wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlandse quiz voor de klas van juf Emma

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord heeft een voorvoegsel?

a)

Doorgeven

b)

Smakelijk

c)

Gezond

d)

Onjuist

2.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

Verhaal

b)

Gezellig

c)

Armpje

d)

Achteruit

3.

Wat is het meervoud van doos

a)

doosen

b)

dozen

c)

doozen

d)

dosen

4.

Welk woord hoort er NIET bij?

a)

Loods

b)

Fonds

c)

Plaats

d)

Sinds

5.

Welk woord hoort er NIET bij?

a)

schaduw

b)

ruw

c)

zwaluw

d)

flauw

6.

Welk woord past er NIET bij?

a)

tekenen

b)

schilderen

c)

opbellen

d)

hagelen

7.

Welke letter mist in het volgende woord: ...enuwachtig

a)

s

b)

z

c)

f

d)

v

8.

Welke letter mist in het volgende woord: ....ukkelen

a)

s

b)

z

c)

f

d)

v

9.

Welke letter mist in het volgende woord: ....riendelijk

a)

s

b)

z

c)

f

d)

v

10.

Welke letter mist in het volgende woord: ....onkelen

a)

s

b)

z

c)

f

d)

v

11.

Welk woord is fout geschreven in de volgende zin: Hij duwt heel lang en hard op de deurbell.

a)

duwt

b)

lang

c)

hard

d)

deurbell

12.

Welk woord is fout geschreven in de volgende zin: Ik vind die rekensom erg moelijk.

a)

vind

b)

die

c)

rekensom

d)

moelijk

13.

Welk woord is fout geschreven in de volgende zin: Ze kakellen als kippen zonder kop.

a)

ze

b)

kakellen

c)

kippen

d)

zonder

14.

Het meervoud van het woord 'zeef' is:

a)

zeefen

b)

zeeven

c)

zefen

d)

zeven

15.

Welk woord is fout gespeld: De goochelaar licht op de zachte vacht van het schaap.

a)

goochelaar

b)

licht

c)

zachte

d)

vacht

16.

Wat hoort niet bij het woord 'gevaarlijk':

a)

Klankgroepenwoord

b)

Achtervoegsel

c)

Eer/oor/eur-woord

d)

Voorvoegsel

17.

Wat is het verkleinwoord van 'brood':

a)

broodtje

b)

brootje

c)

broodje

d)

brodje

18.

Ei/ij?

a)

ijland

b)

eiland

19.

Ei/ij

a)

peinlijk

b)

pijnlijk

20.

au/ou

a)

Schouwburg

b)

Schauwburg

21.

au/ou

a)

grauw

b)

grouw

22.

Wat is de persoonsvorm in de zin: Waarom wilde hij niet komen helpen?

a)

Waarom

b)

wilde

c)

komen

d)

helpen

23.

Welke woorden moeten met een hoofdletter in de volgende zin: mijn tante ans woont in het dorp ballum.

a)

mijn, tante, ans, ballum

b)

mijn, ans, ballum

c)

mijn, ans, dorp, ballum

d)

mijn, tante, ans, dorp, ballum

24.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin: Hij rent heel erg hard tegen de steile heuvel op.

a)

heel

b)

erg

c)

hard

d)

steile

25.

Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan in de volgende zin: Mijn papa moest een heel erg zware koffer dragen toen we op vakantie gingen.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

26.

Wat is het lidwoord in de volgende zin: Hij houdt het schuwe konijn beschermend in zijn armen.

a)

hij

b)

het

c)

in

d)

zijn

27.

Wat is GEEN zelfstandig naamwoord?

a)

karretje

b)

bomen

c)

Michiel

d)

nieuws

28.

Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden staan in de volgende zin: Mijn moeder haalt met een snel gebaar de gebakken broodjes uit de oven.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

29.

Vroeger dronken we elke morgen melk. Nu .....we nog steeds veel melk.

a)

dronken

b)

drinken

c)

drink

d)

drinkt

30.

