wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eindexamen gezondheid

Total questions: 100

Worksheet time: 4hrs 56mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet dit voorwerp?

a)

Looprek

b)

Onrusthek

c)

Afscheidingshek

2.

Een logistiek assistent mag geen medicatie toedienen?

a)

Niet waar

b)

Waar

3.

Een bacterie kan overleven?

a)

Op het menselijk lichaam

b)

Op onze kleding

4.

Wie schrijft er medicatie voor?

a)

Apotheker

b)

Verpleegster

c)

Dokter

5.

Dit is?

a)

Een in het oor hoortoestel

b)

Het achter het oor hoortoestel

c)

Een Cochleair Implantaat

6.

Dit is?

a)

Tablet

b)

Bruistablet

c)

Dragee

7.

Dit is?

a)

Zuigtablet

b)

Bruistablet

c)

Capsule

8.

Dit is?

a)

Zetpil

b)

Inhalator

c)

Druppels

9.

Dit is?

(a)  

10.

Dit is?

(a)  

11.

Dit is?

(a)  

12.

Op welke manier wordt deze medicatie toegediend?

a)

Rectaal

b)

Oraal

c)

Injecteren

13.

Hoe wordt deze medicatie toegediend?

a)

Rectaal

b)

Vaginaal

c)

Oraal

14.

Hoe wordt deze medicatie toegediend?

a)

Door de huid

b)

Onder de tong

c)

Door inhaleren, via de mond

15.

Hoe wordt deze medicatie toegediend?

a)

Door de huid

b)

Onder de tong

c)

Injecteren

16.

Hoe wordt deze medicatie toegediend?

a)

Druppelen in het oog

b)

Druppelen in het oor

c)

Door de huid

17.

Hoe wordt deze medicatie toegediend?

a)

Druppelen in het oog

b)

Druppelen in het oor

c)

Door de huid

18.

Wat zeg je als je 's morgens een bewonerskamer binnenkomt?

4 lines
19.

Mevrouw Peeters zegt tegen jou dat ze nog een medicatie heeft gehad, wat ga jij doen?

4 lines
20.

Meneer Plantyn roept jou omdat hij naar het toilet moet. Wat ga jij zeggen en wat ga je doen?

4 lines
21.

Bij welk soort welzijn hoort volgende zin:

"Ik kan heel hard lopen"

a)

lichamelijk

b)

geestelijk

c)

sociaal

22.
Bij welke soort welzijn hoort volgende zin:
"Ik heb veel vrienden"
a)
lichamelijk
b)
geestelijk
c)
sociaal
23.
Bij welke soort welzijn hoort volgende zin:
"Ik eet niet vaak frietjes"
a)
lichamelijk
b)
geestelijk
c)
sociaal
24.
Welke van deze ziektes is een ouderdomsziekte?
a)
dementie
b)
adhd
c)
hooikoorts
d)
mazelen
25.
Bij welke soort welzijn hoort volgende zin:
"Ik ben heel zenuwachtig voor een proefwerk"
a)
lichamelijk
b)
geestelijk
c)
sociaal
26.
Bij welke soort welzijn hoort volgende zin:
"ik heb veel zorgen"
a)
lichamelijk
b)
geestelijk
c)
sociaal
27.
Bij welke soort welzijn hoort volgende zin:
"ik ben vaak eenzaam"
a)
lichamelijk
b)
geestelijk
c)
sociaal
28.
a)

thermometer

b)

stethoscoop

c)

centimeter

d)

millimeter

29.
Vanuit de ... komt de prikkel aan bij het trommelvlies.
a)
Oorschelp
b)
Gehoorgang
c)
Trommelholte
30.
Het trommelvlies geeft de prikkel door aan de ...
a)
Gehoorgang
b)
Slakkenhuis
c)
Gehoorbeentjes
31.
Welk antwoord is géén gehoorbeentje?
a)
Aambeeld
b)
Zadel
c)
Hamer
d)
Stijgbeugel
32.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes
33.

