 8 . 5

b)

(12 . 4) . 5 = 12 . (4 . 5)

c)

5 . ( 10 + 2) = 5 . 10 + 5 . 2

d)

7 . 0 = 0

6.

In welk voorbeeld tonen we dat de vermenigvuldiging associatief is?

a)

5 . 8 = 8 . 5

b)

(12 . 4) . 5 = 12 . (4 . 5)

c)

5 . ( 10 + 2) = 5 . 10 + 5 . 2

d)

7 . 0 = 0

7.

De optelling is commutatief in Q

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

De aftrekking is associatief in Q

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

De deling is commutatief in Q

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

De vermenigvuldiging is associatief in Q

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Welke eigenschap staat hier in symbolen?

a + b = b + a

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

12.

Welke eigenschap staat hier in symbolen?

a . b = b . a

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

13.

Welke eigenschap staat hier in symbolen?

(a + b) + c = a + (b + c) = a + b + c

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

14.

Welke eigenschap staat hier in symbolen?

(a . b) . c = a . (b . c) = a . b . c

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

15.

Welke eigenschap staat hier in symbolen?

(a + b) . c = a . c + b . c

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

16.

Vul aan:

0 is het ... element voor de optelling.

(a)  

17.

Vul aan:

0 is het ... element voor de vermenigvuldiging.

(a)  

18.

Vul aan:

1 is het ... element voor de vermenigvuldiging.

(a)  

19.

Welke waarde heeft a?

24,5 + a = 24,5

(a)  

20.

Welke waarde heeft a?

18 . a = 0

(a)  

21.

Welke waarde heeft a?

37 . a = 37

(a)  

22.

Welke gelijkheid klopt?

a)

a + 0 = 0

b)

a + 0 = a

c)

a . 1 = 1

d)

a . 0 = a

23.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

(-10 + 3) + (-3) = -10 + (3 + (- 3))

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

24.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

(9 . 2) . 10 = (2 . 9) . 10

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

25.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

8 + (3 . 2) = (3 . 2) + 8

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

26.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

7 . 5 . 4 = 7 . (5 . 4)

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

27.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

(20 + 1) . 14 = 20 . 14 + 1 . 14

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

28.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

27 . (10 - 2) = 27 . 10 - 27 . 2

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de optelling

d)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

e)

Distributiviteit van de vermenigvuldiging t.o.v. de optelling/aftrekking

29.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

28 + 0 = 28

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

0 is het opslorpend element voor de optelling

c)

Associativiteit van de optelling

d)

1 is het neutraal element voor de optelling

e)

0 is het neutraal element voor de optelling

30.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

0 + 36 = 36 + 0

a)

Commutativiteit van de optelling

b)

0 is het opslorpend element voor de optelling

c)

Associativiteit van de optelling

d)

1 is het neutraal element voor de optelling

e)

0 is het neutraal element voor de optelling

31.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

0 . 7 = 0

a)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

b)

0 is het opslorpend element voor de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

d)

1 is het neutraal element voor de vermenigvuldiging

e)

0 is het neutraal element voor de vermenigvuldiging

32.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

46 . 1 = 46

a)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

b)

1 is het opslorpend element voor de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

d)

1 is het neutraal element voor de vermenigvuldiging

e)

0 is het neutraal element voor de vermenigvuldiging

33.

Welke eigenschap werd hier gebruikt?

(7 . 5) . 0 = 7 . (5 . 0)

a)

Commutativiteit van de vermenigvuldiging

b)

0 is het opslorpend element voor de vermenigvuldiging

c)

Associativiteit van de vermenigvuldiging

d)

1 is het neutraal element voor de vermenigvuldiging

e)

0 is het neutraal element voor de vermenigvuldiging

34.

(a - b) - 0 = a - ( b - 0)

a)

Waar

b)

Niet waar

35.

8 + (10 . 2) = 8 + 10 . 8 + 2

a)

Waar

b)

Niet waar

36.

57 - 12 - 2 = 57 - (12 - 2)

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

25 . 4 . 0 . 9 = 0

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

17 + 8 . 0 = 0

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

De deling is niet commutatief, toch is er soms een uitzondering...

Welke waarde kan a hebben?

18 : a = a : 18

(a)  

40.

De aftrekking is niet commutatief, toch is er soms een uitzondering...

Welke waarde kan a hebben?

5 - a = a - 5

(a)