Hij sportte altijd erg veel toen hij jong was. Nu ....hij nog maar eens per maand.

a)

sported

b)

sport

c)

sportt

d)

sporten

31.

Wat gebruik je niet in de keuken?

a)

snijplank

b)

vergiet

c)

schub

d)

broodrooster

32.

Verven is hetzelfde als...

a)

kleuren

b)

schilderen

c)

tekenen

d)

schrijven

33.

Wat is het tegenovergestelde van 'druk':

a)

snel

b)

traag

c)

rustig

d)

licht

34.

Wat is het tegenovergestelde van 'moeilijk':

a)

complex

b)

lastig

c)

makkelijk

d)

zwaar

35.

Welk woord hoort er niet bij?

a)

stoomboot

b)

sneltrein

c)

dagboek

d)

vliegtuig

36.

wat betekent 'hamsteren':

a)

heel wild graaien

b)

een hamster hebben

c)

heel veel van iets kopen, omdat je denkt dat er straks weinig van is

d)

aan iets knagen

37.

Wat betekent 'regelmatig'?

a)

soms

b)

vaak

c)

volgens de regels

d)

graag

38.

Wat is een voorbeeld van een maatregel nemen?

a)

Ongezond eten

b)

Ziek worden

c)

De scholen en restaurants sluiten

d)

Naar het nieuws kijken

39.

Wat is het tegenovergestelde van bewegen?

a)

overgeven

b)

doorgaan

c)

stilzitten

d)

overwegen

40.

Wat is GEEN voorbeeld van je ontspannen?

a)

een film kijken

b)

ziek zijn

c)

uit eten gaan

d)

naar het strand gaan

41.

Pasen wordt jaarlijks in veel landen gevierd. Wat betekent 'jaarlijks'?

a)

een jaar lang

b)

ieder jaar

c)

op mijn verjaardag

d)

sinds een jaar

42.

Vroeger vastten veel mensen in de tijd voor Pasen. Wat betekent 'vasten'?

a)

een tijdje in de gevangenis zitten

b)

een tijdje minder eten en drinken

c)

een tijdje stilzitten

d)

een tijdje goed nadenken

43.

Het is nu een gebruik dat we chocolade-eieren eten met Pasen. Wat betekent 'gebruik'?

a)

de uitleg

b)

het verhaal

c)

een gewoonte

d)

een grap

44.

Op 4 mei hangt de vlag halfstok. Wat betekent 'halfstok'?

a)

De vlag hangt niet in de stok.

b)

De halve vlag hangt in de stok.

c)

De vlag hangt niet helemaal bovenin de stok.

45.

Als een land wordt bevrijd, dan zijn de meeste mensen...

a)

boos

b)

blij

c)

bang

d)

chagrijnig

46.

Wat betekent de 'ruimtevaart'?

a)

het bekijken van de sterren

b)

de namen van alle planeten

c)

het reizen door de ruimte

d)

het varen op een oceaan

47.

Armstrong was slechts twee en een half uur op de maan. Wat betekent 'slechts'?

a)

alleen maar

b)

nog steeds

c)

toch wel

d)

minder dan

48.

Mindy Howard zal de eerste Nederlandse vrouw in het heelal zijn. Wat betekent 'heelal'?

a)

de grond, de stenen, het zand en alles binnenin de aarde

b)

de aarde, de zon, de sterren en alles eromheen

c)

de dieren, de planten, de bomen en alle natuur die er is

d)

de maan

49.

Als Piet veel schulden heeft, dan....

a)

krijgt Piet nog veel geld van iemand anders.

b)

kan Piet alles kopen wat hij wil.

c)

moet Piet nog veel geld betalen aan anderen.

d)

krijgt Piet de schuld van alles.

50.

Welk woord is goed?

a)

Nieuwschierig

b)

Niewsgierig

c)

Nieuwsgierig

d)

Nieuwshierig