Een oppervlakkige wond waarbij de bovenste laag van de huid is afgeschaafd is een:

a)

bijtwond

b)

schaafwond

c)

snijwond

34.

Wat zijn vrij verkrijgbare medicijnen?

a)

Medicijnen waarvoor je een recept nodig hebt

b)

Medicijnen waarvoor je GEEN recept nodig hebt

c)

Medicijnen die je met één recept meerdere malen bij de apotheek kunt krijgen.

35.

Waarvoor staan de letters EHBO?

a)

Eerste hulp bij opvoedkundige problemen

b)

Eerste hulp bij ongevallen

c)

Eerste hulp bij sportongevallen

36.

Bij brandwonden koel (onder water houden) je de wonde minstens:

a)

5 minuten

b)

10 minuten

c)

15 minuten

37.

Dit heet

a)

wondpleister

b)

elastische zwachtel

c)

kleefpleister

38.

Dit is een ...

a)

snelverband

b)

gaasje of compres

c)

niet verklevend compres

39.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

40.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

41.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

42.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

43.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

44.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

45.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

46.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

47.

Dit is?

a)

Lichamelijke gezondheid

b)

Geestelijke gezondheid

c)

Sociale gezondheid

48.

Wanneer je voor jezelf kan zorgen, is dit?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

49.

Wanneer je voor iemand anders zorgt, maar dit vrijwillig doet, is dit?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

50.

Wanneer je betaalde hulp of zorg nodig hebt, is dit?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

51.

Dit is?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

52.

Dit is?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

53.

Dit is?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

54.

Dit is?

a)

Zelfzorg

b)

Mantelzorg

c)

Professionele zorg

55.

Wat is incontinentie?

a)

Als je ongewild je hoest niet kan tegenhouden.

b)

Als je ongewild je urine niet kan ophouden.

56.

Zoek online of dit incontinentiemateriaal voor mannen of vrouwen is?

a)

Mannen

b)

Vrouwen

57.

Bekijk de afbeelding. Voor wie is dit incontinentiemateriaal?

a)

Mannen

b)

Vrouwen

58.

https://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/incontinentie


Ga naar deze website en zoek de betekenis op van:

inspanningsincontinentie

a)

waarbij de afvoer van de blaas is afgesloten of de blaasspier verzwakt is, waardoor de blaas niet meer volledig geledigd wordt bij het plassen, tot ze op een bepaald moment letterlijk overloopt

b)

waarbij de sluitspier een plotse verhoging van de spanning of druk op de blaas niet meer aankan (bv. bij niezen, hoesten, lachen of tillen)

c)

waarbij de blaaswand onwillekeurig samentrekt, de blaas lekt en er een plotseling opkomende en niet te onderdrukken drang om te plassen ontstaat

59.

https://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/incontinentie


Ga naar deze website en zoek de betekenis op van:

aandrangincontinentie

a)

waarbij de blaaswand onwillekeurig samentrekt, de blaas lekt en er een plotseling opkomende en niet te onderdrukken drang om te plassen ontstaat

b)

waarbij de sluitspier een plotse verhoging van de spanning of druk op de blaas niet meer aankan (bv. bij niezen, hoesten, lachen of tillen)

c)

waarbij de afvoer van de blaas is afgesloten of de blaasspier verzwakt is, waardoor de blaas niet meer volledig geledigd wordt bij het plassen, tot ze op een bepaald moment letterlijk overloopt

60.

https://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/incontinentie


Ga naar deze website en zoek de betekenis op van:

Overloopincontinentie

a)

waarbij de blaaswand onwillekeurig samentrekt, de blaas lekt en er een plotseling opkomende en niet te onderdrukken drang om te plassen ontstaat

b)

waarbij de afvoer van de blaas is afgesloten of de blaasspier verzwakt is, waardoor de blaas niet meer volledig geledigd wordt bij het plassen, tot ze op een bepaald moment letterlijk overloopt

c)

waarbij de sluitspier een plotse verhoging van de spanning of druk op de blaas niet meer aankan (bv. bij niezen, hoesten, lachen of tillen)

61.

https://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/incontinentie/hulpmiddelen


Ga naar deze link en zoek op:

Een katheter wordt gebruikt om?

a)

Om de stoelgang op te vangen zowel bij mannen als vrouwen.

b)

Om de urine op te vangen zowel bij mannen als vrouwen.

