Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

klas 2 chapitre 5

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

De meeste werkwoorden in het Frans hebben als hulpwerkwoord:

a)

être

b)

avoir

2.

Om een passé composé te maken heb je nodig:

a)

een vorm van het werkwoord gaan + een heel werkwoord

b)

een hulpwerkwoord + een voltooid deelwoord

c)

een vorm van het werkwoord gaan + een voltooid deelwoord

d)

een hulpwerkwoord + een heel werkwoord

3.

Kies het juiste antwoord: Tom ... le match. (heeft gewonnen)

a)

a gagné

b)

as gagné

c)

a encouragé

d)

as encouragé

4.

Vertaal het ww. en zet in de PC: J'... à Paris. (zijn)

(a)  

5.

Vertaal het ww. en zet in de PC: Emma et Julia ... du tennis. (doen)

(a)  

6.

Vertaal het ww. en zet in de PC: Tu ... un cadeau? (hebben)

(a)  

7.

Vertaal het ww. en zet in de PC: Les filles ... dans la classe. (zingen)

(a)  

8.
(we hebben gevonden) la boulangerie
a)
On est trouvé
b)
Tu as trouvé
c)
On a trouvé
d)
Nous sommes trouvé
9.
(ik heb gekeken) la télé
a)
J'ai regarde
b)
J'ai regardez
c)
J'ai regardé
d)
tu as regardé
10.
Ils (hebben) aimé Paris
a)
a
b)
as
c)
on
d)
ont
11.

Welk land is : Autriche?

a)

Frankrijk

b)

Nederland

c)

Engeland

d)

Oostenrijk

12.

Hoe zeg je : Ik woon in Schoonhoven

a)

Je habite a Schoonhoven

b)

J'habite à Schoonhoven

13.

J'habite ......Espagne

a)

en

b)

au

c)

à

d)

aux

14.

Je vais ....Etats-Unis

a)

à

b)

au

c)

en

d)

aux

15.

Wat is geen land?

a)

Allemagne

b)

Italie

c)

Voiture

d)

Belgique