Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5AIT_Internationale handel deel 1 (blz. 104-135)

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bij een handelsoverschot ...

a)

is er meer uitvoer dan invoer, dit is positief voor een land

b)

is er meer uitvoer dan invoer, dit is negatief voor een land

c)

is er meer invoer dan uitvoer, dit is positief voor een land

d)

is er meer invoer dan uitvoer, dit is negatief voor een land

2.

Wat is 'de loonhandicap'?

a)

de lonen dalen door de verzwakking van de euro

b)

gehandicapte mensen verdienen minder

c)

de lonen in België liggen hoger dan in de ons omringende buurlanden

d)

de lonen wijken af wanneer een bedrijf in moeilijkheden zit

e)

de lonen worden doorgerekend in de prijs van de producten

3.

Welke uitspraak in verband met de handelsbalans klopt niet?

a)

in België is de uitvoer van goederen en diensten zeer hoog, uitgedrukt in % van het bbp

b)

België voert vooral diensten naar Azië uit en producten naar de VS

c)

de handelsbalans van België met Nederland is traditioneel negatief

d)

België heeft de laatste jaren marktaandeel verloren in Europa omdat ons land minder concurrentieel is

4.

Tot welk onderdeel van de betalingsbalans behoort volgende transactie: de aankoop van Duitse overheidsobligaties

a)

Inkomensrekening

b)

Inkomensoverdrachtenrekening

c)

Vermogensoverdrachtenrekening

d)

Financiële rekening

5.

Tot welk onderdeel van de betalingsbalans behoort volgende transactie: het loon van een Nederlander die in België werkt

a)

Inkomensrekening

b)

Inkomensoverdrachtenrekening

c)

Vermogensoverdrachtenrekening

d)

Financiële rekening

6.

Tot welk onderdeel van de betalingsbalans behoort volgende transactie: voedselhulp van België aan Congo

a)

Inkomensrekening

b)

Inkomensoverdrachtenrekening

c)

Vermogensoverdrachtenrekening

d)

Financiële rekening

7.

Tot welk onderdeel van de betalingsbalans behoort volgende transactie: België bouwt een school in Ecuador ter waarde van 1 miljoen euro

a)

Inkomensrekening

b)

Inkomensoverdrachtenrekening

c)

Vermogensoverdrachtenrekening

d)

Financiële rekening

8.

Welke oorzaak leidt NIET tot een tekort op de handelsbalans?

a)

een land in volle groei en economische ontwikkeling

b)

een land produceert aan een prijs die net onder de prijs van de meeste landen ligt

c)

een land verkoopt de meerderheid van haar productie op haar eigen binnenlandse markt

d)

een land importeert meer dan het exporteert

9.

Over welk type overheidsingrijpen gaat het hier?


De Braziliaanse regering heeft de invoer van speelgoed van het Amerikaanse bedrijf Mattel verboden. Begin augustus riep Mattel ongeveer achttien miljoen speeltjes terug omdat de in China vervaardigde speeltjes te veel lood zouden bevatten en daardoor schadelijk zouden zijn voor de gezondheid van de kinderen.”

a)

invoerquotum

b)

importheffing

c)

exportbelasting

d)

exportsubsidie

e)

niet-tarifaire belemmering

10.

Over welk type overheidsingrijpen gaat het hier?


“Het grootste deel van de Australische aanvoer van rundvlees valt onder de quota die de EU hanteert voor kwaliteitsvlees. Australische producenten zetten alle zeilen bij om van het invoerquotum van 48.200 ton te kunnen profiteren. Ook concurrenten Amerika en Canada mogen van dat quotum gebruik maken. "Wij willen onze veestapel voor de export uitbreiden en aan de speciale vereisten voor deze markt gaan voldoen", zegt Maclean. Volgens zijn inschatting voldoen ruim 2.000 Australische rundveebedrijven aan de Europese eisen.”

a)

invoerquotum

b)

importheffing

c)

exportbelasting

d)

exportsubsidie

e)

niet-tarifaire belemmering

11.

Over welk type overheidsingrijpen gaat het hier?


“Indonesië zou van plan zijn om een extra belasting tot 50% te heffen op de export van goud-, zilver- en kopererts. Dit zal ook van toepassing zijn op de ertsen van andere metalen. Met deze heffing wil de Indonesische regering de binnenlandse economie stimuleren, want de heffing zou het voor bedrijven aantrekkelijker maken om het erts in eigen land te zuiveren en om te smelten tot eindproduct. Het bouwen van die infrastructuur en het zuiveren van de ertsen levert veel banen op, die nu verloren gaan door het ruwe erts te exporteren.”

a)

invoerquotum

b)

importheffing

c)

exportbelasting

d)

exportsubsidie

e)

niet-tarifaire belemmering

12.

Welke is GEEN reden voor delokalisatie?

a)

beter geschoolde arbeiders

b)

minder milieunormen

c)

minder belastingen

d)

goedkopere lokale grondstoffen

13.

Waarom is het gastland meestal blij met delokalisatie


(meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

creatie van werkgelegenheid

b)

verbetering van de infrastructuur

c)

geld vloeit terug naar het moederbedrijf

d)

belastinginkomsten

14.

Welke stellingen in verband met protectionisme kloppen?


(meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

bij protectionisme kiest een overheid ervoor om de eigen economie te beschermen ten kosten van buitenlandse economieën

b)

protectionisme verhindert dat de vrije markt in werking treedt waardoor consumenten in een land vaak slechter af zijn dan zonder protectionisme

c)

protectionistische maatregelen kunnen ervoor zorgen dat de werkloosheid in een land onder controle blijft

d)

protectionisme van een land leidt vaak tot vergeldingsacties in een ander land

15.

Als de overheid de economie wil stimuleren, kan ze ..

a)

haar eigen munt devalueren zodat de eigen producten duurder worden voor buitenlanders

b)

haar eigen munt devalueren zodat de eigen producten goedkoper worden voor buitenlanders

c)

haar eigen munt opwaarderen zodat de eigen producten duurder worden voor buitenlanders

d)

haar eigen munt opwaarderen zodat de eigen producten goedkoper worden voor buitenlanders

16.

Voor eerlijke handel met ontwikkelingslanden is een goede prijs erg belangrijk. Dit heet ..

a)

structurele hulp

b)

fair trade

c)

importsubsidie

d)

internationale arbeidsverdeling

17.

Waarom is fair trade nodig?

a)

slecht klimaat

b)

onzeker bestaan voor de boeren

c)

te veel boeren in het Zuiden

d)

de lage oogsten van de boeren

18.

Welke van onderstaande is geen vrijhandelszone?

a)

Mercosur

b)

AESAN

c)

NAFTA

d)

EMU

19.

Over welk type overheidsingrijpen gaat het hier?


“Om boter te exporteren naar Afrika geeft de EU een extra subsidie.”

a)

invoerquotum

b)

importheffing

c)

exportbelasting

d)

exportsubsidie

e)

niet-tarifaire belemmering

20.

Een invoerbelasting kan alleen voor landen buiten de EU

a)

waar

b)

niet waar