62.

https://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/incontinentie/hulpmiddelen


Ga naar deze link en zoek op:

Inlegluiers worden gebruikt bij?

a)

Ernstige incontinentie, urineverlies

b)

Lichte en matige incontinentie, urineverlies

63.

https://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/incontinentie/hulpmiddelen


Ga naar deze link en zoek op:

Broekluier of pampers worden gebruikt bij?

a)

Ernstige incontinentie, urineverlies

b)

Lichte en matige incontinentie, urineverlies

64.

Is dit incontinentiemateriaal voor mannen en/of vrouwen?

a)

Man en vrouw

b)

Vrouw

c)

Man

65.

Is dit incontinentiemateriaal voor mannen en/of vrouwen.

a)

Man en vrouw

b)

Vrouw

c)

Man

66.

Is dit incontinentiemateriaal voor mannen en/of vrouwen.

a)

Mannen en vrouwen

b)

Man

c)

Vrouw

67.

Is dit incontinentiemateriaal voor mannen en/of vrouwen.

a)

Mannen en vrouwen

b)

Man

c)

Vrouw

68.

Is dit incontinentiemateriaal voor mannen en/of vrouwen.

a)

Mannen en vrouwen

b)

Man

c)

Vrouw

69.

Is dit incontinentiemateriaal voor mannen en/of vrouwen.

a)

Mannen en vrouwen

b)

Man

c)

Vrouw

70.

Is dit incontinentiemateriaal voor mannen en/of vrouwen.

a)

Mannen en vrouwen

b)

Man

c)

Vrouw

71.

De vervaldatum van medicatie.

LOT of MFD betekent?

a)

De vervaldatum

b)

De datum waarop het geneesmiddel gemaakt is

72.

De vervaldatum van medicatie.

EXP betekent?

a)

De vervaldatum

b)

De datum waarop het geneesmiddel gemaakt is

73.

De vervaldatum van dit medicijn is?

a)

20 juni 2017

b)

20 juni 2020

74.

9/11/16

a)

Dit is de datum waarop het geneesmiddel gemaakt is: LOT.

b)

Dit is de vervaldatum: EXP

75.

Vervallen medicatie mag je in de vuilbak gooien?

a)

Ja

b)

Neen

76.

Vervallen medicatie mag je terug naar de apotheker brengen?

a)

Ja

b)

Neen

77.

Een bewoner kan en wil nog zelfstandig eten, maar heeft moeite om het bestek vast te houden, wat ga je hem aanbieden?

a)
b)
78.

Een bewoner wil nog zelfstandig drinken, maar kan zijn nek moeilijk bewegen, welke beker ga je aanbieden?

a)
b)
c)
79.

Een bewoner wil zelfstandig eten, hij krijgt verzwaard bestek, maar dit is niet voldoende. Wat kan je hem nog aanbieden?

a)
b)
c)
80.

Een bewoner zit in zijn stoel en wil naar het cafeteria. Je biedt hem zijn rollator aan. Wat doe je?

a)

Je zet de rollator zo kort mogelijk bij de bewoner.

b)

Je zet de rollator zo ver mogelijk van de bewoner.

c)

Je zet de rollator op armlengte van de bewoner.

81.

Je komt op de kamer van Maria en ze wil haar lievelingsrok aan, maar haar dochter heeft die meegenomen om te wassen. Hoe ga je hier op reageren?

a)

Je gaat niet in op haar vraag en je geeft haar gewoon een andere rok.

b)

Je blijft rustig en legt uit dat haar dochter die mee naar huis heeft.

c)

Je zegt, niet zeuren Maria, doe deze rok maar aan.

