Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederland Transportland

Total questions: 18

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welke drie producten zijn stukgoederen?

a)

Boeken

b)

Telefoons

c)

Benzine

d)

Eieren

e)

Aardappelen

2.

Welk woord hoort niet bij massagoederen?

a)

Laadbak

b)

Olietanker

c)

Container

d)

Ruim

3.

Wat is import?

(a)  

4.

Wat gebeurt er met goederen die bestemd zijn voor doorvoer?

(a)  

5.

Geef drie redenen op waarom we goederen importeren.

a)

We hebben de goederen niet zelf.

b)

We hebben er zelf niet genoeg van.

c)

Dan is er werk voor de mensen in de haven.

d)

De goederen worden ergens anders goedkoper gemaakt.

e)

Omdat de goederen uit het buitenland van goede kwaliteit zijn.

6.

Nederland importeert kleding uit China. Waarom doen we dat?

a)

In China zijn de mensen slimmer.

b)

In China maken ze mooiere kleding.

c)

In China hebben ze teveel kleding.

d)

In China wordt de kleding goedkoper gemaakt.

7.

Hoe heet het in elkaar zetten van producten?

a)

Bouwpakket

b)

Assimilatie

c)

Assemblage

d)

Monteren

8.

Cacao en aardolie zijn …1… die we in Nederland importeren. In fabrieken worden ze bewerkt tot producten als chocopasta of benzine.

Welk woord hoort er bij 1 te staan?

a)

stukgoederen

b)

grondstoffen

c)

landbouwproducten

d)

eindproducten

9.

Hoe heet een haven waar goederen aankomen die daarna met een ander vervoermiddel weer verder worden vervoerd naar hun eindbestemming?

a)

industriehaven

b)

invoerhaven

c)

doorvoerhaven

d)

roll-on-roll-offhaven

10.

Welke twee goederen worden in de haven in silo’s opgeslagen?

a)

aardolie

b)

auto's

c)

kleding

d)

ertsen

e)

graan

11.

Waaraan kun je zien dat een deel van de Rotterdamse haven een industriehaven is?

a)

Er worden veel producten opgeslagen in silo’s.

b)

Er komen enorm grote schepen binnen.

c)

Een deel is ingericht voor fabrieken.

d)

Er komen ook schepen binnen die geen containers aan boord hebben.

12.

Wat betekent distributie?

a)

Het in elkaar zetten van goederen.

b)

Het exporteren ven goederen.

c)

Het verspreiden van goederen.

d)

Het invoeren van goederen

13.

Wat wordt niet in een distributiecentrum gedaan?

a)

produceren van goederen

b)

verpakken van goederen

c)

opslaan van goederen

d)

werkzaamheden zoals het toevoegen van een handleiding aan de goederen

14.

Waarom staan overal in Nederland distributiecentra?

a)

zodat mensen hun pakketjes makkelijker kunnen afgeven.

b)

Zo kunnen ze ervoor zorgen dat een nieuwe voorraad producten op tijd in de winkel ligt.

15.

Waar komen de producten vandaan die in een ‘distripark’ aankomen?

a)

Uit de haven.

b)

Uit een fabriek in Nederland.

c)

Uit de winkel.

16.

Wat hoort bij "binnenvaartschip"?

a)

Dit vervoermiddel is snel, maar kan niet overal komen.

b)

Dit vervoermiddel kan goederen van deur tot deur vervoeren.

c)

Dit vervoermiddel kan altijd gebruikt worden.

d)

Dit vervoermiddel is langzaam en kan niet overal komen.

17.

Wat hoort bij "trein"?

a)

Dit vervoermiddel is langzaam en kan niet overal komen.

b)

Dit vervoermiddel is snel, maar kan niet overal komen.

c)

Dit vervoermiddel kan altijd gebruikt worden.

d)

Dit vervoermiddel kan goederen van deur tot deur vervoeren.

18.

Wat hoort bij "vrachtwagen"?

a)

Dit vervoermiddel kan goederen van deur tot deur vervoeren.

b)

Dit vervoermiddel is langzaam en kan niet overal komen.

c)

Dit vervoermiddel kan altijd gebruikt worden.

d)

Dit vervoermiddel is snel, maar kan niet overal komen.