82.

Lies lust het middagmaal niet, maar ze zou toch iets moeten eten. Wat kan je zeggen?

a)

Lies, niet zeuren, voor iedereen hetzelfde. Probeer maar.

b)

Lies, dan eet je maar niet.

c)

Lies, wat lust je wel, wil je misschien een boterham of iets anders?

83.

Jeanne heeft haar oogdruppels op de tafel staan, ze vraagt aan jou om die even in haar oog te druppelen. Wat ga jij doen?

a)

Jeanne, dit mag ik niet, ik zal het even aan een verpleegkundige vragen.

b)

Jeanne, geef maar snel, hoeveel druppeltjes in welk oog.

c)

Jeanne, je weet toch dat ik dat niet mag, ik heb dat gisteren toch nog gezegd.

84.

Als je een bed hebt opgedekt en je verlaat de kamer, wat ga je nog even controleren?

a)

Badkamer deur dicht, gordijnen toe, onrusthekken omhoog.

b)

Ramen open of toe, verwarming aan of uit, bed zo laag mogelijk zetten, onrusthekken omhoog, dat de rem terug opstaat, bel binnen handbereik.

c)

Ramen open of toe, bed zo hoog mogelijk, onrusthekken omhoog.

85.

Tijdens de bedschik, zie je dat het steeklaken van Jef vuil is, maar ze hebben gisteren pas nieuwe lakens gelegd. Wat ga je doen?

a)

Laten liggen.

b)

Verversen, een nieuwe leggen.

c)

Tegen Jef zeggen, dat het een smoddervos is.

86.

Bij het opdekken van het bed, zie je dat er bloed op het steeklaken zit, wat ga je doen?

a)

Het steeklaken vervangen.

b)

Het steeklaken vervangen en melden bij de verpleegkundige.

c)

Het steeklaken niet vervangen.

87.

Lisette wil haar vestje aandoen om naar het cafetaria te gaan. Wat ga je doen?

a)

Haar het vestje meegeven en zeggen dat ze het maar moet vragen aan iemand in het cafetaria.

b)

Haar zeggen dat je dit niet mag.

c)

Tegen haar zeggen, ok, geen probleem, ik zal je even helpen met je vestje.

88.

Dit is?

a)

Wentelen korte hefboom

b)

Wentelen lange hefboom

89.

Dit is?

a)

Looprek

b)

Rollator

c)

Wandelstok

90.

Dit is?

a)

Vouwbare wandelstok

b)

Wandelstok met anatomische handgreep

c)

Gewonen wandelstok

91.

Dit is?

a)

Urinaal

b)

Bedpan

c)

WC-stoel

92.

Wanneer je een kunstgebit poetst, poets je dit boven een wasbak met water?

a)

Ja

b)

Neen

93.

Je bewaart een kunstgebit in?

a)
b)
c)
94.

Je werkpak moet steeds?

a)

Gestreken.

b)

Proper gewassen.

c)

Proper gewassen en gestreken zijn

95.

Je haren zijn tijdens het werk?

a)
b)
c)
96.

Bij het verschuiven van een bed, heb je een vaas opgestoten en deze is stuk. Wat ga je doen.

a)

De vaas opruimen en melden bij de verpleegpost.

b)

De vaas opruimen en in de vuilbak op de kamer gooien.

c)

De vaas laten liggen, het poetspersoneel zal dit wel opruimen.

97.

Tijdens de koffieronde zijn de gewone koeken op, er zijn nog enkel suikervrije koekjes, wat ga je doen.

a)

Alle bewoners een suikervrije koek geven.

b)

Tegen de bewoners zeggen dat de koeken op zijn.

98.

Dit is .......

a)

Papegaaienstok

b)

Onrusthek

c)

Ziekentiller

99.

Dit is?

a)

Hoofdeinde

b)

Voeteinde

c)

Rugeinde

100.

Een bed kan ik niet?

a)

Steriliseren

b)

Reinigen

c)

Ontsmetten